Eindelijk, de ritselaar moet het veld ruimen

Goed, het is dus niet meer de vraag of premier Silvio Berlusconi van Italië aftreedt, maar hoe snel. Hoe eerder, hoe beter is een stelling die natuurlijk al lange tijd opgaat voor de 75-jarige leider van de partij Volk van de Vrijheid, de eigenaar van het media-imperium Mediaset, de voorzitter van de voetbalvereniging AC Milan, de miljardair Berlusconi.

Wat moties van wantrouwen niet vermochten, evenmin als corruptieverdenkingen, rechterlijke veroordelingen, dreigende of ontlopen rechtszaken, onthullingen over bunga bunga-feesten en andere seksschandalen, dat gebeurt nu wel om puur politieke en economische redenen. Was in het buitenland het wantrouwen of de minachting jegens de Italiaanse premier al van de gezichten af te lezen – zie de meewarige blikken van Merkel en Sarkozy na de eurotop van 26 oktober – ook in eigen land beschikt Berlusconi niet meer over voldoende krediet.

Eindelijk. Berlusconi, de ritselaar, de belangenverstrengelaar bij uitstek, moet het veld ruimen. Officieel stapt hij op zodra het parlement de economische hervormingen heeft aanvaard. Hervormingen die door Europa en het IMF zijn afgedwongen, voorstellen waartegen het parlement in het Italiaanse belang slechts ja of ja kan zeggen. En dan, dan maakt Berlusconi, Il Cavaliere, het gebaar waartoe een parlementaire meerderheid hem anders wel gedwongen zou hebben: hij zwaait af.

Het was veelzeggend dat Berlusconi de afgelopen tijd veel overleg in familieverband noodzakelijk achtte voordat hij deze stap zette. Want zijn politieke retirade mocht zijn zakelijke belangen niet te veel schaden. Net zo significant was het dat financiële markten de laatste dagen opveerden als de geruchten over zijn aanstaande vertrek stelliger werden en terugvielen als de ontkenningen daarvan de overhand kregen.

Bij dit alles moet worden bedacht dat het de Italianen zelf waren die, als kiezers of als parlementariërs, het in meerderheid mogelijk maakten dat Berlusconi eerst van 2001 tot en met 2006 en vervolgens vanaf 2008 de machtigste man van het land werd en bleef. Wat straks rest, hopelijk, is de heropening van rechtszaken die hij tot nu toe, vooral door zelf gearrangeerde immuniteit, wist te vermijden.

Italië is met het komende vertrek van Berlusconi niet uit de zorgen. Maar reddeloos is het evenmin. Het land heeft met circa 1.900 miljard euro de op een na hoogste staatsschuld binnen de EU. Het wordt daarvoor gestraft met een steeds maar stijgende rente op zijn leningen. Maar Italië heeft in potentie een sterke, zij het verouderde economie. Het land moet in de spiegel kijken. En zich dan, met internationale hulp, aan de eigen, bij voorkeur ongeverfde haren omhoogtrekken.