Eigen naam

Aanschouw deze zin: „Ik kwam een oude vriend tegen, en die zei: ‘Elsbeth, wat heb ik jou lang niet gezien.’ ”

Of deze: „Dus ik wilde gaan bungeejumpen, zegt mijn zus, ‘Maud, doe dat nou niet!’ ”

Ik zou deze zinnen nooit uiten, nog los van het feit dat ik niet Elsbeth of Maud heet. Het gaat om het gebruik van je eigen naam als je anderen citeert. Sommige mensen doen dat, anderen niet. Het is moeilijk te zeggen wat voor mensen dat zijn, en waarom ze het doen. Ik heb niet de indruk dat de naam in het oorspronkelijke citaat ook genoemd werd. Zei die oude vriend echt: „Elsbeth, wat heb ik jou lang niet gezien”? Het kan goed dat hij „Hee, wat heb ik jou lang niet gezien” zei. Het is de keuze van de naverteller om die eigen naam erin te gooien. Misschien lijkt het zo of het navertelde gesprek belangrijker, intiemer en persoonlijker was. Want wie bij naam genoemd wordt, wordt met meer aandacht aangesproken. Dat is ook de reden dat in uiterst onpersoonlijke mailings en junkmail vaak heel bewust je naam wordt gebruikt: „Mijnheer/mevrouw Cornelisse, dit is een kans die u niet mag laten liggen, mijnheer/mevrouw Cornelisse!” Dat heeft natuurlijk een averechts effect, maar in het persoonlijk verkeer maakt het gebruik van je naam wel degelijk iets uit.

Jezelf bij de naam noemen is weer een ander verhaal.

Vroeger kende ik een meisje dat niet zo goed in tennis was, maar wel bloedfanatiek. Die zei tijdens het spelen tegen zichzelf: „Kom op Anastasia! Je kán het!” Dat was treurigmakend of vrolijkmakend, afhankelijk van de stemming waarin je verkeerde.

Sommige mensen spreken zichzelf niet alleen aan, maar verdelen zich ook nog onder. Ooit zag ik de turner Yuri van Gelder met een zeer gedeprimeerd gezicht zeggen: „Ik wil de turner Yuri van Gelder weer op de kaart zetten.” Hij bedoelde waarschijnlijk iets als: „De verslavingsgevoelige Yuri van Gelder heeft nu genoeg aandacht gehad, nu is het weer tijd voor de turner in mij.” Het klinkt toch een beetje eng, een beetje Dr. Jekyll / Mr. Hyde. En je hoort het vaker: „Ik zeg dit nu niet als de politicus Van Aerschot, ik zeg dit als mens.” Brrr.

Het noemen van je eigen naam heeft een onverwacht voordeel; mensen die even vergeten waren hoe je heet, krijgen je naam zomaar in de schoot geworpen. Ze hoeven geen gênante vragen meer te stellen. Misschien is dat wel de reden dat mensen hun eigen naam noemen; omdat ze bang zijn dat ze anders vergeten worden.