De jongeren van tegenwoordig willen weten waaróm Allah dat vindt

Imam Elkhammar El Bakali ís de moskee. Hij preekt er al sinds 1983. De laatste jaren ziet hij het respect voor zijn geloof afnemen. Hij voelt zich steeds minder welkom.

den haag moskee de imam fot nrc rien zilvold

Imam Elkhammar El Bakali (66) ziet de wereld om zich heen verharden. Hij doet niet mee, zegt hij. Hij is een man van de dialoog.

Die boodschap wil hij uitdragen: wij zijn als moslims deel van dit land. Hij vindt dat je respect moet hebben voor de medemens, ook als die een vrouw is in een mouwloos shirt en korte rok. Ook als die een jood is met een keppeltje. Ook als die een homo is. Voor iedereen. En andersom ook graag.

Imam El Bakali van moskee El Islam in Den Haag draagt een grijze djellaba en leren instappers. Op de tafel voor hem legt hij zijn zwarte agenda en mobiele telefoon. Hij spreekt over verdraagzaamheid. Natuurlijk zal een imam in gesprek met een verslaggever geen radicale dingen verkondigen. Maar, vertellen verschillende moskeebezoekers, onder ons in de moskee is hij precies zo. De imam, vertellen ze, is best conservatief als het gaat over de islam. Maar hij staat open voor de buitenwereld.

Later in het gesprek zal hij even zijn stem verheffen. Dan gaat het over wederzijds respect. Of liever, over het gebrek daaraan. Negatief over de islam denken mag, zegt hij. „Een land waarin iedereen hetzelfde denkt, bestaat niet. Iedereen mag een eigen mening hebben.”

Wat hem mateloos stoort, is dat er voor zijn gevoel getornd wordt aan de vrijheid van godsdienst. Terwijl er altijd veel ruimte was voor elke groep om een eigen geloof te beleven. „Ik heb me altijd welkom gevoeld. Vanaf het moment dat ik kwam in 1983.”

Nu is dat anders. Neem het dreigende verbod op de religieuze slacht. Moslims mogen alleen religieus (onverdoofd) geslacht vlees eten, daarover is voor hem geen discussie mogelijk. „Als de religieuze slacht niet meer mogelijk is, wordt leven in Nederland erg lastig.”

Een ander voorbeeld: de hoofddoek. Dat de hoofddoek nog steeds een onderwerp van gesprek is, hij kan er niet over uit. „Laat de vrouw die een hoofddoek wil dragen, dat lekker doen.”

Imam Elkhammar El Bakali ís moskee El Islam. Hij is het symbool van de moskeegemeenschap, de kers op de taart. Hij is de imam sinds de oprichting van de moskee, toen nog in een winkelpand een paar straten verderop, in 1983. Hij werd geboren in Noord-Marokko en kwam naar Nederland om imam in Den Haag te worden. De imam spreekt Arabisch, Marokkaans-Arabisch en Berbers. Nederlands kan hij verstaan, maar hij beheerst het onvoldoende voor een gesprek. Bestuurslid Mohamed Ben Hammouch vertaalt.

De imam is net met pensioen. Imam El Hassan Omarouali (43) is zijn opvolger, maar El Bakali wil doorwerken tot het einde. „Ik ben de vis, de moskee is het water, zegt hij. „Zonder het water ga ik dood.” Hij gaat nog vaak voor in het vrijdaggebed, het belangrijkste moment van de week. De vrijdagpreek, vertelt hij, gaat over een bijzonder onderwerp en is liefst een tikje spiritueel van aard. „Het gaat om de toon. Iedereen moet er wat aan hebben, man en vrouw, jong en oud.” Hij gaat niet in op gebeurtenissen van die week. „De preek is geen nieuwszender. Het is een moment van bezinning.” Meestal komen zo’n 1.500 gelovigen naar de moskee op vrijdag.

De imam is niet bang voor radicale jongeren. Zijn buurtmoskee is te mainstream om voor hen aantrekkelijk te zijn. „Al kan er altijd iemand tussen zitten met gekke opvattingen. Moslims zijn geen engelen of profeten zonder fouten.” Zorgelijker vindt hij dat het steeds lastiger wordt om jongeren binnen te krijgen. „Er zijn zo veel verleidingen.”

Uit een luidspreker klinkt plotseling de oproep tot het gebed. De imam kijkt op zijn horloge en wendt zich tot de verslaggever. Waren er nog meer vragen? Ja? Blijf dan rustig zitten. Hij zal zo terugkomen. En hij stiefelt naar de uitgang.

Duizenden vragen heeft de imam door de jaren heen beantwoord. Van ouderen en van jongeren. Hij wil dat de jongeren alles durven vragen. Moet ik vasten tijdens de ramadan als ik een turnwedstrijd heb? Ja, tenzij het niet anders kan. Moet ik trouwen met de man die mijn ouders voor mij hebben uitgezocht? Antwoord: nee, huwelijksdwang is volgens de islam verboden.

De vragen zijn door de jaren heen moeilijker geworden, zegt hij. De eerste generatie was laagopgeleid. Zij vroegen naar regels voor het dagelijks leven en waren tevreden met het antwoord. De jongeren nu stellen een vraag maar zijn niet snel tevreden. „Als ik zeg dat Allah dat zo vindt, willen ze weten waaróm dat zo is. Ik moet me goed voorbereiden.”

Als het nodig is, bemiddelt een imam bij ruzie. Een vader wil dat zijn zoon minder voetbalt. Steelt hij, vroeg hij aan de vader. Drinkt hij? Gaat hij naar school? Nee? Waar maakt u zich druk over? Jongeren waarderen, vertellen ze, dat hij niet per se de kant van de ouders kiest.

Uiteindelijk moeten de jongeren de moskee gaan leiden. De ouderen vinden het lastig hun levenswerk uit handen te geven. „Toon aanwezigheid en betrokkenheid”, zou de imam tegen de jongeren willen zeggen. En tegen de ouderen: „De moskee bouwde je niet voor jezelf.”

Sheila Kamerman

    • Sheila Kamerman