Costello verkent uitersten

Elvis Costello. Gehoord: 8/11 Oosterpoort, Groningen. Herhaling: 10/11 Rabozaal, Amsterdam; 18/11 Anton Philipszaal, Eindhoven. ****

De enige stem met ingebouwde badkamerecho; een stem die binnen één lettergreep van emotie kan wisselen; de stem die in de loop van de jaren alleen maar dieper is geworden. De zang van Elvis Costello (57), in de jaren zeventig soms verguisd om zijn cynische dictie, heeft zich tot uitersten ontwikkeld: veel hardvochtiger dan Costello kan het niet worden – veel zoetsappiger ook niet.

Dat bleek dinsdagavond in de volle Oosterpoort, Groningen, waar hij het eerste optreden van een korte tournee gaf, die lang tevoren was uitverkocht. Live heeft Costello zijn liedjes al op allerlei manieren uitgevoerd: met zijn band The Attractions, met een orkest en met Burt Bacharach. Nu toert hij solo, met zes gitaren.

Geplakt aan de microfoon, met het bekende kekke hoedje, spelend op een akoestische of elektrische gitaar, zong hij nummers als Oliver’s Army tot Good Year For The Roses tot Veronica („Dit schreef ik met Paul McCartney. Ja, dat vind ik ook goed klinken.”) Dankzij zijn precieze zang kwamen de melodieën moeiteloos tot hun recht.

Net als McCartney is Costello nooit gestopt met schrijven. Er gaat nauwelijks een herfst voorbij zonder nieuwe Costello-cd, dus hij zong recente liedjes, als het jazzy Slow Drag With Josephine. Hij kon er gisteravond geen genoeg van krijgen. Na een bijna onhoudbaar teder She, kwamen er een paar liedjes samen met voorprogramma Larkin Poe en een bizar dubexperiment (met echo) in de toegift rond het aloude Watching The Detectives.