Aanval op Iran zal regime juist goed uitkomen

Met een aanval op Iran om de nucleaire installaties uit te schakelen zal Israël het omgekeerde bereiken van wat het wil, stellen Stephan de Vries en Jamaseb Soltani.

Dinsdagavond werd door het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) een rapport over Iran gepubliceerd. Volgens de IAEA heeft de Iran cruciale stappen gezet op weg naar een nucleair wapen. Met deze conclusies wordt gebroken met eerdere analyses van inlichtingendiensten. Daarmee is een nieuwe ronde geopend met wapengekletter door Israël, de VS en Groot-Brittannië.

Voor de Israëlische haviken is het uiten van oorlogsretoriek overigens niets nieuws. Sinds de revolutie van 1979, waarna Iran een totalitair bewind kreeg dat is geworteld in een specifieke tak van het shi’isme, zijn Israël en Iran elkaars tegenpolen.

Gedeeltelijk berust die vijandigheid op een wederzijds belang: beide landen putten politiek gewin uit de altijd aanwezige wederkerige dreiging. Waar Teheran de Israëlische dreiging nodig denkt te hebben om het publiek af te leiden van binnenlandse vraagstukken, gebruikt Israël de Iraanse dreiging om interne discussies uit te stellen.

Iedere analyse die wijst in de richting van de ontwikkeling van kernwapens in Iran, wordt door Israëlische hardliners dan ook aangegrepen om de internationale druk op Teheran op te voeren. Dat doen ze echter niet omdat ze ervan overtuigd zijn dat de ‘onvoorspelbare’ ayatollahs een atoomwapen daadwerkelijk zullen inzetten tegen Israël. Het voornaamste argument tegen Iraanse kernwapens is, zo stelt Jeffrey Goldberg in een invloedrijk artikel in The Atlantic, dat het de status van Israël als veilige haven voor Joden zou ondermijnen en daarmee in feite het bestaansrecht van het ‘zionistische experiment’. Er hoeft geen twijfel over te bestaan dat Israël, daarin gesteund door zijn westerse bondgenoten, ver wil gaan om dat scenario te voorkomen.

Hoewel de dreigementen van Israël onderdeel zijn van een breder patroon en daarom niet eenvoudigweg zullen leiden tot militaire acties tegen Iran, wordt de kans daarop wel steeds groter. Economische sancties zijn nauwelijks meer uit te breiden en oneindig dreigen zonder tot militaire actie over te gaan, zal de geloofwaardigheid van Israël niet ten goede komen. Er zijn echter belangrijke redenen om terughoudend te zijn met een aanval op Iran.

Op de eerste plaats zou het verdeelde islamitische regime na een aanval de rijen kunnen sluiten en zo verloren legitimiteit kunnen herwinnen. Een aanval stelt het regime in staat een halt toe te roepen aan verdere afbrokkeling van zijn achterban, waarmee de push voor democratie in Iran zal worden ondermijnd. De grote groep Iraanse jongeren die het bestaansrecht van de Islamitische Republiek niet erkennen en een duidelijk onderscheid maken tussen het regime en het volk, zullen bij een Israëlische aanval op hun nationalistische tenen worden getrapt, waardoor die scheidslijn zal vervagen.

Door de geschiedenis van Iran bestaat er een hoge gevoeligheid voor elk optreden van buitenaf dat de soevereiniteit van het land bedreigt. Hoewel Iraanse jongeren gedurende de afgelopen decennia een pro-westerse houding hebben aangenomen, zal een aanval op Iran de gevoelens van nationalisme aanwakkeren. Dat terwijl de consequenties van sancties of diplomatiek falen juist vooral aan het regime worden toegeschreven. Een optreden zonder mandaat van de Verenigde Naties zal het beeld van een onderdrukkende, hypocriete internationale gemeenschap daarbij alleen maar versterken.

Ten tweede zal een aanval de kwetsbare welwillendheid van Iraniërs tegenover het Westen bedreigen. Amerika en zijn bondgenoten doen in het Midden-Oosten de zoveelste brandhaard ontbranden. Bij een vergelding zal het Iraanse regime opzettelijk geen onderscheid maken tussen Israël en de overige westerse landen. Daardoor zal het Westen niet kunnen volstaan met verbale reacties en zo betrokken raken in de strijd.

Het risico op een totale escalatie in de regio is daarmee levensgroot. Iran zal Hezbollah en Hamas mobiliseren, waarna betrokkenheid van de rivalen van Iran in de regio – waaronder Saoedi-Arabië en de overige Golflanden – mogelijk volgt. Met de nog niet beëindigde oorlogen in Irak en Afghanistan leidt dit tot een grote chaos in het Midden-Oosten.

Het is altijd hachelijk om de gevolgen van een militaire operatie te voorspellen. Toch durven wij op voorhand te zeggen dat een militaire aanval op Iran waarschijnlijk niet de gewenste uitkomst zal brengen. De levensduur van het regime in Teheran zal eerder worden verlengd. In plaats van militair ingrijpen zouden haviken er verstandig aan doen om in te zetten op de langetermijnoplossing van democratisering en de kortetermijndreiging niet te overdrijven.

Stephan de Vries is politicoloog en werkzaam bij de Teldersstichting. Jamaseb Soltani is antropoloog en promoveert aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam, op een aan Iran gerelateerd onderwerp.

    • Stephan de Vries
    • Jamaseb Soltani