Aanval Iran helpt het regime

Bombardementen op nucleaire installaties zullen een averechts effect hebben.

Een aanval vervreemdt de jeugd van het Westen en houdt Ahmadinejad in het zadel.

In de Iraanse steden Teheran, Jazd, Shiraz en Isfahan heb ik deze zomer ervaren waarom de Iraanse jeugd wordt beschouwd als een van de meest pro-westerse van het Midden-Oosten. Dat ruim een kwart van de bevolking volgens de Iraanse staatsmedia een Facebook-account heeft, laat dit eens te meer zien. Als ze de kans hadden zouden ze waarschijnlijk net als de westerse jeugd midden in de nacht in de rij staan voor de nieuwe oorloggames als World of Warcraft en Battlefield 3.

Hun eindeloze interesse in het Westen wordt slechts overschaduwd door hun afkeer van het beleid en de uitspraken van hun president Mahmoud Ahmadinejad. Ondanks wat relatieve vrijheden voelen velen zich gegijzeld door het huidige bewind. Na het neerslaan van de volksopstand in 2009 – de Groene revolutie – mag het openlijke protest dan misschien gedoofd zijn, onderhuids leeft het verzet nog steeds.

Toch kreeg ik de indruk dat zij een buitenlandse interventie niet zien als de oplossing voor hun problemen. Ook niet nu Ahmadinejad tegen hun zin in niets doet om de nucleaire dreiging die in het Westen en Israël vanuit Iran wordt gevoeld, weg te nemen.

Sterker nog, op Iraanse blogs valt de verontwaardiging al te lezen. Zoals op News About Iran over hoe hypocriet het is dat het Westen in 2009 weigerde in te grijpen tijdens de Groene Revolutie. Toen werd de volksopstand tegen het regime keihard neergeslagen en deed het Westen niets om de opstandelingen te steunen. Een ingreep nu tegen een vermeende nucleaire dreiging zou de indruk versterken dat het Westen alleen uit eigenbelang opereert.

Vooral Israël, met onder de arm het gisteren verschenen rapport van atoomwaakhond IAEA over het Iraanse nucleaire programma, overweegt serieus nucleaire installaties te vernietigen. Een dergelijke aanval zal zonder twijfel in veel grotere mate dan de bombardementen op installaties in Irak (1989) en Syrië (2007) desastreuze gevolgen hebben voor de regio. Het Westen moet er alles aan doen om dit tegen te gaan en werk maken van een duurzame oplossing.

Vooral omdat anders een grote groep bondgenoten in het Midden-Oosten in het harnas wordt gejaagd: de Iraanse jeugd. Militair ingrijpen zal een averechts effect hebben op de strijd die ze voeren tegen het bewind. Een aanval zal Ahmadinejad alleen maar meer legitimiteit verschaffen om zijn gang te gaan. Het is bovendien niet onwaarschijnlijk dat een deel van de pro-westerse jeugd zich uit patriottisme achter het regime zal scharen.

Daarnaast zullen de reacties van extremistische groepen als Hezbollah en Hamas zeer heftig zijn. Daardoor zijn westerse militaire acties ter verdediging van Israël niet uit te sluiten en ligt verdere escalatie op de loer. Wat de pro-westerse houding in Iran en het gehele Midden-Oosten weer verder zal doen afnemen.

In de game Battlefield 3 lopen de Amerikaanse commando’s in 2014 door de straten van Teheran. Laten we hopen dat dit spel geen voorspellende kracht heeft, maar tegen die tijd in Teheran verkrijgbaar is.

Pieter H. Smit studeerde Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft freelance voor diverse (opinie)sites en bladen over politiek, economie en cultuur. Tijdens zijn studie ontstond zijn belangstelling voor Iran. In juni jl. heeft hij een reis door Iran gemaakt.