Olympus bekent miljoenenfraude

Olympus hield weken vol dat zijn boekhouding klopte, maar nu blijkt er toch sprake van grootschalige fraude. De beurswaarde is gekelderd.

Op 1 oktober trad de Brit Michael Woodford (51) aan als baas van het Japanse bedrijf. Zijn dienstbetrekking bleek van korte duur: op 14 oktober stond hij alweer op straat.

Woodford, de eerste niet-Japanner die het bij Olympus tot bestuursvoorzitter had geschopt, was ontslagen omdat hij de Japanse cultuur en managementstijl niet begreep, zo luidde de officiële verklaring. Zelf zei de nieuwe topman na zijn ontslag dat hij mogelijk grootschalige fraude op het spoor was gekomen en dat hij een onderzoek wilde laten instellen.

Olympus hield wekenlang vol dat er niets aan de hand was, maar erkende gisteren, onder druk gezet door de aantijgingen van de ontslagen Woodford, toch jarenlang te hebben gefraudeerd met de boekhouding. Het bedrijf gaf toe dat verliezen op investeringen in de jaren negentig werden verdoezeld door bij overnametransacties hogere kosten op te voeren. Het zou om bijna een miljard dollar gaan.

Zo nam de camerafabrikant, die ook lenzen voor microscopen maakt, in 2008 voor 2,2 miljard dollar het Britse bedrijf Gyrus – een medisch instrumentenmaker – over. Van dat bedrag zou 687 miljoen dollar zijn betaald aan een bedrijf dat Olympus adviezen had gegeven over de overname. In realiteit was het een boekhoudkundige truc om het eerder geleden verlies af te schrijven. Datzelfde kunstje werd toegepast bij de overname van drie Japanse ondernemingen, tussen 2006 en 2008.

Waar adviseurs gewoonlijk 1 à 2 procent van het overnamebedrag krijgen, liepen de bedragen bij Olympus op tot boven de 30 procent. Fictief, weliswaar. Maar dat wist Woodford niet. Hij vond de financiële transacties verdacht genoeg om kritische vragen te stellen.

De beurskoers van Olympus ging hard onderuit door het boekhoudschandaal. De afgelopen weken kelderde de beurswaarde met ruim 70 procent; zo’n 6 miljard dollar. Gisteren dook het aandeel verder omlaag: bij het sluiten van de beurs in Tokio stond het aandeel 29 procent lager op 734 yen (6,83 euro).

Volgens Shuichi Takayama, de huidige topman van Olympus, zijn drie mensen uit de top van het bedrijf verantwoordelijk voor de fraude: oud-bestuursvoorzitter Tsuyoshi Kikukawa, de voorganger van Woodford die ruim een maand geleden vertrok. Vicevoorzitter Hisashi Mori, die gisteren is ontslagen. En tot slot noemde hij Hideo Yamada, de accountant.

Een commissie is ingesteld om te bekijken of de verantwoordelijken strafrechtelijk kunnen worden vervolgd voor beursfraude. Als dat het geval is, kan de camerafabrikant met enorme schadeclaims te maken krijgen. Mogelijk verliest Olympus zijn notering op de beurs van Tokio.

Olympus is in 1919 opgericht, als maker van microscopen. Vanaf de jaren dertig ging Olympus fotocamera’s fabriceren. De digitale fotografiemarkt kenmerkt zich door een hoge mate van concurrentie, vanwege de vele spelers die zich op de markt begeven. Canon had in 2010 het grootste marktaandeel, zo blijkt uit cijfers van marktanalist Bloomberg van april van dit jaar. Het marktaandeel van Canon bedroeg 19 procent. Daarna volgen respectievelijk Sony (17,9), Nikon (12,6), Samsung (11,1), Panasonic (7,6), Kodak (7,4), Olympus (6,1), Fuji (4,9), Casio (4) en wat andere, kleinere camerafabrikanten.

    • Barbara Rijlaarsdam