Niets werkt in Europa zo verlammend als de 'blame game'

Alleen in Nederland wordt de eurocrisis bijna uitsluitend als economisch probleem omschreven. In geen enkele andere lidstaat wordt het debat over de crisis zo gedomineerd door economen, die net als militairen haarfijn kunnen uitleggen hoe zij de vorige oorlog gewonnen zouden hebben. Maar alle economenwijsheid ten spijt: deze crisis is en blijft een politieke vertrouwenscrisis, die na Griekenland nu Italië in haar greep houdt. En daarmee ons allemaal, want wilden de Grieken al niet in eigen sop gaar koken, Italianen kunnen dat niet eens, zo onderling verbonden zijn zij met de rest van ons. De roep om de verantwoordelijkheid af te schuiven naar het IMF of politici te vervangen door technocraten is een duidelijk bewijs dat de crisis politiek van aard is.

Die vertrouwenscrisis zit in ieder land, in het gevoelen dat het sociaal contract waar de samenleving op is gegrondvest, is uitgewerkt. Terwijl de contractsluitende partijen gewoon niet meer bij machte zijn de overeenkomst te moderniseren en duurzaam te maken.

Als iets het Europa van nu kenmerkt, is het het overal heersende gevoel verweesd te zijn, niet meer deel uit te maken van een samenleving die gegrondvest is op een breed gedragen, algemeen belang. Daarom ook voelen vele jonge Europese mannen, vooral als ze aan de kant staan, zich aangetrokken tot een extreem-rechts gedachtegoed, zoals een recente studie van de Britse denktank Demos aantoont. Zij zoeken toevlucht in een gelijkgestemde groep en zien alles wat vreemd is als levensbedreigend. Het is een oeroude Europese ziekte in nieuwe gedaante.

„Ik heb niks met Europa” – hoe vaak zal mij dat niet zijn voorgehouden? Door allerlei Nederlanders, ook in het kabinet waarvan ik deel uitmaakte. Vaak met een twinkeling in de ogen, alsof men iets stouts zei. En toch is het misschien wel de essentie van de Nederlandse houding tegenover de Europese politieke samenwerking. We reizen graag door Europa, voor iedereen onder de veertig is het geografische Europa zelfs een natuurlijke habitat geworden. We zijn bedreven in het benutten van de economische voordelen van Europa, tot jaloezie van vele mede-Europeanen. Maar dat politieke Europa, nee, dat houden we liever ver van ons. Soms doen we net of dat iets nieuws is, of we pas sinds kort kritisch zijn geworden over de EU. Maar de realiteit is dat Nederland vanaf het begin bevreesd was voor een op Frans-Duitse samenwerking gebaseerde politiek – en zich daarom ook altijd heeft ingespannen voor het aan boord trekken van de Britten.

In de afgelopen vijftien jaar hebben nationale politici, ongeacht lidstaat of partijpolitieke achtergrond, draagvlak voor Europese samenwerking gezocht door te benadrukken wat het eigen land er in Brussel uit wist te slepen. In Brusselse vergaderzalen werd braaf het algemeen Europees belang beleden. Maar zodra de perskamer werd bereikt, kon men niet wachten om uit te venten wat men voor eigen land had binnengesleept.

Het is dan ook geen wonder dat de mensen, namens wie men optrad, Europa zijn gaan zien als die moloch op wie je iets moet bevechten en niet als een instrument van een nieuw, bovennationaal sociaal contract.

Wie in de regering zit, geeft andere regeringen de schuld, wie in de oppositie zit, geeft de eigen regering de schuld, het is echt in heel Europa krek hetzelfde. En wie wijst op een jarenlange collectieve verantwoordelijkheid kan op woedende reacties rekenen. Want als iedereen verantwoordelijk is, heeft niemand schuld.

Dat kan niet. Iemand heeft onverantwoord hoge schulden opgebouwd of, spiegelbeeldig, onverantwoord hoge overschotten op de lopende rekening gehandhaafd. Maar ik niet. Dus ik ben onschuldig, de ander heeft het gedaan. Niets werkt zo verlammend als de blame game. In een tijd dat we verlamming kunnen missen als kiespijn.

De EU staat voor de grootste stresstest in haar bestaan, alle lidstaten, zonder uitzondering, staan voor de grootste stresstest sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat kan fout aflopen, dat kan goed aflopen. De kans dat het goed afloopt in een Europa dat ophoudt een politiek project te zijn, gebaseerd op lotsverbondenheid, zowel binnen nationale grenzen als er over heen, lijkt mij vele malen kleiner dan omgekeerd. Dat heb ik dan weer met Europa.

Frans Timmermans is Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Ad Koppejan (CDA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).

    • Frans Timmermans