'Iran smeult onder het oppervlak'

Een militaire aanval op Iran zal voor de regering in Teheran alleen maar extra steun betekenen, volgens activiste Shirin Ebadi.

Iranian Human Rights Defender and Nobel Peace Prize laureate Shirin Ebadi gives a joint press conference on the situation of human rights and democracy in Iranin Brussels on October 5, 2011. AFP PHOTO JOHN THYS AFP

Iedereen heeft het over een aanval op de Iraanse nucleaire installaties, maar wapengeweld zal niets oplossen, zegt Shirin Ebadi. De Iraanse regering is op haar zwakst: het volk vecht voor democratie, en het regime is verdeeld. „Een aanval zal nationalistische gevoelens losmaken. De bevolking zal zich weer achter de regering scharen, en de gelederen binnen de regering sluiten zich.”

Niet een atoomwapen maakt Iran gevaarlijk, zegt de Iraanse Nobelprijswinnares en mensenrechtenadvocaat in een vraaggesprek in Den Haag, maar zijn agressieve buitenlandse politiek: van zijn wapenleveranties aan rebellen in Senegal tot zijn hulp aan de Syrische autoriteiten om burgers te doden. Het ontbreken van democratie en de schendingen van mensenrechten die het regime nodig heeft om aan de macht te blijven, vormen wat haar betreft een ernstiger probleem dan de kernbom die Iran al dan niet ontwikkelt.

De Verenigde Naties hebben zojuist een vernietigend rapport gepubliceerd over de situatie van de mensenrechten in Iran. De VN noemen naast de honderden publieke executies, nog eens honderden geheime terechtstellingen, gevangenzetting en foltering van oppositieactivisten en toenemende onderdrukking van aanhangers van het baha’i-geloof.

Geen aanval, maar wat kan de internationale gemeenschap dan wél doen?

„We moeten onze problemen zelf oplossen. Maar de internationale gemeenschap moet om te beginnen ophouden ondemocratische landen als Iran te steunen. Bijvoorbeeld: het Franse bedrijf Eutelsat haalde op verzoek van de Iraanse regering de BBC en de Voice of America (VOA) van de satelliet Hotbird. Teheran zei dat deze in Iran zeer populaire zenders niet geschikt zijn voor de bevolking. Eutelsat is deels van de Franse staat. President Sarkozy klaagt twee keer per maand over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting in Iran. Hij kan beter Eutelsat ertoe dwingen om de BBC en de VOA weer op Hotbird te zetten.”

En sancties?

„Er moeten geen economische sancties komen, want die schaden de bevolking. Wel gerichte sancties tegen hoge functionarissen die direct verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van de bevolking – een reisverbod, bevriezing van tegoeden. Maar wat gebeurt er? De Europese Unie had een aantal functionarissen op haar sanctielijst gezet. Iran promoveerde drie van hen tot minister: van Buitenlandse Zaken, Oliezaken en Defensie. De EU hief onmiddellijk de sancties tegen hen op.”

U zegt: Iran moet het zelf doen. Maar de Groene oppositiebeweging, die in 2009 massaal de straat op ging, is zo goed als onzichtbaar geworden.

„Dat is het gevolg van het zware staatsgeweld. Maar de grieven van de bevolking nemen alleen maar toe. Iran smeult onder het oppervlak.”

Maar in Syrië, waar het regime nog harder geweld tegen betogers gebruikt, blijven de mensen de straat op gaan.

„In Iran hebben we in de afgelopen dertig jaar een revolutie gehad en acht jaar oorlog tegen Irak. Dat is veel te veel in zo korte tijd. De mensen willen geen geweld. Daarom willen de Iraniërs op een vreedzame manier verder gaan.”

Is de islam wel te verenigen met democratie?

„Jazeker, net zoals andere godsdiensten zolang je de juiste interpretatie gebruikt. Zoals alle godsdiensten heeft de islam verschillende interpretaties. Je hebt ook christelijke kerken die voor of tegen abortus zijn, of voor of tegen het homohuwelijk. Het probleem ligt niet bij religie, maar bij dictaturen die religie misbruiken. Je hebt Saoedi-Arabië, een goede bondgenoot van Nederland, dat niet eens een parlement heeft, en Maleisië en Indonesië, die veel verder zijn gevorderd met democratie. Zijn het jodendom en het christendom te verenigen met democratie? De wortels van alle Abrahamitische godsdiensten zijn gelijk. Maar iedereen is geobsedeerd door de islam.”

In Tunesië, Egypte en Libië boeken na de ‘Arabische lente’ nu de fundamentalisten terreinwinst. Ziet u parallellen met de islamitische revolutie van 1979, toen een fundamentalistische dictatuur de sjah opvolgde?

„Het is niet genoeg om een dictator af te zetten. In 1979 zette het Iraanse volk een dictator af, maar het slaagde er niet in democratie te brengen. In deze landen is er nog geen echte verandering. Daarom ben ik een tegenstander van de term Arabische Lente. Ik denk dat ze nog niet bij de lente zijn aangekomen. Het is niet zeker dat ze daar belanden. Een van de tekenen van lente is verbetering van de situatie van vrouwen. Als dat gebeurt, kunnen we een oordeel geven. Maar daarvan is nog geen sprake.”

U bent in juni 2009 uit Iran vertrokken, vlak voor de omstreden verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad die tot de grote straatprotesten leidde. Heeft u ooit spijt van uw vertrek gehad?

„In Iran heb ik geen enkele mogelijkheid om me bezig te houden met de mensenrechten. Ik kan mijn land beter van dienst zijn als ik van buitenaf werk. Er is een rechterlijke uitspraak waarin staat dat iedereen die met mij samenwerkt vijf jaar gevangenisstraf krijgt. Daarom zitten verscheidene collega’s gevangen.”

In uw recente boek ‘The Golden Cage’ zegt u: „Als we problemen hebben, moeten we die regelen, niet vluchten. Welk nut dienen we anders?” Bent u daarvan teruggekomen?

„Ik bén niet gevlucht! Ik voer campagne. Dankzij mijn activiteit is Nokia uit Iran vertrokken. Ik heb mijn gevecht niet opgegeven. Ik heb alleen een andere plaats gekozen om die strijd te voeren. Ik had ook lekker op een mooi eiland kunnen zitten of zelfs in Iran kunnen blijven en stil zitten na mijn Nobelprijs in 2003. De regering heeft mijn man en mijn zuster gearresteerd wegens mijn activiteit. Ze zijn nu vrij op borgtocht, maar hun paspoorten zijn geconfisqueerd.

„Het is een hard leven. Ik woon op vliegvelden. Ik ben 300 dagen per jaar onderweg – de rest van de tijd woon ik in Canada. Maar het leven van de mensen in Iran is veel harder. Mijn plicht is hun stem te laten horen.”