Iran bouwt een bom

Dat stelt het internationaal atoomagentschap in een zeer kritisch rapport.

Een ‘buitenlands netwerk’ zou Iran bij de ontwikkeling hebben bijgestaan.

Er is geen twijfel mogelijk: Iran ontwikkelt een atoombom. Die conclusie valt te trekken uit de speciale bijlage die atoomenergieagentschap IAEA toevoegde aan een regulier inspectierapport over Iran dat gisteren uitkwam.

Niet eerder sinds de IAEA in 2002 over de nucleaire ontwikkelingen in Iran begon te rapporteren, heeft de organisatie zich in zulke onverbloemde bewoordingen geuit.

De bijlage van twaalf pagina’s bevestigt volledig de berichten die eerder waren uitgelekt naar de Washington Post: Iran heeft ingezet op de ontwikkeling van een zogenoemde implosiebom met hoogverrijkt uranium als kern. Destijds probeerde ook het Irak van Saddam Hussein een dergelijke bom te ontwikkelen.

In lange opsommingen noemt de IAEA de aanwijzingen die volgens hem de militaire bedoelingen van Iran aantonen of aannemelijk maken. Ze roepen sterke herinneringen op aan de IAEA-documenten die (achteraf, na de eerste Golfoorlog) de bedoelingen van Irak blootlegden.

Een belangrijk verschil is dat er deze keer veel aanwijzingen komen uit het buitenland. Meer dan tien niet met name genoemde landen hebben de IAEA informatie gegeven over activiteiten en al of niet geslaagde aankopen van nucleair materiaal door allerlei anonieme Iraniërs.

Speciale aandacht schenkt de IAEA aan ‘een buitenlands netwerk’ dat Iran zou hebben bijgestaan. Daarmee is zonder twijfel het netwerk van de Pakistaanse atoomspion dr. A.Q. Khan bedoeld dat ook Libië en Noord-Korea bijstond.

Achteraf is komen vast te staan dat een Zwitsers lid van dit netwerk voor de CIA is gaan werken. Het netwerk verschafte Iran blauwdrukken van een atoombom, zoals het dat eerder in Libië had gedaan.

Sterke aanwijzingen voor de militaire bedoelingen van Iran ziet de IAEA – nog steeds – in de zogenoemde ‘alleged studies’, een gemengde partij documenten van meer dan 1.000 pagina’s die het atoomagentschap van een derde land ontving. De documenten, waaronder veel handgeschreven brieven, beschrijven plannen en inspanningen van Iran in detail. Iran heeft lange tijd volgehouden dat het hier een vervalsing betrof. De IAEA is na uitputtend forensisch onderzoek van oordeel dat de documenten echt zijn.

Grote overtuigingskracht gaat ook uit van de beschrijving van de activiteiten van „een buitenlandse kernwapenexpert” (een Rus volgens de Washington Post) die de Iraniërs op persoonlijke titel veel nucleaire know-how verschafte. De IAEA heeft de betreffende expert persoonlijk te spreken gekregen.

De IAEA weet vrijwel zeker dat Iran al proefexplosies nam met een dummy-kernkop (zonder uranium) en dat ook raketkoppen geschikt worden gemaakt voor het transport van een kernwapen.

    • Karel Knip