Hij had het nog zo beloofd

Opnieuw is er grote opwinding over Iran.

Die was er voor de publicatie van het IAEA-rapport ook al – alsof de mondiale publieke opinie gemasseerd moest worden.

NEW YORK, NY - SEPTEMBER 21: United States President Barack Obama addresses the opening of the General Assembly on September 21, 2011 in New York City. The annual event, which is being dominated this year by the Palestinians' bid for full membership, gathers more than 100 heads of state and government for high level meetings on nuclear safety, regional conflicts, health and nutrition and environment issues. Spencer Platt/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Opnieuw heeft een rapport over het nucleaire programma van Iran grote internationale opwinding veroorzaakt. En opnieuw was die opwinding zeker zo groot vóór als na de publicatie ervan – alsof de mondiale publieke opinie gemasseerd moest worden in afwachting van de presentatie van de feiten.

Na de speculaties van de afgelopen weken over een Israëlische luchtaanval op Iraanse nucleaire installaties, is de toon van de dreigementen aan Teheran inmiddels aanzienlijk gematigd. Zo zei de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Lieberman, een havik in het kabinet, gisteren nog slechts dat Iran getroffen moet worden door „verlammende sancties”, om Iran te dwingen het verrijken van uranium te staken.

Minister van Defensie Barak gooide ook olie op de golven. Hij noemde de speculaties over oorlog gisteren „misleidend”, al wil hij de optie niet van tafel halen. Het rapport over Iran dat het Internationale Atoomenergie Agentschap (IAEA) deze week heeft verstuurd aan de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en Iran, bevat geen direct bewijs dat Iran werkt aan een kernwapen.

Wel hebben inspecteurs van het IAEA vastgesteld dat Iran bepaalde activiteiten heeft ontplooid die moeilijk anders te verklaren zijn dan door de bouw een kernwapen.

De Iraanse president Ahmadinejad ontkende gisteren fel dat Iran een kernwapen ontwikkelt. Hij brandmerkte de chef van het IAEA alvast als een „Amerikaanse marionet”.

Het nucleaire Non-proliferatieverdrag, waarbij Iran is aangesloten, verbiedt landen die nog niet behoren tot de kernwapen-mogendheden een atoombom te bouwen. De inspecteurs van het IAEA controleren dat.

Het roeren van de oorlogstrom, dat begon in de Israëlische media en versterkt werd door de proeflancering van een Israëlische ballistische raket, had een duidelijke functie. Dat was niet zozeer een riskante oorlog met het grote Iran aan te kondigen, als wel de geesten rijp te maken voor een forse aanscherping van de sancties.

Daadwerkelijke militaire aanvallen heeft Israël nooit van tevoren laten uitlekken. De aanval op de kerncentrale Osirak in Irak (1981) en een vermeende kerncentrale-in-aanbouw in Syrië (2007) kwamen voor de buitenwereld als volslagen verrassing.

Maar de speculaties over een Israëlische aanval op Iran duiken al sinds 1994 met regelmaat op. Net zoals met regelmaat voorspellingen gedaan worden over het aantal jaren dat Teheran nog nodig heeft voor het daadwerkelijk over een kernbom kan beschikken: in 1992 zei de CIA: in het jaar 2000; in 1993 binnen acht tot tien jaar; in 1995 in drie tot vijf jaar; in 2000: mogelijk nu al in staat een kernwapen te maken; en in 2007: Iran kan voldoende hoog verrijkt uranium maken in 2010-2015.

De nieuwe sancties waarover nu gesproken wordt, moeten vooral de Iraanse Centrale Bank en de olie-export treffen. In het Amerikaanse Congres wordt al gewerkt aan wetsvoorstellen die er speciaal op gericht zijn het functioneren van de Centrale Bank te ondermijnen.

Amerikaanse bedrijven is al verboden transacties met de bank te doen. De volgende stap is elk buitenlands bedrijf te straffen dat er zaken mee doet. Het Congres wil de sancties tegen de Iraanse olie- en gasindustrie ook aanscherpen. Pleitbezorgers voor hardere sancties tegen Iran, als het Congres en minister Lieberman, willen dat Europa ook meedoet.

Europese landen – maar ook de Amerikaanse regering – zijn echter beducht voor de gevolgen van zulke verregaande sancties. Het zou enorme repercussies kunnen hebben, niet alleen voor de inkomsten en de valuta van Iran, maar ook voor het mondiale financiële systeem, waarschuwde vorige maand de man die bij het Amerikaanse ministerie van Financiën verantwoordelijk is voor sancties. Want de Iraanse Centrale Bank speelt een sleutelrol speelt bij de financiële afhandeling van de olie-export.

Al jaren zeggen westerse landen dat ze met sancties de druk op Iran opvoeren, maar de strenge taal strookt niet altijd met de praktijk. Zo is de import van de Europese Unie uit Iran (zeven miljard euro), in de eerste zes maanden van dit jaar met negen procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2010.

Het gevaar dat sancties tegen Iran de olie- en gasprijs verder opdrijven, boezemt de Europese landen en ook de regering-Obama extra angst in omdat al een economische crisis dreigt. Iran is de op drie na grootste olie-exporteur in de wereld, en ook een zeer grote gasleverancier.

Oorlogstrom of niet, een vergaande verscherping van de sancties van de VN is vooralsnog uitgesloten. Rusland en China, permanente leden van de Veiligheidsraad met veto-macht, staan altijd al zeer kritisch tegenover strafmaatregelen tegen Teheran. De Israëlische minister Barak zei gisteren ook niet te verwachten dat deze landen zullen instemmen met „dodelijke” sancties tegen Iran. Vandaar, zei hij, dat „geen optie van tafel kan”.

Iran heeft al veel last van de sancties. Het heeft de luchtvaartmaatschappij van Qatar gevraagd binnenlandse vluchten over te nemen omdat de Iraanse vliegtuigen door gebrek aan onderdelen uit de lucht vallen. Maar het blijft erbij: nooit zal het toegeven aan de „onrechtvaardige” eisen van de internationale gemeenschap.