Het gaat helemaal niet om Berlusconi

Het is maar de vraag of de Italianen beter af zijn zonder Berlusconi. Het verlies van vertrouwen gaat niet alleen over de premier. De Italianen zouden weleens hun geld van de Italiaanse banken kunnen halen en kunnen stallen bij buitenlandse firma’s, vreest Erik Jones.

De centrum-rechtse coalitie van Silvio Berlusconi loopt op haar laatste benen. De premier heeft gisteren beloofd om op te stappen zodra de bezuinigingsvoorstellen zijn aangenomen. Zijn voornaamste adviseurs houden hem voor hij zijn parlementaire steun verspeelt. De crisis op de markt voor Italiaanse staatsschuld heeft inmiddels bereikt wat de oppositie niet voor elkaar wist te krijgen. Berlusconi zal misschien nog een paar dagen of weken aan de macht blijven, maar economisch heeft hij al een motie van wantrouwen aan zijn broek.

Helaas is daarmee voor Italië de economische crisis nog niet voorbij. Ook in het gunstigste geval – als de macht kan verschuiven van de centrum-rechtse coalitie naar een brede, technocratische regering – blijft de inheemse, institutionele besluiteloosheid Italië hinderen. Erger nog: ook de obligatiemarkten en de Italianen zelf zijn zich hiervan terdege bewust.

Het verlies van vertrouwen op de obligatiemarkt ging nooit alleen – of zelfs hoofdzakelijk – om Berlusconi. De Italiaanse obligaties werden ook nog verkocht tegen redelijk hoge prijzen in de bijna twee jaar van schandaal tussen april 2009 en juni 2011. Pas in juli 2011 keerde de markt zich tegen de Italiaanse obligaties en pas eind augustus stegen de Italiaanse obligatierendementen onmiskenbaar uit boven die in Spanje.

Toen Standard & Poor’s in september en Moody’s in oktober de kredietwaardigheid van Italië verlaagden, klaagden zij bovendien niet alleen over de ondoelmatigheid van de regering, maar ook over de verregaande starheid van de publieke sector. Die starheid vertraagde de besluitvorming en veroorzaakte een onaanvaardbaar ‘uitvoeringsrisico’ – in het jargon van de beoordelaars.

Met deze stelling bevestigden de kredietbeoordelaars iets wat bij gewetensvolle beleggers allang bekend is. Italië is alleen kredietwaardig zolang de Italianen het vertrouwen in hun staat behouden. Het land heeft meer dan genoeg rijkdom en spaargelden om de overheidsleningen te dekken, maar zodra de Italianen het vertrouwen in hun politieke leiding kwijtraken, volgt een vlucht naar veiligheid. Hierdoor storten de staatsfinanciën in. Dan zou de enorme rijkdom onder de Italiaanse huishoudens al snel veranderen in een bankrun, ten koste van de tegoeden bij het binnenlandse bankenstelsel, en daarmee de markt voor staatsschuld onderuithalen.

Door de Italiaanse deelname aan de euro en de openheid van internationale financiële markten is zo’n vlucht naar veiligheid belachelijk eenvoudig. Buitenlandse banken als Deutsche Bank zijn in elke stad van enige omvang voorhanden. De website van de Deutsche Bank vermeldt 280 filialen voor normaal verkeer en nog eens 109 voor private banking. De medewerkers willen potentiële Italiaanse klanten maar al te graag helpen om hun beleggingen en spaar- en betaalrekeningen te verhuizen. Ook kunt u een onlinebetaalrekening openen. Zo kunnen de Italianen hun geld in het buitenland zetten en het toch dicht bij huis houden.

Niets is eenvoudiger.

De enige manier om Italië te stabiliseren is door het vertrouwen van de Italianen in hun publieke instituties te herstellen. Dit zal niet meevallen zolang de premier ontkent dat er een probleem bestaat. Nog moeilijker wordt het door het gerucht van 2 november – later luidkeels door de regering ontkend – dat de staat op elke betaalrekening in het land een speciale belasting zou heffen van zo’n driehonderd euro. De toestand zal ook niet veel verbeteren als de premier plaatsmaakt voor een coalitie van onwillige en ijdele partijleiders, hoe breed ook.

De Italiaanse staat zal het verloren vertrouwen van de markt moeten terugverdienen. Hiertoe dient het vertrouwen van het Italiaanse volk te worden herwonnen. Dit wordt een moeilijke opgave. Berlusconi mag dan misschien opstappen, maar deze crisis heeft nog een lange weg te gaan.

Erik Jones is professor of European studies aan de Johns Hopkins School of Advanced International Studies, directeur van het Bologna Institute for Policy Research en senior research fellow aan Nuffield College, Oxford.

    • Erik Jones