Fijn, een belegger in het gevang

scene uit de film Margin Call (2011) FOTO: Benelux Film

Margin Call. Regie: J.C. Chandor. Met: Kevin Spacey, Jeremy Irons, Paul Bettany, Demi Moore, Stanley Tucci. In: 18 bioscopen ***

Tower Heist. Regie: Brett Ratner. Met: Ben Stiller, Eddie Murphy, Alan Alda, Matthew Broderick. In: 73 bioscopen. **

Wat gebeurde er in die glazen torens vlak voor de kredietcrisis? We willen het niet weten: de film Margin Call was elders geen succes. Zoals voor 2008 films over Irak en Afghanistan flopten, zo is de kredietcrisis nu ‘box office poison’. Hoewel we met de eurocrisis al veel dominostenen verder zijn, in de bioscoop willen we hooguit heel indirect worden geconfronteerd met slecht nieuws.

Jammer, want Margin Call biedt stof tot nadenken. Het laatste etmaal voor de kredietcrisis in een verzekeringsbank op Wall Street: een duister, claustrofobisch spiegelpaleis waar een in het verleden met Oscars overladen sterrenensemble bijeenkomt om de gevolgen van financieel wanbeheer af te wentelen op klanten, relaties en de mensheid in het algemeen. Het lijkt wel een droom, mompelt de verbijsterde baas nu zijn complexe financiële producten niks waard zijn. „Volgens mij worden we juist wakker”, denkt een ondergeschikte.

De kwestie die Margin Call aan de orde stelt is deze: hoe werkt een systeem dat honderden, duizenden handelaars zover krijgt dat ze glimlachend al hun vrienden en contacten belazeren? De film concentreert zich op een groep bankiers. De geroutineerde middenmanager Sam (Kevin Spacey), de jonge raketgeleerde Peter (Zachary Quinto) die zijn talent verspilt aan zwendelconstructies, de arrogante, lege ‘boy wonder’ Jared (Simon Baker), Sarah (Demi Moore) die mejuffrouw Spijkerhard speelt. En dan de grote baas John zelf: Jeremy Irons in oeroude vampierstijl. Soms denk je dat een gevorkte tong tussen zijn lippen flitst.

Deze bankiers hebben best een geweten, sommigen waarschuwden ooit voor risico’s ( met ‘onvoldoende urgentie’). Maar nu het ‘bloedbad’ nadert, de ‘Big One’, blijkt de beloning voor goedheid steevast armoede en voor verdorvenheid een paar miljoen dollar. Straf en beloning: ingewikkelder is het niet. En daarna het geweten sussen met wat neodarwinisme. Moraal is voor losers: zo werkt de markt nu eenmaal.

Margin Call toont dat met wel erg veel begrip voor de mens in krijtstreep. Regisseur Chandor, zoon van een bankier, vangt zijn helden vaak in extreme close-up in een vervreemde omgeving van zwart glas, ziek licht en zoemende ambientmuziek. Zijn bankiers ogen vlak en gedeprimeerd, alsof iets loodzwaars op hun schouders drukt. Ze neigen tot filosofische dialogen in stripclubs: over de onhoudbaarheid van het systeem, de moraal van hun salaris of de nutteloosheid van hun werk. Dat maakt Margin Call te begripvol en didactisch, maar ook leerzaam.

De komische tegenhanger van Jeremy Irons is Alan Alda als superbelegger Arthur Shaw in Tower Heist. Het bevredigende van komedies is dat schurken herkenbaar zijn en verliezen: Alda als de zijige, hedonistische charlatan het onderspit zien delven maakt Tower Heist bijna tot een bevredigende film. Bijna.

Komedies scoren goed in moeilijke tijden. Nu de malaise als een donkere wolk boven Amerika blijft hangen, zijn harde komedies de zomerhits: Bridesmaids, The Hangover 2. Op televisie leek de sitcom (serie met ingeblikte lach) voor 2008 de strijd te verliezen van drama en realityshows. Daarna groeiden ze weer uit tot kijkcijferkanonnen: zeven van de tien best bekeken programma’s zijn nu sitcoms, vijf jaar terug nul.

Een komedie kan ook voorzichtig aan de olifant in de kamer snuffelen. Een recente hitkomedie, Horrible Bosses, gaat over drie werknemers die hun horrorbazen moeten vermoorden: ontslag nemen is nu even geen optie. In Tower Heist, nu in roulatie, wreken ‘werkezels’ en ‘prikklokkers’ zich op de belegger die hun geld wegtoverde. Personeel van de Trump Tower, symbool van klatergoudkapitalisme, versus bewoner.

Helaas stelt Tower Heist na een veelbelovend begin teleur. Het ensemble draait bekwaam zijn routines: Ben Stiller de neuroot, Eddie Murphy de brulboei, etc. Maar er zijn zoveel komische personages dat op Alan Alda na niemand echt ademt in dit prutscript vol overbodige wendingen dat de essentie van de overvalkomedie negeert: briljant plan, improvisatie en komisch toeval. Je begrijpt hun plan niet, noch wat ze doen of hoe ze dat doen.

Het is adembenemend om een rode Ferrari langs de gevel van Trump Tower te zien takelen, maar hoe blijft dat onopgemerkt als op straat een miljoen Amerikanen omhoog kijken naar de ballonnen van de Thanksgiving Day Parade? Aan een dwaze komedie moet je je overgeven, zeker, maar zonder interne coherentie, toonvastheid en een zekere semiplausibiliteit lukt dat niet. Tower Heist is zo slordig met details, zo vol losse eindjes, dat niets de leuke personages, scènes en dialogen bijeenhoudt. Jammer. Want bevredigend blijft het, een belegger achter de tralies. Al gebeurt dat vooral in Hollywood.

Coen van Zwol