Fast food dat je in de hemel zou vinden

De kip scharrelde, de koffie is fair trade, overal zitten groenten bij.

Maar de toonbank ziet eruit als bij McDonalds en het eten is goedkoop en snel klaar.

Een Happy Meal waar je vrolijk van wordt. Dat is in één zin waar de Britse restaurantketen Leon voor staat. Want Leons kip is hormoonvrij en scharrelde, de koffie is fair trade, in plaats van frietjes krijg je bruine rijst of pitabrood, en overal zitten groenten bij. Een menu kost net iets meer dan een hamburgermenu, maar is goedkoper dan noedelsoep van de qua snelheid en gezondheid vergelijkbare keten Wagamama.

En ja, het is fast food. Achter de toonbank staat eenzelfde soort buffetkast als bij McDonald’s. Bruine kartonnen bakjes worden er met grote snelheid door de keuken geschoven; de gemiddelde tijd tussen bestelling en de ontvangst van het eten was bij de drie bezoeken van deze krant bij drie verschillende vestigingen onder de twee minuten.

Leon werd in 2004 opgericht door Henry Dimbleby, diens studievriend John Vincent, en Allegra McEvedy, die onder meer als chef had gewerkt bij het River Café (waar ook Jamie Oliver begon). Managementconsultant Dimbleby was voor zijn werk vaak op pad en werd dus gedwongen „eindeloos afschuwelijke kipkerriesalades” te eten, vertelde hij in een interview. „Het was vaak de keuze tussen sandwiches, een maag vol vet, of in een restaurant gaan zitten en je laten bedienen.”

Dimbleby, Vincent en McEvedy droomden van „een fastfoodrestaurant zoals je die in de hemel zou tegenkomen”, met seizoensgebonden producten die lokaal en verantwoord werden geproduceerd, waar vegetariërs en veganisten welkom waren, en waar glutenvrije gerechten te koop zouden zijn. Dat werd Leon.

Dat ze goed aanvoelden wat de Londenaar wilde, blijkt wel uit het feit dat er inmiddels tien Leon-vestigingen zijn. Ze zijn alle open voor ontbijt, lunch, en de meeste ook voor avondeten.

En het eten is lekker. De lunchdoos met bruine rijst en barbecuekip bevat zacht gegrilde kip, die eerst is gepocheerd in groentebouillon, een pittige barbecuesaus met chipotle chilipepers en tamarinde, en een Griekse yoghurtsaus. Die blijkt na bestudering van de website – waar alle ingrediënten en calorieën staan vermeld – een lichte knoflooksaus te heten. Zo licht, dat de citroen de boventoon vormt. Alles wordt gegarneerd met peterselie, munt, zonnebloempitten en sesamzaadjes. De vegetarische opties zijn nog beter. Een supersalade bestaat uit bijvoorbeeld quinoa, met broccoli, fetakaas, erwten, komkommer, avocado en verse kruiden. Het lekkerste zijn de zoete aardappelballetjes, de Leon-variant op falafel. En het is niet allemaal gezond. Leon denkt ook aan de zoetekauw: de vitrines liggen vol met brownies en koekjes.

’s Avonds schenkt Leon alcohol (biologische cider en cocktails), komt het eten in schaaltjes, en wordt het naar je tafel gebracht nadat je het aan de toonbank hebt besteld. Ook dat gaat snel.

Het enige minpunt is dat de porties klein zijn – en dit komt van iemand die geen grote eter is. Het schaaltje broccoli en de aardappel-falafels zijn niet genoeg voor een avondmaal, zelfs niet met olijven als voorgerecht en het warme citroen-gembercakeje met vlierbloesemijs toe, en het extra bijbestelde schaaltje kip. Aan de andere kant past ook dit in de filosofie van Leon: zo wordt er geen eten verspild. De keten is een van de oprichters van de Sustainable Restaurant Association, dat het eten dat restaurants jaarlijks weggooien (een halve kilo per restaurantbezoeker per etentje), wil terugdringen.

Het fijnste is vooral dat Leon niet ‘geitenwollensokkengezond’ schreeuwt. Zo ben je goed bezig, zonder dat je dat voortdurend wordt ingewreven.

    • Titia Ketelaar