De langste dag van Silvio Berlusconi

Tot op het laatste moment stribbelde Berlusconi tegen. Maar in het parlement bleek dat hij geen meerderheid had. Hij gaat weg – al is nog niet duidelijk wanneer precies.

Italy's Prime Minister Silvio Berlusconi (C) and his ministers look at the figures following a vote on Italy's public accounts at the parliament on November 8, 2011 in Rome. Prime Minister Silvio Berlusconi's main coalition partner, Umberto Bossi, called for his resignation the same day ahead of a knife-edge vote as Italy came under acute pressure from record borrowing rates to finance debt. AFP PHOTO / VINCENZO PINTO AFP

Het was misschien wel de meest vernederende en slopende dag uit de lange politieke loopbaan van Silvio Berlusconi. De eerste klap kreeg hij rond het middaguur, van zijn trouwe coalitiepartner Umberto Bossi. De leider van de Lega Nord bromde tegen cameralieden dat Berlusconi „een stap opzij moet doen” om ruimte te maken voor de fractiesecretaris van Berlusconi’s partij, Angelino Alfano.

Berlusconi weigerde toen nog ferm. Hij hield zich aan zijn voornemen om in het Huis van Afgevaardigden „de verraders in de ogen te kijken”. En die dissidenten waren er, meer dan hij in zijn angstigste dromen had kunnen vrezen.

Urenlange pogingen om hen in gesprekken onder vier ogen op andere gedachten te brengen, faalden. Al hielden zijn naaste medewerkers de hele dag publiekelijk vol dat de regeringscoalitie nog immer over een meerderheid beschikte.

Terwijl de rente op de Italiaanse staatsobligaties verder steeg, vroeg werkgeversvoorzitter Emma Marcegaglia om maatregelen: „Los van het lot van Berlusconi is het nu essentieel dat de hervormingen snel worden doorgevoerd.”

La Repubblica onthulde dat eurocommissaris voor Monetaire Zaken Olli Rehn Italië opnieuw om extra bezuinigingen had gevraagd, omdat de rentestijgingen, de grotere kosten van de staatschuld en de tegenvallende groei een deel van de bezuinigingen van deze zomer al hadden opgeslokt. „De situatie is dramatisch”, aldus Rehn. Extra ingrepen zijn nodig om in 2013 een begrotingsevenwicht te realiseren.

In Rome betrok toen de lucht. Regen kwam met bakken uit de lucht. Bliksemschichten flitsten vervaarlijk boven het parlementsgebouw toen Kamervoorzitter Gianfranco Fini de parlementszitting opende. Een dik half uur later al, om 4:12 uur, was het vonnis voltrokken.

Berlusconi kwam acht stemmen tekort om de absolute meerderheid te behouden: 308 parlementariërs keurden de jaarrekening 2010 goed, 321 onthielden zich van stemming.

De premier leek het eerst niet door te hebben. Hij verifieerde bij zijn minister van Binnenlandse Zaken, Roberto Maroni, wat de uitslag was. Die reageerde als een sfinx, trok uiteindelijk een wenkbrauw op en liet weten dat de meerderheid in rook was opgegaan.

Maroni’s lichaamstaal was duidelijk: „Ik heb je zaterdag al via de tv gewaarschuwd dat het zinloos is om door te gaan als de steun ontbreekt.”

Onmiddellijk na de stemming vroeg oppositieleider Pierluigi Bersani van de Democratisch Partij om het vertrek van de premier: „Ik vraag u, minister-president, met al mijn overtuigingskracht om de situatie eindelijk te onderkennen [...] en af te treden.” Op Bersani’s opmerking dat de premier de meerderheid niet meer had, reageerde Berlusconi nog met „mah”, te vertalen met „nou en?”

Berlusconi schreef wat op een papiertje en werd betrapt door een fotograaf van persbureau Ansa die zijn telelens zo wist te richten dat de woorden leesbaar werden: „Ik neem acte”, „dien ontslag in”, „doorstart”, „verkiezing”, „president van de republiek’’ en een „oplossing”. Hij vulde de woorden aan met de zin: „308, 8 verraders”. Direct daarna checkte de premier op een lijst wie hem in de steek hadden gelaten.

„Wij verwachten dat de premier nu naar de president gaat. Zo niet, dan dienen we een motie van wantrouwen in”, liet Rosi Bindi van de Democratische Partij de premier via de tv weten. Ze zei te hopen dat dit niet nodig zou zijn, omdat de procedures vereisen dat er pas drie dagen na indiening van zo’n motie over kan worden gestemd. „Hoe langer Berlusconi uit eigenbelang en voor het belang van zijn bedrijven aanblijft, hoe hoger de rekening wordt die Italië betaalt.’’

Kringen rond de premier hielden tot in de avond vol dat Berlusconi niet van plan was af te treden. Het betreft hier een stemming over de jaarrekening, geen motie van wantrouwen, zeiden ze. „Berlusconi verdient een beter einde dan dit”, klonk het.

Om zes uur kwam het bericht dat Berlusconi naar president Napolitano zou gaan. Maar eerst ging hij in conclaaf met coalitiepartner Bossi. Die zei: „Berlusconi beslist op de heuvel”, zoals het paleis van de president, het Quirinaal, wordt genoemd.

Dat gebeurde. Om acht uur meldde Napolitano in een schriftelijke verklaring dat Berlusconi zou aftreden zo gauw het eerste hervormingspakket is aangenomen: „Daarna geeft hij zijn mandaat terug aan het staatshoofd.”

Of dat nu rond half november is als de stemming in de Senaat plaatsvindt of enkele weken later na stemming in de Kamer, bleef onduidelijk.

Een uur later zei Berlusconi: „Ik voel me niet alleen verrast, maar ook verdrietig. Ik voel me verdrietig, omdat de personen die niet hebben willen stemmen, mensen waren met wie ik me jarenlang verbonden voelde, vanaf het begin van mijn partij Forza Italia. Met hen had ik een menselijke en vriendschappelijke verhouding.’’