Apart hè? Allemaal vrouwen

Schrijver Marcel van Roosmalen bezoekt een secretaressedag.

Een perfect moment voor de vrouwen om de spanning van zich af te zingen.

Nederland, Soesterberg, 02-101-2011 Soesterberg - De 'Secretaresse Groeidag' in Conferentiehotel Kontakt der Kontinenten te Soesterberg. De dag staat in het teken van 'Ontmoeting & Verbinding' . Hier zingen de secretaresses met zijn allen op 'lean on me' van Bill Withers. ©Jan-Dirk van der Burg Burg, Jan-Dirk van der

‘Secretaresse Groeidag’. Ik had positief gereageerd op de hyperenthousiaste uitnodiging van secretaresse-coach Ingrid Geul, dus we moesten. De thema’s: ‘ontmoeting’ en ‘verbinding’.

Ingrid raadde ons vooraf telefonisch aan te komen tijdens de zangworkshop, het meest spectaculaire deel van de dag.

Wij naar het conferentiehotel Kontakt der Kontinenten in Soesterberg, een plek waar de gekste evenementen plaatsvinden.

We gingen naar het zaaltje.

We troffen er twintig vrouwen van middelbare leeftijd in een kring, ze draaiden met de heupen ritmisch mee op het nummer ‘Lean on me’, het ideale secretaresselied. In het midden een blonde zangcoach in countrykleding. Ze spoorde iedereen aan om zich vooral te laten gaan.

Toen we binnen kwamen, viel de les stil. Er werd gegild.

Eigenlijk wilden we toen al weg.

Een van de vrouwen kwam naar ons toe gehuppeld, Ingrid Geul, dat wist ik meteen.

„Hoe voelt dat nu tussen allemaal vrouwen? Dat is apart hè, allemaal vrouwen. Raar toch, tussen allemaal vrouwen.”

Daarna: „Doe maar mee! Doe maar mee! Doe maar mee! Doe maar mee!”

Ik koos een plekje ergens achterin. Fotograaf Jan-Dirk, hij was tenslotte verantwoordelijk voor het beeld, ging middenin de kring staan. Het zorgde voor veel opwinding.

Een half uur lang bestudeerden we de secretaresses die steeds wilder werden. Vooral het refrein – oehoe-oehoe – werd hartstochtelijk meegeschreeuwd.

Ingrid Geul kwam tijdens het zingen naar me toe om te zeggen dat ze nu al wist dat het woord ‘oehoe’ terug zou komen in de tekst. Ze had gelijk, maar dat was ook omdat ‘oehoe’ zo’n beetje het enige woord was dat ik kon verstaan. Toen het zingen en swingen voorbij was, was het lunchpauze. De ramen waren ervan beslagen. De dames gingen naar buiten om te luchten en te lunchen.

Er stonden daar schalen met Marsjes en appels, de Marsjes waren het eerste op. Er waren secretaresses die er twee of drie aten, ze hadden tenslotte veel calorieën verbrand.

We zaten aan houten tafels. Mijn tafeltje was omsingeld door de organisatie.

Ingrid Geul en drie andere secretaressecoaches, in wie ik de meest enthousiaste zingers/swingers ontdekte, praatten me bij over ‘het nieuwe werken’ en de problemen die dat met zich meebracht.

Een van de organisatoren zei de hele tijd dat een secretaresse „een spin in het web is” en ze vond alles wat ik zei „een achterhaald beeld”.

Ingrid zei dat het vooral een leuke dag was en dat we beslist een stukje intervisie moesten meemaken. Intervisie was: in kleine groepjes met een coach praten over werkgerelateerde problemen.

Ingrid: „Het leuke is dat we er dan een probleem uitpikken en daar gaan we dan met de rest over roddelen. Zo hard, dat ze het net kan verstaan.”

Ingrid: „Een heel serieus iets, maar dan luchtig verpakt.”

De zangcoach kwam informeren of ze nog nodig was, als we wilden konden we haar een half uur interviewen. Ingrid pakte me vast en zei dat een secretaresse zeer veelzijdig was. „Ook haar naam is veelzijdig: Management Assistent, Office Manager, Personal Assistant.”

De middagsessie begon met een meditatie. De secretaresses moesten rechtop zitten, contact maken met de aarde, de ogen sluiten, stil zijn en rustig ademen. Toen dat gelukt was, zaten ze vol energie. De intervisie begon. Een voor een vertelden ze over hun problemen.

„Ik moet flexibel werken”, zei een vrouw van een jaar of vijftig. „Nu zit ik een dag per week thuis. Mijn vraag is: mag ik dan een was draaien of moet ik acht uur achter elkaar achter de computer?”

Een ander zat met de ‘open-door-policy’. „De deuren moeten open, ik ben de spin in het web, maar dan komen ze me dus problemen vertellen en dan doen ze zelf de deur dicht en dan zeggen anderen weer dat de deur dicht was.”

Voor de rest hadden ze allemaal hetzelfde probleem: het was moeilijk om ‘nee’ te zeggen, waardoor werk en privé heel erg door elkaar liepen.

Een wanhopige secretaresse: „Ik ben een vat. Iedereen dondert er alles in. Op een moment zit ik vol.”

Ingrid Geul, die al een hele tijd stil was geweest, legde een vinger bij haar mond en vroeg: „En dan?”

De vrouw: „Ik ben wel eens bang dat ik knap.” Een magere secretaresse: „Ik ben ook bang dat ik knap.”

Omdat ze allemaal bang waren om te knappen, werd dat het roddelonderwerp. Ingrid vond het fijn dat ze allemaal met hetzelfde zaten. Voor Jan-Dirk en mij was dat ook fijn.

Het nieuwe werken verhoogt de werkdruk voor secretaresses, dat kan worden opgelost door ze af en toe naar een ‘secretaresse-groeidag’ te sturen. Daar kunnen ze er voor 199 euro per persoon over praten met lotgenoten, de spanningen van zich af zingen. In de pauze mogen ze zoveel appels en Marsjes eten als ze willen.