Amsterdam rekent op einde van veertig kunstinstellingen

De gemeente Amsterdam gaat in de periode 2013-2016 6,5 miljoen euro bezuinigen op kunstinstellingen, in plaats van de aangekondigde 9,8 miljoen. Dat staat in het vandaag verschenen kunstenplan Voor de stad en de kunst. Door te korten op het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Amsterdams Uitburo is er 3,3 miljoen euro meer te vergeven dan verwacht. Maar de bezuinigingen zullen nog altijd pijnlijk zijn, zei wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA) vanmorgen bij de presentatie. In plaats van 89,1 miljoen gaat er straks 82,6 miljoen naar kunst in Amsterdam. Gehrels vreest dat daardoor zeker 40 tot 50 instellingen zullen verdwijnen.

De wethouder volgt in grote lijnen de koers van het kabinet. Er wordt meer nadruk gelegd op cultureel ondernemerschap en 13 topinstellingen worden gespaard. Het gaat daarbij om het Koninklijk Concertgebouw Orkest (KCO), het Concertgebouw, het Muziektheater aan ’t IJ, Paradiso, de Melkweg, Toneelgroep Amsterdam, de Amsterdamse Stadsschouwburg, Het Nationale Ballet, het Muziektheater, het Holland Festival, Het Stedelijk Museum, het Amsterdam Museum en het IDFA.

Wel moeten zij gemiddeld tien procent bezuinigen, waarmee Gehrels in één keer 6,5 miljoen wint. Over wie hoeveel precies moet inleveren, zal de Amsterdamse kunstraad in juni 2012 adviseren. Maar het gemeentebestuur pleit er alvast voor het Koninklijk Concertgebouw Orkest helemaal te sparen.

Naar deze dertien topinstellingen gaat straks nog 56 miljoen euro. Er is 13 miljoen voor nog 16 niet met naam genoemde instellingen, verdeeld in ‘functies’: onder meer één productiehuis theater, één productiehuis dans en één jeugdtheatergezelschap. Zo stelt Gehrels een deel van de talentontwikkeling in Amsterdam veilig. In principe maken alle instellingen die aan die functie voldoen nog kans met hun aanvraag – de kunstraad adviseert uiteindelijk wie in aanmerking komt. Overige instellingen kunnen een aanvraag doen binnen de ‘vrije ruimte’, waarin nog eens 13,6 miljoen beschikbaar is. Dat geldt bijvoorbeeld voor overige jeugdtheatergezelschappen en productiehuizen en voor alle Amsterdamse festivals.

Wel moeten de aanvragers voldoen aan een nieuwe drempel van minimaal 25 procent eigen inkomsten. Door de Amsterdamse kunstsector wordt nu gemiddeld 38 procent eigen inkomsten gehaald, dat moet in 2016 50 procent zijn. Grote instellingen met een gegarandeerd publiek zullen dit volgens Gehrels deels uit hogere toegangsprijzen moeten halen. En, redeneert zij, door het sneuvelen van instellingen zal het publiek voor andere sowieso toenemen.

    • Herien Wensink