Ah jakkes wat een wansmaak

Sinds mensenheugenis maakt de oude elite zich vrolijk om de slechte manieren van de nieuwe rijken, constateert August Hans den Boef.

Tv-babe en viseter Jort Kelder heeft tegenwoordig een programma over het verschil tussen oud en nieuw geld in Nederland. Het is hoogst merkwaardig hoe positief op dit programma wordt gereageerd, zoals in het artikel Tv-presentator Jort Kelder redt onze cultuur, van David Cassuto (Opiniepagina, 3 november).

Merkwaardig, omdat de afkeer van de oude elite voor de nieuwe rijke – kwasterig ook wel homo novus genoemd – zo oud is als de weg naar Rome. Ouder zelfs: de Griekse komedieschrijver Aristophanes spotte 2.400 jaar geleden met de leerlooier Kreon. Die was volgens hem ongeschikt om de staat te besturen. Aristophanes zelf was een rijke grondbezitter.

Classicus en dichter Jan-Pieter Guépin wees er in 1992 op dat in de klassieke genreleer de komedie zijn typen uit de middenklasse haalt, omdat het heroïsche voorbehouden is aan de adel: „Het gedrag van de burgerij is voor de welgeborenen in essentie komiek.”

Theatermaker Molière vermaakte in de zeventiende eeuw, met onder meer Le Bourgeois gentilhomme, zijn adellijke publiek met de gegoede burger, die zo graag – en zo slecht – de adel probeerde te imiteren.

In het begin van de negentiende eeuw sprak de gezeten burgerij vol walging over degenen die rijk werden in de koloniën, zoals de familie Kegge uit Hildebrands Camera Obscura. De zonen van Kegge maakten zich weer boos over de eigenaren van de nieuwe, walmende industrieën. De kinderen van de laatsten, de ‘havenbaronnen’, klaagden in het begin van de twintigste eeuw op hun beurt over de parvenu’s die hun kapitaal bij elkaar haalden in de geldhandel. Als het om Joden ging, noemden ze die „poenen”, vanwege hun vermeende voorkeur voor sigaren, opzichtige kledij en sieraden.

Na de oorlog maken de nazaten van deze parvenu’s weer wrange grappen over de nieuwe rijken van onze tijd, met hun ‘blingbling’.

Sociologisch gezien is dit een interessant verschijnsel, en dan vooral de positie van de media hierin. Die plegen immers mee te gaan met de vorige generatie rijken, net als destijds Aristophanes, Molière en Hildebrand.

Natuurlijk getuigen de nieuwe rijken van een akelige wansmaak, maar het gaat veel en veel te ver om de oude elite te idealiseren. Is Harry Mens werkelijk erger dan Piet Hein Donner of Sweder baron van Wijnbergen?

Je hoeft anderen niet op een grove manier buiten te sluiten. Je kunt iemand ook minzaam en beschaafd, met zachte stem en vriendelijke bescheidenheid duidelijk maken dat hij er niet bij hoort. Dat is voor de betrokkene waarschijnlijk zelfs nog vernederender.

Jort Kelder en zijn fans lijken dan ook op jongetjes van tien jaar die ruziën over de vraag of een Bugatti Veyron EB16.4 beter is dan een Spyker C8 Aileron.

August Hans den Boef is docent aan het Instituut voor Media en Informatie Management van de Hogeschool van Amsterdam.

    • August Hans den Boef