Zíj sloeg als eerste en toen sloeg ik terug

Michelle sneed haar polsen door en verwondde de verpleegkundige die haar wilde verbinden.

De politierechter biedt haar therapie aan. Die wil ze niet.

Wie: Michelle de J.

Staat terecht voor: schoppen en slaan van een ambulanceverpleegkundige

Waar: rechtbank Utrecht

Voor Michelle de J. lijkt de zitting bij de politierechter in Utrecht best goed te verlopen. Schuldbewust geeft ze antwoord op de vragen. Nee, zegt Michelle, natuurlijk had ze de verpleegkundige die haar wilde helpen, niet moeten slaan en schoppen. Ze had naderhand ook best haar excuses willen aanbieden, maar ze wist niet zo goed waar.

Michelle is 19 en werkt als kapster. Vast een hippe kapper, want het onderste deel van haar lange haar is donkerbruin en het bovenste deel peroxideblond. Ze draagt een bodywarmer en glimmende zwarte Nikes met een roze randje.

Dat ze zegt dat ze spijt heeft, doet ertoe. De rechter wil inschatten hoe groot de kans op herhaling is. Maar het beeld van Michelle kantelt als de politierechter haar vraagt of ze hulp wil – therapie, bedoelt de rechter.

Bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat ze niet meer naar drugs grijpt als het leven tegenzit, zoals op zaterdag 20 augustus, toen ze amfetamine slikte en haar polsen probeerde door te snijden.

Bedeesd zegt ze: „Liever niet.”

Stilte.

Politierechter H. Brouwer: „Je zegt: liever niet. Waarom niet?”

„Dat kost veel tijd. En ik denk eigenlijk niet dat ik hulp nodig heb.” De officier van justitie zal later nog met verbazing aan dit antwoord refereren.

Op de eerste rij in de rechtszaal zit de vriend van Michelle – achterover geleund, benen wijd. Hij sloeg op zaterdag 20 augustus alarm toen zijn vriendin had geprobeerd haar polsen door te snijden.

Michelle vertelt aan de rechter: „Ik zat niet lekker in mijn vel, ik zag het niet meer zitten.” Ze had die dag amfetamine geslikt, hoewel ze „niet meer” verslaafd is.

Een ambulanceverpleegkundige arriveert, alleen. Ze wil het meisje verbinden, maar zij verzet zich. „Ik had geen hulp meer nodig”, zegt ze. „Het was al goed.” De verpleegster verbindt haar toch en wil Michelle daarna niet zomaar achterlaten. Ze vraagt het telefoonnummer van één van haar ouders aan haar vriend. Op dat moment liep Michelle naar haar toe: „Ze draaide zich om sloeg me.”

Politierechter Brouwer: „De verpleegkundige sloeg u?”

„Ja, zíj sloeg als eerste en toen sloeg ik terug. Misschien dacht ze dat ik haar wilde aanvallen omdat ik van achteren op haar af kwam.”

„Dit is niet hoe zij vertelde dat het is gegaan.”

„Zíj sloeg als eerste.”

Michelle verwondt de verpleegkundige onder meer door haar in haar kruis te schoppen en te slaan. De verpleegkundige doet aangifte. Officier van justitie Stahlie vertelt wat de gevolgen zijn geweest. „Ze kwam om jou te helpen en nu vraagt ze zich af of ze nog alleen durft te werken.”

De officier noemt de mishandeling van de hulpverlener „heel ernstig”. Ook zegt ze dat ze „he-le-maal” niet begrijpt dat Michelle de geboden hulp afslaat: begeleiding en therapie. „Je zou het met beide handen moeten aangrijpen.”

Michelle heeft nu in de gaten dat ze zich misschien anders had moeten opstellen. „Ik weet gewoon niet wat ik moet verwachten, misschien ben ik er achteraf wel blij mee.”

Over Michelle is een reclasseringsrapport gemaakt. Daaruit blijkt volgens de rechter dat er thuis misschien niet altijd genoeg sturing was en begrenzing. Michelle: „Wat gebeurd is, is niet de schuld van mijn ouders.”

„Van wie dan wel”, vraagt de rechter.

„De drugs.”

Michelle is geen first offender. Ze is door de kinderrechter al eens veroordeeld voor geweld. De veertig uur werkstraf die ze toen als voorwaardelijk deel van haar straf kreeg opgelegd, moet ze nu alsnog uitvoeren.

„Wat vind je ervan dat je die werkstraf er nu bij krijgt?” vraagt de politierechter.

„Wat heb ik ervan te vinden?” zegt Michelle.

De politierechter zegt: „Je komt tamelijk laconiek over.”

Michelle zegt: „Dat is niet zo, maar ik wist dat dit me boven mijn hoofd hing. Dus ja, dan krijg je het.”

De rechter legt haar daarnaast tachtig uur werkstraf op, waarvan dertig uur voorwaardelijk.

Merel Thie