Spaarpot voor de eigen zorg

Het gaat over uitgaven van 59.400.000.000 euro en als het kabinet- Rutte de rit volmaakt, is er in vier jaar nog 14.800.000.000 bijgekomen. De uitgeschreven getallen bieden een indruk van het bedrag dat Nederland betaalt voor zijn gezondheid. De zorgkosten maken een steeds groter deel uit van de verplichte premie- en belastingbetalingen. Dat betekent navenant minder financiële ruimte voor onderwijs, infrastructuur, sociale zekerheid, defensie, enzovoorts.

De beheersbaarheid van de zorgkosten is een economisch en politiek probleem van de eerste orde in de vergrijzende westerse wereld. Vooralsnog heeft niemand de heilige graal gevonden om ze te beteugelen. Ook Nederland niet, dat in 2006 overschakelde op een stelsel waarin burgers zich verplicht moeten verzekeren en particuliere verzekeraars de beste zorg tegen acceptabele prijzen moeten zien in te kopen.

Aangezien de zorguitgaven een optelsom zijn van miljoenen individuele beslissingen van burgers en zorgprofessionals, is het een illusie om te veronderstellen dat ‘Den Haag’ daar greep op heeft. De conclusie die de Algemene Rekenkamer vorige week trok, dat zorgminister Edith Schippers (VVD) de uitgaven niet in de hand heeft, baart dan ook geen opzien. Politici hebben welbewust gekozen voor een stelsel van concurrerende private partijen binnen een publiek raamwerk. Zij lijken weleens te vergeten dat deze opzet ook prikkels inhoudt voor normafwijkend gedrag, of dat nu misbruik of fraude is met het Persoonsgebonden Budget (PGB) of dubbele declaraties van specialisten betreft.

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van het ministerie van Volksgezondheid. Zonder twijfel zullen kortetermijnproblemen als met het PGB veel aandacht krijgen. Maar Nederland staat aan de vooravond van beslissingen die op lange termijn van veel meer betekenis zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het advies dat minister Schippers de SER heeft gevraagd hoe de zorg voor toekomstige generaties betaalbaar kan blijven. Ze heeft daarbij de verbinding gelegd met andere grote uitgaven die burgers zelf doen: voor huisvesting en pensioen.

Oud-minister van Financiën Wouter Bos (PvdA), tegenwoordig zorgadviseur bij KPMG, is een van degenen die alvast een suggestie hebben gedaan: zorgsparen. Er zijn ook andere methoden denkbaar. Hoe dan ook: ook als in de zorg de efficiency optimaal wordt, dan nog zullen de collectieve kosten fors blijven stijgen als de politiek niet ingrijpt. Dat is een onaangename boodschap voor de burgers, voor wie gezondheid meestal de belangrijkste factor is voor het persoonlijk welzijn. Maar linksom of rechtsom zal de verhouding tussen collectieve en persoonlijke zorgfinanciering moeten veranderen. Dat wil zeggen: iedereen zal een grotere greep in de eigen portemonnee en/of spaarpot moeten doen.