Scholen zijn klaar voor strengere examens

Slecht nieuws: door strengere exameneisen zouden veel scholieren zakken. Hun taalvaardigheid laat inderdaad te wensen over, zeggen scholen. Ze hebben leerlingen gewaarschuwd.

Als de leerlingen in de hoogste klassen van de middelbare school nog niet zenuwachtig waren voor hun eindexamen, dan zijn ze het wel geworden van het nieuws dat de VO-raad gisteren naar buiten bracht. De koepelorganisatie van de scholen in het voortgezet onderwijs maakte bekend dat als de nieuwe, strenge eindexameneisen hadden gegolden bij de examens van afgelopen voorjaar, het percentage gezakte leerlingen zou zijn verdubbeld tot ongeveer 20 procent.

Om te voorkomen dat in mei 2012 inderdaad zoveel leerlingen geen diploma halen, is op de meeste scholen al alarm geslagen. Zo ook op het Gilde College, een vmbo-school in Hengelo (Overijssel), waar Henk Hulzebosch examensecretaris is. Hij heeft aan het begin van dit schooljaar meteen alle ouders voor een voorlichtingsavond uitgenodigd. „Die staan nu ook op scherp. Ze weten dat het strenger is geworden.”

Zijn examenleerlingen waarschuwde Hulzebosch al vorig jaar, toen ze nog in de derde klas zaten. „Ik heb ze gezegd dat de tijd voorbij is dat je met je schoolexamens het centraal eindexamen kon compenseren. Het was goed dat het ministerie deze maatregel zo ruim van tevoren heeft aangekondigd. We hebben de tijd gehad om iedereen te laten wennen aan het idee.”

Voor het Gilde College verandert er dit jaar waarschijnlijk weinig, zegt Hulzebosch. „Het was al zo dat het er niet te veel verschil mocht zitten tussen de cijfers van het centraal eindexamen en van de schoolexamens, die we zelf geven. De Inspectie van het Onderwijs houdt dat nauwlettend in de gaten. Wij moesten vorig jaar al onze schoolexamens Engels en wiskunde laten zien, als steekproef. We hebben dozen vol papier opgestuurd: antwoordvellen, nakijkschema’s. Alles was in orde.”

Ad van Oers, vwo-rector aan het Emmauscollege in Rotterdam, noemt het bericht dat de VO-raad gisteren naar buiten bracht „een beetje een paniekverhaal”. „Niet alleen wij weten dit al twee jaar, ook onze leerlingen en hun ouders zijn zich sindsdien bewust van de aangescherpte exameneisen.”

Twee jaar geleden is op het Emmauscollege het aantal lesuren Engels en Nederlands voor de leerlingen in de vijfde en zesde klas van het vwo verhoogd: een uur extra in de week. Die vakken worden nu drie in plaats van twee uur gegeven. Van Oers: „Dit jaar hopen we de vruchten te gaan plukken van die extra uren. We maken ons geen zorgen, juist omdat we op tijd onze maatregelen hebben genomen. Ook het niveau van het centraal examen en dat van onze eigen examens zijn meer op elkaar afgestemd. Ik denk dat bij ons de gevolgen zullen meevallen.’’

Van Oers heeft gemengde gevoelens over de strengere exameneisen. „Ze komen de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen niet direct ten goede. Maar – en zo eerlijk moeten we ook zijn – de taalvaardigheid laat vandaag de dag te wensen over. Leerlingen zijn erg slordig, mede door al dat ge-sms en die telefoontaal op internet. Daarom hebben wij die extra maatregelen genomen op het gebied van taal.’’

Bertie Moons, conrector van het Stedelijk Gymnasium in Breda en daar verantwoordelijk voor de examens, maakt zich weinig zorgen over de aanscherping van de eisen, zeker niet op het gebied van de talen. „Op onze school zitten veel talige leerlingen, het is immers een gymnasium. Maar wiskunde kan wel een probleem opleveren. Een vijf is niet erg, maar we hebben hier ook wel leerlingen gehad met een vier voor hun eindexamen. En dat mag straks niet meer, al compenseer je die met een handvol hoge cijfers.”

Om zichzelf gerust te stellen, heeft Moons er onlangs de cijferlijsten van de afgelopen jaren eens bijgepakt. „Daaruit bleek dat bij ons slechts een enkele leerling extra zou zakken volgens de nieuwe normen.”

Voor de zekerheid heeft hij aan het begin van het schooljaar de 130 eindexamenleerlingen nog maar eens gewezen op de veranderde regels, mondeling én schriftelijk. „We hebben het hier al jaren over op school, maar beter een keer te veel gewaarschuwd, dan te weinig.”

    • Bart Funnekotter
    • Mark Hoogstad