Picasso als Popeye of indiaan

Pablo Picasso was behalve schilder ook imagobouwer.

Een fototentoonstelling in Keulen toont hoe zijn fotobeleid de legende rond zijn persoon tot stand bracht.

DoorRaymond van den Boogaard

Niet alleen een groot schilder, maar ook een grappige man, die Picasso – denk je als je hem weer eens ergens op een foto ziet staan: met een indianen-hoofdtooi op, in een toreadorkostuum bij een stierengevecht, naast een mooie vrouw, of gewoon voor een van zijn schilderijen interessant kijkend, want o die ogen.

De tentoonstelling Ichundichundich (‘Memyselfandi’) die nu in het Ludwig Museum in Keulen te zien is, helpt je uit de droom dat Picasso toevallig zo vaak aardig op de foto staat. Hij heeft er zijn leven lang terdege voor gezorgd dat de foto’s die er van hem werden gemaakt aan zijn imago zouden bijdragen.

Zelden of nooit heeft een fotograaf hem betrapt in een spontane houding. Altijd nam Pablo Picasso (1881-1973) een pose aan. Zoals een man die tijdens zijn leven eigenlijk al een legende was, betaamt. Al raak je er na de bezichtiging van 250 foto’s van overtuigd dat het andersom was: Picasso’s fotobeleid heeft de legende mede tot stand gebracht.

Met deze publicitaire Selbstdarstellung was Picasso zijn tijd ongetwijfeld vooruit. Had hij vijftig jaar later geleefd, dan had hij misschien zijn zelfbeeld tot kunstwerk op zich verklaard. Maar nu houdt slechts een enkele keer een foto verband met een kunstwerk van de meester. Het Museum Ludwig, dat een respectabele Picasso-verzameling binnen zijn muren heeft, doet de bezoeker dan het genoegen het betrokken kunstwerk naast de foto te zetten.

In 1946 fotografeerde Michel Sima Picasso met een uiltje, dat uit het nest gevallen was en door de kunstenaar was gered. Uit 1952 dateert de aardewerksculptuur De Uil – even schattig als het origineel. Uit 1950 is de prachtige sculptuur Femme à la pousette (Vrouw achter wandelwagentje) dat rijmt met een foto die Robert Capa in 1948 maakte van Picasso met zijn toenmalige levensgezellin Françoise Gilot en hun zoontje Claude. Alleen is het op die foto wel mooi de vader die het karretje voortduwt.

Hij was geen man die in beeld de tweede viool wilde spelen – dat is wel duidelijk. Zelfs als hij zich bij uitzondering met anderen liet fotograferen, met Jean Cocteau en andere vrienden in de jaren 10 op straat bijvoorbeeld, is het Picasso die op het moment van de opname toch even de aandacht naar zich toe trekt – door een opvallend handgebaar of door met melancholieke gelaatsuitdrukking weg te kijken als de anderen allemaal braaf naar het vogeltje staren.

De meeste foto’s in Keulen zijn portretten waarop Picasso in zijn eentje staat afgebeeld. Als fotomodel speelt hij, van jongs af aan, met zijn ogen. Die waren mooi donker en hij kon er enorm doordringend en interessant mee kijken – een vermogen dat zowel veel fraaie foto’s als vrouwenveroveringen heeft opgeleverd. Er zijn foto’s waarop die indrukwekkende ogen zijn geïsoleerd van hun context, zoals op een portret uit 1935/36 van Dora Maar, met wie Picasso een langdurige verhouding had.

Toch zijn er maar weinig foto’s waarop hij expliciet als charmeur of versierder is afgebeeld – prachtige uitzondering is een foto van Man Ray uit de jaren dertig, waarop hij verlekkerd naast een bed met twee bevallige dames zit.

Meestal is de erotiek die uit de foto’s spreekt auto-erotiek – het zichtbaar narcisme van een man die weet dat hij er op foto’s goed uit kan zien en ook zorgt dat het resultaat hem bevalt. Wie er ook langs kwam om hem te fotograferen – en de lijst van beroemdheden is lang: Brassaï, Richard Avedon, Henri Cartier-Bresson, David Seymour, Robert Doisneau, Jacques-Henri Lartigue, Lee Miller, Irving Penn en vele anderen – altijd staat hij er weer puik op.

De kunstenaar zélf als kunstwerk – hij heette nog niet zo, maar Picasso was het ongetwijfeld, avant la lettre. En het grappige is dat – zoals de expositiemakers constateren in hun fraaie catalogus – dit voor deze expositie niemand nog was opgevallen.

tentoonstelling

Ichundichundich/Memyselfandi. Picasso im Fotoporträt.

Tot 15 jan. in Museum Ludwig in Keulen. www.museenkoeln.de/museum-ludwig

    • Raymond van den Boogaard