Ozewiezowoze en ander exotisch kindergezang

De celliste zocht naar allochtone kinderliedjes en vond ze. Maar niet op het schoolplein.

Twee jaar lang fietste celliste Saartje Van Camp regelmatig door Amsterdam. De Belgische Van Camp is opgeleid aan de conservatoria van Leuven, Zwolle en Antwerpen. Ze speelde in diverse klassieke orkesten Maar daar kreeg ze genoeg van, ze wilde niet langer opgaan in het geheel. „Ik wilde vaker op de voorgrond treden.” Daarom ging ze spelen in de band van de Nederlandse muzikant Spinvis, die haar voorliefde voor kleine, verhalende liedjes verder aanwakkerde.

Het was niet de reden dat ze in Amsterdam van haar fiets stapte bij woongroepen voor Surinaamse vrouwen in de Bijlmer, bij multiculturele centra met Marokkaanse vrouwen in West en bij majong-huizen voor Chinezen rond de Nieuwmarkt. Ze ging ook naar Den Haag, naar het Tong Tong festival.

Overal kwam ze met dezelfde vraag: „Wilt u alstublieft een liedje uit uw vroege jeugd zingen.” Zong iemand iets, dan nam ze dat op. Zo verzamelde ze driehonderd opnames – niet altijd van verschillende liedjes. Uiteindelijk belandden vijftien liedjes op haar album Walla Kristalla, liedjes van overal.

De muziek speelde Van Camp na, met hulp van bijvoorbeeld Spinvis, die „fietsbellen, takken en bladeren” bespeelde. Van die plaat, zou je denken, spat het glazuur af. Zoet zal hij zijn. Sappig ook. Maar niets is minder waar. Op Walla Kristalla overheersen angst en heimwee, ja, er klinken zelfs dood en verderf door. In het Molukse Sajang Kené bijvoorbeeld, waar ouders hun heimwee naar Ambon bezingen. Of in het Poolse Byt Sobie Król, waar de koning, koningin en page van een prachtig land worden opgegeten door een hond, muis en kat. Dat de koning en zijn consorten in het laatste vers van suiker, marsepein en speculaas blijken te zijn, doet dan nauwelijks meer ter zake.

Het idee voor Walla Kristalla ontstond toen Saartje van Camp langs een basisschool in Amsterdam-Noord fietste. Het was begin december, de kinderen zongen Sinterklaasliedjes. Ook meisjes met een hoofddoek zongen mee. „Ik vond dat opvallend, want Sinterklaas is een christelijk feest. Dus thuis hebben ze die liedjes niet geleerd.” Maar welke liedjes leren ze thuis eigenlijk wel?

Ze ging op zoek naar kinderliedjes uit andere culturen. „Maar hoe ik ook zocht, in bibliotheken en op internet, ik vond erg weinig.” Dat was, bleek al snel, logisch. Kinderliedjes zijn vaak verbasterde oude volksliedjes, ze worden van ouder op kind overgedragen. Zo’n orale traditie laat zich niet googelen.

Ze besloot de kinderen te vragen welke liedjes ze thuis zingen,, op Amsterdamse scholen. „Maar de kinderen bleken nauwelijks liedjes uit hun eigen cultuur te kennen. Vroeg ik hun een liedje te zingen, dan zongen ze een Nederlands kinderliedje over een olifantje in het bos. Maar dat hebben ze op school geleerd.”

Het was misschien de belangrijkste ontdekking die ze deed bij haar zoektocht naar liedjes voor haar album Walla Kristalla: dat de parate liedkennis van allochtonen klein is geworden, en soms zelfs helemaal verdwenen. „De derde generatie spreekt thuis nog wel Marokkaans of Turks, maar alleen over de dagelijkse zaken. Het zingen van kinderliedjes hoort daar niet bij.”

Behalve naar allochtonen die al langer in Nederland zijn, zocht Van Camp ook naar ‘nieuwere’ groepen buitenlanders: Hongaren, Polen, Serviërs. Ze vond hen onder meer in het Sarphatihuis, een verzorgingshuis aan de Amstel in Amsterdam dat onder zijn medewerkers veel immigranten telt. Zij kenden de liedjes uit hun moederland nog en ze zongen ze ook nog voor hun kinderen. „Polen bijvoorbeeld zongen de liedjes direct. Die hebben hun cultuur nog in hun lijf zitten”, zegt Van Camp.

Het werd haar allengs duidelijk dat zij niet bij de ouders moest zijn maar bij de opa’s en de oma’s. Bij die grootouders ging een onbekend Amsterdam voor Van Camp open. In de verzorgingshuizen trof ze Surinaamse vrouwen, die giechelend de seksueel getinte liedjes uit hun kinderjaren zongen.

Ze ontmoette Marokkaanse vrouwen die zich maar moeilijk lieten verleiden tot het zingen van een liedje uit hun jeugd. In majong-huizen ontmoette ze Chinezen die luid karaoke zongen voor levensgrote tv-schermen.

Zo kwam ze erachter dat ook China ‘zakdoekje leggen’ kent – in een versie die nauwelijks van het Nederlandse liedje verschilt. Dat Marokkanen en Turken in hun kinderliedjes Allah aanhalen: ‘Een kind, mooi als de maan / is geboren uit moeders schoot / Het is prachtig en volmaakt / Moge God het beschermen tegen het kwade oog’. Ze vond uit dat Antillianen in hun liedjes graag mogen benadrukken dat kinderen later voor hun ouders zorgen. Dat Surinamers oude slavenliederen voor hun kinderen zingen, vol toespelingen op hun ellendig lot, met slavenmeisjes die worden gedwongen tot seks met de baas: ‘Kom dans voor mij / Kom dans voor mij/ Dans voor de grote chef’. Van Camp: „Gelukkig, zeiden de vrouwen, begrepen onze kindertjes niet wat er achter die liedjes zat.”

Overigens barstte niet iedereen direct in gezang uit. „Chinezen zijn geboren zangers, die beginnen gelijk. Marokkanen en Turken zijn terughoudend, die moest ik overtuigen.”

Van enkele van de driehonderd opnames wist ze direct dat ze op het album zouden worden opgenomen. Het Russische liedje moest, om de melodie, de weemoed en de ontroering in de stem. En het Turkse nummer moest, om de heldere maar zachte vocalen. Het Nederlandse Ozewiezowoze moest ook. Het lijkt een slaapliedje vol onzinnig gebrabbel. Maar de Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion herkende er de Creoolse taal in die Afrikaanse slaven in de zeventiende eeuw naar de Nederlandse Antillen meebrachten. In zijn vertaling is het niet langer een onbegrijpelijk samenraapsel, maar: ‘Vandaag is het kind gelukkig / is het kind gered/ gedoopt is het / dit kind is gelukkig/ dit kind kinderen kinderen.’

Wat hebben de liedjes uit al die werelddelen gemeen? Een herkenbare melodie. Een korte vorm. En een een tekst die wordt herhaald, zodat kinderen hem makkelijk kunnen onthouden. Kinderachtig zijn de liedjes niet: „De dood wordt niet vermeden.” En iedereen wordt vrolijk van kinderliedjes, dat ontdekte Saartje van Camp vooral. In de twee jaar dat ze aanleunwoningen, bejaardentehuizen en speelpaleizen bezocht, is er nooit een onvertogen woord gevallen.

Yaël Vinckx

De cd ‘Walla Kristalla’ is vanaf deze week te koop.

    • Yaël Vinckx