Opnieuw gaat hij zijn boosheid achterna

Hans Spekman wil problemen oplossen. Daarom ging hij ooit de Kamer in.

En daarom wil hij nu aan de slag als partijvoorzitter. „Hij doet dit uit frustratie.”

De ellebogen op de vergadertafel. Handen voor de ogen geslagen. Achter die handen loopt het hoofd rood aan. Een diepe zucht. „Voorzitter, ik zal mij proberen in te houden”, zegt Hans Spekman dan. Dat lukt hem matig. Binnen een paar minuten maakt hij minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) uit voor lafaard. Reden: de minister heeft omstandig uitgelegd dat hij de zaak van Mauro Manuel ook heel erg vindt, maar dat hij geen manier heeft kunnen bedenken om de 18-jarige Angolees in Nederland te houden. Dus gaat Leers hem uitzetten.

Ingehouden woede. Dat is misschien wel de meest zichtbare emotie bij Spekman (45). Niet alleen de afgelopen weken, bij het ‘Mauro’-debat, maar tijdens de afgelopen vijf jaar in de Tweede Kamer.

De verdediging die Leers aanvoerde – zo zijn de regels, ik kan niet anders – vond Spekman een zwaktebod. Voor de PvdA’er geldt: als je vindt dat de overheid iets moet doen, dan zorg je dat het gebeurt. Wat de regels ook zijn. Als wethouder in Utrecht ging Spekman zelf met de schroevendraaier op pad om een verkeerd opgehangen parkeerbord bij een winkelier weg te halen. Die kon niet laden en lossen, maar de gemeentelijke bureaucratie reageerde traag.

Met het oplossen van problemen voor mensen is Hans Spekman, de belangrijkste kandidaat voor het partijvoorzitterschap van de PvdA, doorgegaan toen hij Kamerlid werd in 2006. Het was zelfs de reden dat hij de Kamer inging, vertelde hij altijd. Sommige problemen waren alleen in Den Haag op te lossen.

En nu is die gerichtheid op problemen oplossen reden om de Kamer te verlaten. „Alleen een levende sociaal-democratische beweging kan iets doen tegen dit afbraakbeleid [van het kabinet-Rutte, red.]. Om die te realiseren kan ik als voorzitter meer doen dan als Kamerlid.”

Er is nog een reden voor zijn besluit: Spekman ergerde zich er al langer aan dat het debat binnen de PvdA is ingekakt, zegt Rinda den Besten. Den Besten is wethouder Sociale Zaken in Utrecht – Spekman haalde haar ooit de PvdA en de Utrechtse gemeenteraad binnen. Hans Spekman gaat met deze stap opnieuw zijn boosheid achterna, zegt zij. „Hij vindt dit niet per se leuk om te doen. Volgens mij was hij liever wethouder gebleven, maar hij doet dit uit frustratie. Uit ergernis dat hij zijn partij steeds verder in het moeras ziet zakken.” En als Spekman zich ergert, is hij er de man niet naar om aan de zijlijn te blijven staan, zegt Den Besten.

Hans Spekman heeft een levensverhaal dat hem tot een aantrekkelijke voorzitter zou kunnen maken. Hij weet wat armoede is: zijn moeder moest vier kinderen opvoeden van een weduwenpensioen. Hij weet wat tegenslag is, en dat mensen soms een tweede kans nodig hebben: één van zijn drie zussen was heroïneverslaafd, een ander had veel schulden. Beiden zijn overleden. En hij weet dat sociaal-democraten het leven van mensen beter kunnen maken: doordat Joop den Uyl in de jaren zeventig aan de macht kwam, kreeg Nederland werkelijk een armoedebeleid.

Zijn achtergrond maakt Spekman bijna een karikatuur van ‘de gewone man’, op een manier die andere PvdA-kopstukken niet kunnen evenaren. Zo iemand als voorzitter zou de partij goed uitkomen, juist in deze tijd. De kritiek luidt vooral dat de PvdA het contact is verloren met de gewone Nederlander.

Hans Spekman moet de traditionele PvdA’ers terugveroveren op SP en PVV, maar loopt daarmee een risico. „Mijn zorg is dat de linkse jongeren én de babyboomers zich straks over het hoofd gezien voelen, terwijl juist die hard nodig zijn bij de partij”, zegt Broos Schnetz, die met Spekman samenwerkte in Utrecht. Schnetz richtte samen met Henk Westbroek Leefbaar Utrecht op, maar is inmiddels „alweer jaren” lid van de PvdA.

Spekman spreekt alléén over de kwetsbare groepen, zegt Schnetz. „Maar de PvdA moet haar profiel verbreden. Bij een nieuw verhaal hoort ook een mening over Europa, over cultuur, over onderwijs.” Van Spekman hoef je geen vernieuwende ideeën of visie te verwachten, zegt Schnetz. Terwijl een partijvoorzitter die wel zou moeten hebben. Aan de andere kant: veel PvdA’ers willen graag terug naar vroeger, naar de klassieke sociaal-democratie. En dáár is Spekman de personificatie van.