Op tv is het altijd oorlog

We zien overal geweld, maar vroeger was het erger.

Het geweld neemt af omdat de staat meer macht heeft en de mensen verstandiger zijn geworden.

President Clinton presides over ceremonies marking the signing of the 1993 peace accord between Israel and the Palestinians on the White House lawn with Israeli Prime Minister Yitzhak Rabin, left, and PLO chairman Yasser Arafat, right. (AP Photo/Ron Edmonds) ASSOCIATED PRESS

Stel, je bent dertig. Dan ben je geboren in het jaar dat de bloedige grensoorlog uitbrak tussen Iran en Irak, zette je de eerste stapjes toen de Britten een paar gure rotseilandjes heroverden op de Argentijnen en zat je in groep vijf toen de Irakezen werden verdreven uit Koeweit.

Sindsdien raakte je gewend aan oorlogstonelen op televisie. Je zat nog maar goed en wel op de middelbare school of de razernij brak uit in Rwanda en Joegoslavië spatte bloedig uiteen. Je was al volwassen toen de Verenigde Staten doelwit waren van de grootste terreuraanslag uit hun geschiedenis. Daarna werd de neiging stilaan sterker om weg te zappen van de beelden uit Irak en Afghanistan.

Als iemand beweert dat het geweld in de wereld op zijn retour is, lijkt dit in tegenspraak met onze ervaring. Toch komt Steven Pinker met sterke argumenten in zijn nieuwe boek: The Better Angels of Our Nature – The decline of violence in history and its causes.

De titel is ontleend aan een uitspraak van Abraham Lincoln en verwijst naar menselijke vermogens als empathie, moraal en rede. Volgens Pinker, hoogleraar psychologie aan Harvard University, krijgen die ‘betere engelen’ in de loop der geschiedenis steeds meer vat op de ‘innerlijke demonen’ van de mens, zoals prooigedrag, wraak, sadisme en ideologieën die ongelovigen willen offeren aan de heilstaat. Met als gevolg dat er steeds minder oorlog wordt gevoerd en de moordcijfers in de wereld gestaag afnemen.

U mag onze tijd gewelddadig vinden, schrijft Pinker, maar vroeger was het nog veel erger. Om de lezer daarvan te doordringen wijdt hij een impressionistische inleiding aan de vele gewelddadige, soms ronduit genocidaire passages in de Hebreeuwse Bijbel en in Homerus’ Ilias en Odyssee; aan de martelingen, culminerend in kruisiging, waaraan de Romeinen oproerkraaiers en dieven onderwierpen; bruut geweld en verkrachtingen door middeleeuwse ridders; de foltermethoden van de Inquisitie; het beulszwaard waarmee Hendrik VIII zijn jaloezie uitleefde en zijn dochters afrekenden met ketters, en andere vroegmoderne vormen van vergelding. En hij zet een vraagteken bij de veelgehoorde stelling dat ‘de twintigste eeuw de meeste gewelddadige was uit de geschiedenis’.

In de eerste hoofdstukken schrijft Pinker een wereldgeschiedenis van geweld en oorlog, waarbij hij kwistig gebruikmaakt van statistieken. Nagenoeg alle grafieken waarin geweld is afgezet tegen de tijd laten neergaande lijnen zien: aantallen gewapende conflicten, aantallen doden per conflict, aantallen moorden per jaar. Al dat cijfermateriaal leidt tot één conclusie: de laatste vijf millennia is geweld in al zijn verschijningsvormen – moord, doodslag, oorlogen tussen staten, burgeroorlogen, geweld van milities en krijgsheren, terrorisme en genocide – afgenomen. De grafieken vertonen pieken en dalen, maar de lijnen door de gemiddelden lopen onmiskenbaar omlaag.

Volgens de uitgever is „dit boek voorbestemd het meest controversiële en beroemdste werk te worden” van de auteur, die eerder bestsellers schreef over taal en het menselijke brein. Maar zo nieuw is zijn betoog nu ook weer niet. Pinker mengt zich in een lopend debat, dat vijftien jaar geleden is geopend door de Amerikaanse archeoloog Lawrence Keeley (University of Illinois) met zijn boek War before Civilization (1996). Keeley ging in tegen een school van archeologen en prehistorici die, in navolging van de 18de-eeuwse filosoof Jean-Jacques Rousseau, beweren dat oorlogvoering pas begon met het ontstaan van steden en staten, en dat de prehistorische mens, de ‘nobele wilde’, relatief vreedzaam was. Intussen zijn de meeste onderzoekers het erover eens dat in de prehistorie zo’n kwart van de volwassen mannen gewelddadig aan zijn eind kwam.

Keeley kreeg bijval van de militair historicus Azar Gat (Tel Aviv University). Zijn monumentale War in Human Civilization (2006) is een multidisciplinaire reconstructie van oorlogvoering in de loop der millennia. Zijn conclusie: oorlog is steeds minder lonend geworden en de oorlogswil is afgenomen. Pinker leunt in zijn historische overzicht zwaar op Keeley en Gat. Zijn eigen bijdrage aan het debat bestaat vooral uit de twee laatste, psychologische hoofdstukken (‘Inner Demons’ en ‘Better Angels’), waarin hij uiteenzet dat de historische ontwikkelingen van dien aard zijn dat de meer vreedzame functies van het menselijke brein steeds vaker worden gemobiliseerd. Bovendien verbreedt Pinker, anders dan Keeley en Gat, het thema van gewapende conflicten naar geweld in het algemeen: van het aframmelen van kinderen tot verkrachting en moord.

Pinker benoemt zes historische omwentelingen die zouden hebben bijgedragen tot een minder gewelddadige wereld.

1Tijdens 95 procent van zijn geschiedenis leefde homo sapiens in zwerfgroepen van jagers en verzamelaars. Die verwantengroepen overvielen elkaar op gezette tijden om jachtgrond, vrouwen en status. Met de opkomst van landbouw begon een pacificatieproces. Er ontstonden verschillen in welstand en status, er kwamen steden en uiteindelijk staten. Geweld werd gemonopoliseerd door heersers. Hun onderdanen kregen bescherming in ruil voor belastingafdracht. Aan gewelddaden binnen de groep, zoals moord en vetes, werd paal en perk gesteld.

2De tweede historische trend is volgens Pinker het civilisatieproces. Dat is de titel van een klassieker uit 1939 van de Duitse socioloog Norbert Elias, die Pinker kennelijk pas heeft ontdekt (hij noemt Elias ‘the most important thinker you have never heard of’). Afname van massaal geweld, zegt Pinker de Duitser na, past in het proces waarin de mens op de lange duur zijn driften leert beheersen. Pinker ontdekte ook een artikel van Ted Robert Gurr uit 1981 over dalende moordcijfers in de loop van de Britse geschiedenis en dat bracht hem, schrijft hij, op het idee voor dit boek. Engeland bleek in de 20ste eeuw 96 procent minder gewelddadig dan in de 14de eeuw. Iets vergelijkbaars bleek op te gaan voor West-Europa tussen 1300 en 2000. In navolging van Elias verklaart Pinker dit beschavingsproces uit:

toenemende zelfbeheersing – eer wijkt voor persoonlijke waardigheid; centralisatie van het staatsgezag – boerenlegers met hooivorken, geleid door landheren, maken plaats voor staande legers met vuurwapens;

groei van de geldeconomie, arbeidsverdeling en beter transport, kortom: niet alleen een sterkere staat, maar ook oplevende handel.

3Er was de humanitaire revolutie, onderdeel van de Verlichting. Regeringen en kerken hadden lang de orde gehandhaafd door non-conformisten te straffen met verminking, marteling en gruwelijke vormen van executie – van verbranding tot radbraken en vierendelen. In de 18de eeuw werd gerechtelijke marteling op grote schaal afgeschaft. Tegelijkertijd begonnen veel landen de lijst met vergrijpen waarop de doodstraf stond in te korten, van honderden (waaronder stroperij, sodomie, hekserij en valsemunterij) tot alleen moord en hoogverraad. En steeds meer landen maakten een einde aan duelleren, heksenjachten, religieuze vervolgingen, absolutisme en slavernij.

4Na 1945 begon in Europa een Lange Vrede; oorlogen tussen staten bleven uit. Het cliché dat ‘de 20ste eeuw de meest gewelddadige was in de geschiedenis’ negeert volgens Pinker de tweede helft van die eeuw en gaat zelfs niet op voor de eerste helft, als we het aantal gewelddadige sterfgevallen berekenen als percentage van de wereldbevolking. Pinker wijst ter verklaring op de groei van democratie, wereldhandel en het ontstaan van internationale organisaties.

Liberale democratieën, zegt Pinker historicus Azar Gat na, zijn de minst oorlogszuchtige samenlevingen. Zij voeren geen oorlog met elkaar, alleen met autoritaire regimes en guerrillabewegingen. In liberale democratieën worden burgers gesocialiseerd tot vreedzaam, door de wet gestuurd sociaal gedrag in eigen land en zij verwachten dat dezelfde normen worden toegepast in de omgang tussen staten. Vreedzame beslechting van geschillen tussen staten heeft verreweg de voorkeur en liberale democratieën onderwerpen oorlogvoering aan steeds meer wettelijke en normatieve beperkingen.

5Wie mocht denken dat deze trends beperkt blijven tot Europa, krijgt van Pinker ongelijk. In de wereld als geheel begon na 1945 een Nieuwe Vrede, schrijft hij. Geweld en oorlog namen overal af, ook in ontwikkelingslanden. In enkele decennia ging de afname van het aantal oorlogen tussen staten gepaard met meer burgeroorlogen. Pas onafhankelijke landen, geleid door onbekwame regeringen, werden uitgedaagd door opstandelingen en werden bewapend door de supermachten van de Koude Oorlog.

Maar in burgeroorlogen komen minder mensen om dan in oorlogen tussen staten. En sinds de jaren tachtig zijn alle soorten wapengeweld – burgeroorlogen, genocide, repressie door autocratische regimes en terroristische aanslagen – wereldwijd afgenomen. Het dodental is nog sneller gedaald. Het aantal gedocumenteerde sterfgevallen als gevolg van oorlog, terrorisme, genocide en het optreden van door krijgsheren geleide milities bedroeg de afgelopen tien jaar een paar honderdste van een procent van de wereldbevolking als geheel.

6Ten slotte beleefde de naoorlogse wereld een vloedgolf van rechtenrevoluties (mensenrechten, burgerrechten, vrouwen- en kinderrechten, homorechten, dierenrechten), wat neerkwam op een groeiende weerzin tegen agressie op kleinere schaal.

Pinkers betoog is meeslepend en vaak overtuigend, maar het vertoont ook zwakke plekken. De heilzame gevolgen van wat hij, in navolging van Elias, het civilisatieproces noemt – meer staat, meer handel, meer zelfbeheersing – zijn aantoonbaar voor West-Europa, maar veel minder voor de Verenigde Staten en de niet-westerse wereld. Elizabeth Kolber van The New Yorker merkt op dat het moordcijfer – het aantal moorden per jaar op 100.000 inwoners – van New Orleans vorig jaar 49 was, ongeveer even hoog als Amsterdam in de vijftiende eeuw. Pinker schrijft dat hoge moordcijfer in de VS toe aan twee factoren. Amerikanen, vooral die in het zuiden en westen, zouden nooit akkoord zijn gegaan met een sociaal contract dat de staat een monopolie geeft op legitiem geweld. En stedelijke gemeenschappen van Afro-Amerikanen zouden de facto geen staatsgezag kennen en vertrouwen op een cultuur van persoonlijke eer, de wet van de straat.

Over de niet-westerse wereld zegt Pinker dat moordstatistieken daar lang ontbraken en nu vaak ongeloofwaardig zijn. Het betrouwbaarst vindt hij de cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Die geeft een wereldwijd gemiddelde van 8,8 op 100.000 en dat cijfer, zegt Pinker, steekt gunstig af bij de scores met drie decimalen van prehistorische samenlevingen en die met twee cijfers van middeleeuws Europa.

De landen met de hoogste misdaadcijfers zijn nu Rusland, Afrika ten zuiden van de Sahara en delen van Latijns-Amerika. Pinker wijt dit aan corrupte politieapparaten en rechtssystemen. Jamaica (33,7 op 100.000), Mexico (11,1) en Colombia (52,7) worden geplaagd door met drugsgeld gefinancierde milities. Rusland (29,7) en Zuid-Afrika (69) zouden een ‘deciviliseringsproces’ hebben ondergaan toen de regimes het daar in de jaren negentig begaven.

Pinker schrijft dat democratieën minder oorlog voeren en als ze het wél doen weinig slachtoffers maken. Dat laatste is de vraag. De Britse socioloog Martin Shaw noemt hedendaagse oorlogen – reguliere legers uit westerse democratieën vechten tegen ongeregelde troepen, zoals in Irak en Afghanistan – risk-transfer wars. De steun van het westerse thuisfront slinkt naarmate er meer slachtoffers vallen onder de eigen manschappen en daarom worden verliezen zoveel mogelijk beperkt. Dat maakt de kans op burgerslachtoffers groter en zo wordt het risico afgewenteld op de bevolking van het oorlogstoneel.

Pinker is optimistisch. De werkingssfeer van onze empathie zou groter worden door belezenheid, reizen en wereldburgerschap. Maar de belangrijkste ‘betere engel’, schrijft hij, is de rede. ‘Hoe dwaas ze soms ook zijn, moderne samenlevingen zijn slimmer geworden en al met al is een slimmere wereld ook een minder gewelddadige wereld.’ IQ-scores zijn in de loop van de twintigste eeuw gestegen. De oorzaak daarvoor zoekt Pinker in langer schoolbezoek, een hogere kwaliteit van het onderwijs en de popularisering van wetenschappelijke inzichten. Pinker: ‘Samenlevingen met hogere niveaus van intellectuele en schoolprestaties zijn ontvankelijker voor democratie en kennen minder burgeroorlogen.’ Achterblijvers zijn kennelijk gedoemd hun meningsverschillen uit te vechten.

Steven Pinker, The Better Angels of Our Nature – The Decline of Violence in History and its Causes, Penguin Books, 2011, 802 blz.