Onderzoekers gaan op de bedeltoer

Crowdfunding is een huis- aan huiscollecte via internet. Onderzoekers beginnen er nu ook mee, want bestaande subsidiebronnen drogen op. Wie steunt een expeditie naar zeeschildpadgedrag?

De Amerikaanse mariene bioloog Lindsey Peavey wil het gedrag van zeeschildpadden op open zee onderzoeken. Daarmee kan ze haar promotieonderzoek afronden, maar er is een probleem: het instituut dat haar onderzoek betaalt moet fors bezuinigen. Geld voor de expeditie is er niet. Peavey zamelt nu zélf geld in, via SciFund, een project waarbij wetenschappers het publiek vragen hun onderzoek te steunen.

SciFund is crowdfunding. Het idee is dat veel mensen (de crowd) kleine bedragen (funding) doneren, en zo samen een onderzoeksproject bekostigen. SciFund is daarmee de wetenschappelijke tegenhanger van crowdfunding-websites als Kickstarter, die vooral creatieve projecten financieren. De eerste ronde van SciFund startte vorige week.

Peavey is een van de ruim vijftig wetenschappers die geld proberen aan te trekken via SciFund. Antropologiestudent John Gust vraagt het kleinste bedrag. Hij heeft duizend dollar nodig voor een vliegticket naar en een verblijf in Mexico, waar hij archeologisch onderzoek wil doen. Het team van Serengite Live zet hoger in. Zij hopen 14.000 dollar in te zamelen voor satellietapparatuur.

SciFund is geen pure liefdadigheid. Van alle deelnemende wetenschappers wordt verwacht dat ze voor elke gift een kleine tegenprestatie leveren. Wie een paar dollar geeft krijgt bijvoorbeeld een foto of ander persoonlijke cadeautje van de onderzoeker. Filantropen die fors in de buidel tasten worden getrakteerd op een veldexpeditie in Zuid-Afrika (vliegticket niet inbegrepen), mogen een leeuwenwelpje een naam geven of krijgen een nieuwe plantensoort naar zich vernoemd.

De aanpak van SciFund is een creatieve oplossing van een serieus probleem: de subsidiestromen voor fundamenteel onderzoek drogen op. De overwegend Amerikaanse onderzoekers doen mee met SciFund omdat traditionele subsidiegevers steeds minder geld te verdelen hebben. „Toen ik begon als onderzoeker honoreerde de National Science Foundation nog 25 tot 35 procent van de subsidieaanvragen. Tegenwoordig is dat nog maar 9 procent”, zegt de Amerikaanse botanist Andrea Wolfe, die geld inzamelt voor onderzoek naar een plantje in Zuid-Afrika.

Ook de antropoloog Kristina Killgrove doet mee aan SciFund vanwege subsidieproblemen. Ze promoveerde in 2010 op het leven van alledaagse Romeinen, maar heeft nog geen vaste aanstelling bij een universiteit. Ze wil nu het DNA van een oude Romein analyseren. De academische banenmarkt heeft veel weg van een catch-22, vindt ze. „Je hebt een onderzoeksproject nodig om een baan te krijgen, maar je moet aan een universiteit verbonden zijn om een subsidieaanvraag in te dienen.”

Killgrove denkt dat veel verschillende onderzoeksprojecten baat hebben bij crowdfunding. „Alle beetjes helpen in de wetenschap. Natuurlijk is het moeilijk om 100.000 dollar in te zamelen voor een archeologische opgraving. Het is dan makkelijker om vier keer 5.000 dollar op te halen voor verschillende analyses.”

Bekijk de SciFund projecten op http://nrch.nl/sv

    • Lucas Brouwers