Net zo de draak steken met moslims als met katholieken

Ondanks uitgebrande redactielokalen en onbruikbare computers ligt er morgen opnieuw een Charlie Hebdo in de Franse kiosken. Het satirische weekblad is niet van plan om milder te worden.

RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY CREDIT "AFP PHOTO / CHARLIE HEBDO" - NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS NO ARCHIVES - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS. A document released by the French satirical newspaper Charlie Hebdo on November 7, 2011 shows the front page of the weekly to be published on November 8, featuring a drawing of a Muslim kissing a cartoonist and the headline, reading : "Love stronger than hate". Last week the offices of Charlie Hebdo were destroyed in a petrol bomb attack. The edition of the newspaper published last week was called Charia Hebdo - a play on the Islamic word sharia. AFP PHOTO / CHARLIE HEBDO AFP

Redacteuren en tekenaars verdringen zich achter de grote opmaakcomputer. De een zeurt wat over felle kleuren, een ander vindt de boodschap toch een tikkeltje flauw. Net iets te veel flower power, terwijl Charlie Hebdo toch meer van de harde humor is. Met alle opmerkingen wordt rekening gehouden. Ook met die van de vrolijke laatkomer, die op de gang een jointje was gaan roken. Op deze redactie heerst duidelijk de basisdemocratie.

Uiteindelijk hakt de redactiechef de knoop door: de cover met een moslim (baard, fez) die een Charlie-tekenaar (hippe kuif, potlood achter de oren) vol op de mond zoent, ligt op woensdag 9 november in de kiosken. Boodschap: l’amour, plus fort que la haine, liefde is sterker dan haat.

Het is een speciaal nummer dat de kleine redactie van het weekblad, getroffen door een brandstichting, in elkaar heeft gebokst. Charlie Hebdo kreeg onderdak in de lokalen van de krant Libération, de ongeveer twintig medewerkers zitten er samengepakt in een klein vergaderlokaal te werken op van Le Monde geleende computers. De rolluiken zijn dicht, er is een parkeerverbod voor het gebouw, agenten houden een oogje in het zeil. „Het is speciaal door de omstandigheden, en omdat we bij uitzondering de vele steunbetuigingen publiceren. Want zonder die hulp was er woensdag geen blad geweest. Maar qua inhoud is deze Charlie niet zo anders”, verzekert Stéphane Charbonnier (44), de directeur van het blad, eigenlijk alleen bekend onder zijn artiestennaam Charb. Zo signeert hij ook zijn wekelijkse column in het blad: Charb n’aime pas les gens, Charb houdt niet van de mensen.

Vorige week woensdag werd de cartoonist/directeur in het holst van de nacht door de politie uit bed gebeld. De redactielokalen van Charlie Hebdo stonden in brand. Om vijf uur ’s ochtends stond hij er op de stoep, van het kantoor bleef alleen een zwartgeblakerde ruïne over, de computers waren gesmolten. Getuigen zeggen dat ze twee jongens met capuchons zagen wegvluchten, voorlopig het enigespoor naar de vermoedelijke daders. De brand ontstond door twee molotovcocktails.

Naar de reden voor de brandstichting hoefde niemand lang te zoeken. Die ochtend lag immers eenmalig ‘Charia Hebdo’ in de kiosken, met de profeet Mohammed als gasthoofdredacteur. Op de cover eist hij honderd stokslagen voor iedereen die met dit nummer niet sterft van het lachen. Het blad bevatte ook de bijlage Charia Madame, een knipoog naar de vrouwenbijlage bij Le Figaro, en tips voor halal-aperitieven. De cover was zoals gebruikelijk van te voren verspreid, wat de voorafgaande woede verklaart.

Ook de site van het blad werd woensdagochtend gehackt, door een Turkse groep. Charb weigert te geloven dat er een verband is met de brand, of dat zijn blad het slachtoffer is geworden van een georganiseerde groep. „Die brandstichters waren gewoon boze jongens uit de buurt. En we hebben veel mensen boos gemaakt, zo bleek al uit de mails de dagen voordien. De bedreigingen waren talrijker dan bij andere gevallen.” Charb geeft toe dat hij de woede heeft onderschat. De baas van het Belgische bedrijf waar de servers van de Charlie-site draaien, is met de dood bedreigd. De site is voorlopig vervangen door een weblog.

Charlie Hebdo is een buitenbeentje in de Franse pers. Het eind jaren zestig in extreemlinkse kringen ontstane blad bestaat voor het grootste deel uit tekeningen. Het verdedigt de ‘republikeinse waarden’ en heeft een traditie opgebouwd in anti-religieuze cartoons. Daarbij zijn christen-fundamentalisten, katholieke moraalridders en joden even vaak het mikpunt als moslims, verzekert Charb. Als de paus op de cover van Charlie Hebdo prijkt, dan is het om stevig te vloeken, het bestaan van God te ontkennen of om condooms uit te delen. „Wij zijn geen anti-islamblad. Wij zijn kritisch tegenover alle religies.”

Tot nu stond Charlie Hebdo nog maar één keer tegenover een moslimgroepering in de rechtbank, toen het blad in 2007 en 2008 de Mohammed-cartoons uit de Deense Jyllands-Posten had afgedrukt. Het blad kreeg gelijk; Frankrijk heeft geen wet op godslastering. Het protest bleef gering. „Maar we maakten toen deel uit van een wereldwijde commotie, waarbij ambassades werden belegerd. Wij waren toen slechts een klein spelertje in een groot geheel. Deze keer zijn we wel het enige doelwit, en dat heb ik zeker onderschat.”

De medewerkers van Charlie Hebdo waren misschien ook wat te gewend geraakt aan de bedreigingen. „Je hebt altijd imbecielen die zich ergeren als je het over hun godsdienst hebt. Maar we maken dit blad voor onze lezers, die zijn dit soort humor gewend. Deze brandstichting is zo buiten proportie dat ik ze niet had zien aankomen.” Charb is niet van plan voorzichtiger worden. „Dat zou een overwinning zijn voor de brandstichters, voor de onverdraagzamen. De islam is de tweede religie in dit land, daar wil ik even hard mee kunnen lachen als met het katholicisme.” Door de brand werd Charlie Hebdo zelf het middelpunt van het nieuws. De verkochte oplage steeg van 50.000 naar 200.000. Deze week worden er 140.000 gedrukt, dubbel zoveel als gebruikelijk. Charb kan er geen genoegen in vinden. „Ik had liever een kleine oplage zonder brand.”

    • Dirk Vandenberghe