Na orgaantransplantatie grotere kans op kanker

Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek in de Verenigde Staten.

Mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan, lopen daarna twee keer zoveel risico op tumoren als mensen die zo’n ingreep niet hebben ondergaan. Dat blijkt uit een uitvoerig onderzoek van de gezondheidsstatistieken van 175.732 transplantatiepatiënten in dertien Amerikaanse staten, 39,7 procent van het totaal aan orgaantransplantaties in de periode 1987 tot 2008 in de Verenigde Staten. De resultaten zijn vorige week gepubliceerd in het medisch-wetenschappelijke blad Journal of the American Medical Association.

Orgaantransplantatie gaat gepaard met een fikse medicatie die de afweer onderdrukt, om afstoting van het donororgaan te voorkomen. Daardoor kunnen tumorveroorzakende virussen opleven en kunnen ook andere infecties de kop opsteken, met kanker als gevolg. De onderzoekers maken de vergelijking met aids, waarbij hiv het afweersysteem platlegt en patiënten verhoogde kans hebben op door virussen veroorzaakte tumoren, zoals het Kaposisarcoom.

Het grootste deel van de getransplanteerde organen in het onderzoek betrof nieren (58,4 procent) en verder levers, harten en longen. Over het algemeen was het risico op 32 verschillende kankers verhoogd in vergelijking met normaal. Maar voor welk soort tumor transplantatiepatiënten gevoelig zijn, blijkt samen te hangen met het orgaan dat zij ontvingen.

Het risico op zogeheten non-Hodgkin-lymfoom, een vorm van lymfeklierkanker, was verhoogd na zowel long-, lever- als niertransplantaties. Dit type tumor maakte bij de transplantatiepatiënten 43 procent van alle kankers uit, terwijl dat aandeel bij de algemene Amerikaanse bevolking op 21 procent ligt. Voor longtransplantatiepatiënten was het risico op non-Hodgkinlymfomen veel hoger dan voor patiënten die ander organen ontvingen. Het risico op leverkanker was specifiek verhoogd bij mensen die een nieuwe lever hadden ontvangen. (NRC)