Kritiek op Bos klinkt bij eerste verhoren commissie-De Wit

De parlementaire commissie die de bankencrisis van 2008 onderzoekt nam gisteren de eerste verhoren af. „We stonden als parlement met de rug tegen de muur.”

Den Haag : 2 november 2011 Verhoren van de Parlementaire Enqutecommissie Financieel Stelsel. Verhoor van Onno Ruding. foto © Roel Rozenburg

Vier mensen waren gisteren uitgenodigd om op de eerste dag van de parlementaire enquête over de bankencrisis te verschijnen. En alle vier waren ze kritisch over de rol van toenmalig minister Wouter Bos (PvdA) die in het najaar van 2008 en begin 2009 een hoofdrol speelde bij het bestrijden van de crisis.

Neem oud-Tweede Kamerlid Kees Vendrik, die als erkend financieel specialist van GroenLinks de bankencrisis meemaakte. De minister van Financiën had volgens hem destijds het budgetrecht van de Tweede Kamer geschonden door enkele malen het parlement onnodig laat te informeren. Bijvoorbeeld bij de informatievoorziening rond de zogeheten back-up-faciliteit voor ING, waarmee de staat de giftige Amerikaanse hypotheken grotendeels garandeerde. De Kamerleden werden toen, januari 2009, via een telefonische vergadering in de nacht van zondag op maandag geïnformeerd. „Wat mij stak was dat ik later begreep dat de minister van Financiën hierover al twee maanden met ING in gesprek was. Toen wij het hoorden, stonden we als parlement met de rug tegen de muur”, zei Vendrik. „Pas later, in een debat met Bos, hoorden we dat de parlementaire goedkeuring een ontbindende voorwaarde was voor de steunverlening.” Toen was de steun aan ING echter al verstrekt. Kritiek op de nationalisatie van ABN Amro of de steun aan ING zelf klonk er gisteren overigens niet.

Om te voorkomen dat het parlement niet in staat is om vooraf groen licht te geven voor grote uitgaven – zoals bijvoorbeeld bij de nationalisatie van ABN Amro die bijna 17 miljard euro kostte – stelt Vendrik nu voor een commissie te vormen die in vertrouwen geïnformeerd kan worden, zoals dat nu al bij de zogeheten commissie-Stiekem gebeurt rond veiligheidskwesties. „Het is ook in het belang van een minister dat hij weet dat hij op steun van de meerderheid kan rekenen”, aldus Vendrik.

Ook zijn collega Frans de Nerée tot Babberich, destijds Kamerlid voor het CDA, was kritisch over de informatievoorziening door Bos rond de steun aan ING. Hij voelde zich voor het blok gezet, ook al omdat Bos destijds met een kabinetscrisis dreigde. „De CDA-fractie heeft zich er uiteindelijk met pijn in het hart bij neergelegd. Ik had toen de indruk dat er al langere tijd [door Bos en ING, red.] over gesproken werd: we kregen bij een briefing tabellen te zien die duidelijk niet in twee dagen waren gemaakt.” De Nerée stelde gisteren voor de Rekenkamer een rol te geven op zulke hectische momenten. Dan weet het kabinet dat er nog een gedetailleerd onderzoek volgt.

Ook voormalig minister van Financiën Onno Ruding was kritisch over het beleid destijds, al steunde hij de reddingsacties van Bos op hoofdlijnen. De voormalige bankier van het Amerikaanse Citibank had zich verbaasd over de geruststellende woorden van Bos over de 200 miljard euro aan overheidsgaranties die de kredietvoorziening aan de banken onderling weer op gang moest brengen. Commissievoorzitter Jan de Wit bracht een ANP-bericht in herinnering waarin Bos zei dat de staat niet of nauwelijks risico liep. „Dat zou ik niet gezegd hebben.” En Ruding vond het overdreven dat alle spaartegoeden bij de IJslandse bank Icesave tot 100.000 euro werden gegarandeerd.

Voormalig bestuurder Jan Peter Schmittmann van ABN Amro Nederland schetste een bijna cynisch beeld rond de overname van de Nederlandse bank en de integratie die later met Fortis, een van de kopers, moest plaatsvinden. Zijn taak was het ABN Amro Nederland zelfstandig te houden zolang er nog niet met de integratie begonnen mocht worden.

Volgens Schmittmann hoefde zijn ABN Amro niet gered te worden omdat de bank slecht zou draaien, zoals steeds in de media en door politici was geschetst. De problemen waren het gevolg van een weeffout in de overname: uit het Nederlandse deel van ABN Amro hadden andere kopers van het concern 6 miljard euro aan kapitaal onttrokken. „Maar van een ongezonde situatie was geen sprake. De performance was goed.” Fortis moest die 6 miljard aan kapitaal nog ophalen, maar door de uitgebroken crisis lukte dat niet meer.

Schmittmann leek nog een rekening met Bos te willen vereffenen. Op verzoek van Bos’ ministerie en De Nederlandsche Bank was een aantal ABN-mensen verzocht om aan te blijven en daar was een premie opgezet. Toen Schmittmann uiteindelijk (gedwongen) vertrok, moest hij via de rechter zijn premie afdwingen. Hij incasseerde 8 miljoen en hij deed afstand van het volledige bedrag (16 miljoen). „Het is toch raar dat mensen ontkennen dat er zo’n contract is, terwijl het er op hun verzoek is gekomen.” Ook verbaasde Schmittmann zich erover dat hij Bos geen één keer heeft gesproken. Nooit had de minister „zijn licht” bij hem opgestoken, „terwijl ik alle info had”.