Italië kampt met een dubbele dynamiek

Nederland leende vanmorgen probleemloos 2 miljard euro. Maar wat doet Italië? Grote vraag op de obligatiemarkt: maakt het nog uit of Berlusconi vertrekt?

Het contrast kon niet groter zijn vanmorgen. De Agent van Financiën van de Nederlandse staat heropende vanmorgen de tienjarige Nederlandse staatslening, en had aan belangstelling niet te klagen. De obligaties, met een couponrente van 3,25 procent, werden verkocht op een koers van 108,71. Dat geeft een effectief rendement van 2,24 procent. Tegen dat percentage leende minister De Jager van Financiën (CDA) vanmorgen probleemloos 2 miljard euro.

Ruim 1.300 kilometer zuidwaarts, in Rome, lagen de zaken vanmorgen geheel anders. De rente op Italiaanse tienjarige obligaties liep op tot 6,71 procent, een nieuw record binnen de eurozone. In juni 1997, in de aanloop naar de muntunie, betaalde Italië voor het laatst zoveel rente. Het spreekt vanzelf dat het renteverschil tussen Italië en Duitsland nu een hoogterecord heeft bereikt sinds de vestiging van de muntunie in 1999. De premie van credit default swaps (cds) op Italiaanse staatsschuld, waarmee de houders zich denken te verzekeren tegen wanbetaling, bereikten eveneens een hoogtepunt.

In afwachting van de stemming in het Italiaanse parlement over de begroting, later vandaag, hielden beleggers vanmorgen de adem in. De stemming zelf is een verkapte vertrouwensstem voor het kabinet-Berlusconi, en de vraag op de financiële markten is nu tweeledig: gaat Berlusconi? En als hij gaat, maakt dat dan nog wat uit?

De hoge Italiaanse rente leidt intussen tot een kwaadaardige ‘schulddynamiek’. Allereerst is een hogere rente op de Italiaanse staatsschuld slecht voor de begroting, waardoor het tekort oploopt, de schuld toeneemt en de rente als gevolg weer stijgt. Netto rentebetalingen over de staatsschuld waren oorspronkelijk begroot op 4,4 procent van het bbp, maar dat is gerekend met een renteniveau dat inmiddels veel hoger is. Een rente die, zoals nu, 3 procentpunten hoger is dan voorzien, vertaalt zich op termijn in een begrotingstekort dat maar liefst 4 procent van het bbp groter uitvalt.

Even bedreigend is de ‘marktdynamiek’. Banken en andere partijen op de financiële markten moeten van de marktmeesters van de beurzen meer geld in reserve houden naarmate de koersen van Italiaanse obligaties verder dalen. Dat maakt de stukken minder aantrekkelijk om te houden. En dat leidt weer tot verkopen, waardoor de koers verder daalt. De effectieve rente, die daar tegengesteld aan beweegt, loopt daardoor op.

Handelaren waren daar gisteren en vanmorgen extra op gespitst. Zowel Griekenland, Ierland als Portugal moesten worden gesteund toen de rente op hun staatsschuld de 7 procent oversteeg. Alleen al de verwachting dat Italië dit overkomt, zorgt er nu voor dat dit ook daadwerkelijk dreigt te gebeuren. De dynamiek kan, zo werd vanmorgen verwacht, enkel nog worden doorbroken door een politiek wonder. Of door de Europese Centrale Bank (ECB). Die maakte gisteren bekend voor een kleine 10 miljard euro aan steunaankopen te hebben gedaan, vermoedelijk voor het merendeel in Italiaans schuldpapier.

Hoe ver zou de Italiaanse rente zijn gestegen zónder de interventie van de ECB? De centrale bank wordt nu op de markt gezien als de laatste verdedigingslinie tegen een Italiaanse déconfiture. Of zij wil of niet.

    • Maarten Schinkel