Hee chica

Wouters beste moment kwam alweer jaren terug, toen we op een avond bij zijn vriendin thuis breezers aan het drinken waren. We hebben het over Heerhugowaard, het was zomer, we waren een reis naar Blanes aan het plannen. Mijn vrienden hadden hun haar gemillimeterd en Wouter leek vreemd veel op Lance Armstrong, die toen nog als vanzelfsprekend de Tour won. Zijn vriendin bleef ondertussen maar sms’jes krijgen van een ex, Hee chica, wil je iets afspreken? Mis je zo!, etc, terwijl die ex heel goed wist dat ze al tijden iets met Wouter had.

Ze zat er mee. Ze wilde hem niet lomp afpoeieren, maar ze kreeg er inmiddels toch ook wel echt genoeg van. We hadden het erover toen Wouter kalm haar telefoon pakte en terug sms’te: ‘Ha, hoe gaat ie? Wil je nu even ophouden met (..) te sms’en? Groetjes Wouter.’

Dat ‘Hee chica’ verzin ik er misschien bij, maar zoals ik het me herinner was die ex een fout figuur, dus het zou zomaar kunnen. Voor die breezers kan ik ook niet instaan. Ik weet ook niet meer of er een sms terug kwam, maar voor mij gaat het daar niet om: het is me bijgebleven omdat Wouter in een geval van conflict volledig kalm opereerde, zelfverzekerd, zoveel meer volwassen dan ik dacht dat we waren.

Dit weekend zat ik tegenover Wouter aan een pokertafel. Poker is als de Serengeti; iedereen is jager en prooi tegelijk (uit: Dan Harrington, How to play No Limit Hold’Em). In dit geval imiteerde mijn stapel chips een dooie antilope, in de zin dat het door allerlei kleine aasvreters werd weggewerkt. Ik ben te nerveus. Als ik aan een pokertafel twee koningen krijg toegedeeld, reageer ik alsof er drie dozijn horzels op mijn hoofd zijn geland.

Wouter niet. Hij zat er rustig bij. Omdat hij op een paracetamolkuur zat, na twee getrokken verstandskiezen, en omdat hij niet wist dat ik twee koningen had. Ik zette in en hij callde. Hij wilde zich vast niet laten afbluffen. Ik zette weer in en hij callde opnieuw. Ik gooide mijn armen de lucht in: „Ik ga all-in!”

Ik herinnerde hem laatst aan het sms’je; hij wist het niet meer. Wat voor hem pleitte. Het heeft er mee te maken dat je je eigen waarde weet en dan niet bang bent voor die van iemand anders.

Wouter callde mijn all-in en liet azen zien. Het ergste was, terwijl hij mijn chips naar zich toe harkte, dat hij zich excuseerde, dat hij me dit potje best gegund had.

Joost de Vries

    • Joost de Vries