Film 'Spectres' toont gevolgen Belgische koloniale macht

Sven Augustijnen, Spectres. T/m 12 februari in De Appel, Eerste Jacob van Campenstraat 59, Amsterdam. Di t/m zo 11-18u. Inl. deappel.nl ***

Je zou bijna denken dat de Belgen wat te verwerken hebben. Nadat David Van Reybrouck vorig jaar zijn monumentale boek Congo had gepubliceerd (en Luc Tuymans al eerder een serie schilderijen over het land had gemaakt), komt nu kunstenaar Sven Augustijnen met een groot project over de voormalige Belgische kolonie.

Augustijnen werkte jaren aan Spectres en een groot deel ervan is nu in De Appel te zien: foto’s, tijdschriften, langspeelplaten. Daarbij keren telkens dezelfde elementen terug: de moeite die het de Belgen kostte hun kolonie los te laten, de complexe strijd tussen verschillende partijen, de moord op Patrice Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo, en de vraag in hoeverre de Belgen verantwoordelijk waren.

Om deze materie enigszins overzichtelijk te houden maakte Augustijnen een heldere keuze: hij hing het grootste deel van zijn project op aan Jacques Brassinne de La Buissière, een 82-jarige Franstalige Belg, die ten tijde van de onafhankelijkheidsverklaring in Congo als hoge ambtenaar werkte. Brassinne is geobsedeerd door de moord op Lumumba en besteedde bijna dertig jaar van zijn leven aan het ontrafelen ervan – op de tentoonstelling zijn tientallen foto’s te zien die hij in Congo maakte. Hij is ook het onderwerp van het grote sluitstuk van Augustijnens project: een film van ruim honderd minuten waarin we Brassinne volgen langs verschillende mensen die bij de moord betrokken waren, van collega-ambtenaren tot de weduwe Lumumba. Uiteindelijk eindigt de film bij de plaats waar Lumumba moet zijn neergeschoten – al is daar geen spoor meer van hem te vinden.

Juist doordat Congo zo’n beladen en complex onderwerp is, duurt het even voor je als (Nederlandse) toeschouwer doorhebt dat het Augustijnen niet alleen om waarheidsvinding te doen is. Hij is zeker zo gefascineerd door Brassinnes onmacht grip te krijgen op de geschiedenis – en al snel blijkt dat dat eigenlijk geldt voor iedereen in de film. Allemaal vechten ze met het spook van de geschiedenis, soms fanatiek, soms nederig, soms onbeholpen – niet voor niets verwijst Spectres mede naar het beruchte ‘spook dat door Europa waart’ uit de eerste regel van Marx’ Das Kapital. Toch begint Augustijnens project op dat punt ook wat te wringen: het feit dat geschiedenis ongrijpbaar is, is zo langzamerhand een cliché – te dun, te makkelijk om zo’n groot project aan op te hangen. Het is niet voor niets dat Spectres op zijn best is als Augustijnen, subtiel, de hedendaagse gevolgen toont van de Belgische koloniale macht. Dat varieert van de enorme rijkdom waarin veel erfgenamen van het koloniale tijdperk zich nog steeds wentelen, tot de Congolese prostituees die zichzelf nog steeds aanbieden op de Brusselse Louizalaan. Dat is de echte geest waar Augustijnen op doelt.

Het resultaat van Spectres is zo wat dubbelzinnig. Aan de ene kant wens je, al kijkend, regelmatig dat Augustijnen nadrukkelijker had gekozen: of de Belgische koloniale geschiedenis fileren of de nadruk leggen op die ongrijpbare, vermaledijde subjectiviteit. Daar staat tegenover dat het project ook het verlangen oproept naar een Nederlandse equivalent. Terwijl je de Belgen ziet worstelen, besef je ook dat er onder het Nederlandse tapijt heel wat spoken huizen (variërend van Nieuw-Guinea tot de Molukse kwestie en Srebrenica). Wie Spectres ziet begint uit te kijken naar de eerste kunstenaar die dit soort ambities voor Nederland aan de dag durft te leggen.

    • Hans den Hartog Jager