En nu mag GroenLinks vertellen waarom we in Afghanistan zijn

Morgen moet het kabinet verklaren waarom de in Den Haag bedachte missie niet werkt in Kunduz. Maar vooral oppositiepartijen hebben iets uit te leggen.

Het kabinet tuigt een missie op in een ver land. Honderden militairen worden uitgezonden. Ter plekke blijkt er nauwelijks werk voor hen. Het mandaat van de ‘civiele’ missie is onwerkbaar. Internationale partners morren. Zij hadden al gewaarschuwd dat de behoeften anders zouden zijn dan in Den Haag was voorgespiegeld. Als compromis belooft het kabinet een onderzoek naar uitbreiding van de missie, terwijl het weet dat die controversieel is.

Wie moet zich daar morgen in de Tweede Kamer voor verantwoorden? Dan wordt er gedebatteerd over de politietrainingsmissie in Afghanistan. Wie gaat uitleggen waarom de realiteit zo anders bleek dan bedacht? De minister-president? Hij beloofde dat de „unieke Nederlandse aanpak” de NAVO-strategie kon beïnvloeden, in plaats van andersom. De minister van Defensie? Die, tegen de afspraken in, heeft bekend dat de missie eigenlijk militair was in plaats van civiel. Of de minister van Buitenlandse Zaken? Hij vertelde de Kamer niet over de werkelijke wensen en inschattingen van de NAVO en de Afghaanse autoriteiten.

Nee en nee en nee. Degenen die morgen tijdens het debat het meest zullen zweten, zitten bij de oppositiepartijen GroenLinks, D66 en ChristenUnie. Bij elke snipper nieuws over Kunduz moeten Jolande Sap en Mariko Peters – beiden GroenLinks – weer uitleggen wat de zin van de politietrainingsmissie is. Zij wilden die missie toch zo graag? Telkens weer worden ze gedwongen het kabinetsbeleid te verdedigen in plaats van te bekritiseren.

Twee weken geleden reisden zeven Kamerleden naar Afghanistan, waar zij zelf zagen hoe militairen in Kunduz duimen zitten te draaien. De militaire en diplomatieke gastheren vertelden hun hoe Nederland wél zou kunnen bijdragen aan de opbouw van het politieapparaat in Afghanistan. Door niet alleen agenten van de lokale politie in de provincie Kunduz te trainen, maar ook de iets hogeren in rang, en de grenspolitie, en politie uit andere provincies.

Afgevaardigden van de PvdA en SP konden in hun rol van oppositiepartij zeggen hoe „naïef” het was geweest om te denken dat het Afghaanse politieapparaat zich wel naar de Hollandse wensen zou vormen. De PVV, die pertinent tegen aanwezigheid in Afghanistan is, kon de missie opnieuw afdoen als geldverspilling.

De bijzondere gedoogpartners van de Kunduz-operatie zijn nog lang niet zo ver. Mariko Peters vond het „prachtig om te zien hoe de missie wordt vormgegeven in de dynamische Afghaanse realiteit”. Voor Wassila Hachchi van D66 was het „een eyeopener dat we binnen het huidige mandaat nog veel meer kunnen”.

Joël Voordewind van de ChristenUnie was niet mee naar Afghanistan, omdat er op het laatste moment geen plaats voor hem was in het vliegtuig. Blijkbaar is de steun van de ChristenUnie nu ook weer niet zó belangrijk, dat hij voorrang kreeg op een minder cruciaal lid van de oppositie. Voordewind belooft „kritische vragen” over de voorgenomen verandering van de missie die het kabinet afgelopen vrijdag bekendmaakte.

De aanpassing is voorlopig bescheiden. Het kabinet wil behalve agenten van de lokale politie ook het lagere kader op administratieve posities scholen. Aan de andere internationale wensen wordt voorlopig niet tegemoetgekomen. Het opleiden van agenten van buiten de provincie Kunduz en leden van de grenspolitie „wordt onderzocht”.

De vraag is namelijk of die uitbreidingen wel in overeenstemming zijn met de restricties die premier Rutte aan de trainingsmissie moest opleggen, in ruil voor steun van de Kamer. Hij heeft de oppositiepartijen toegezegd dat alle door Nederland opgeleide agenten na hun basiscursus gevolgd worden. Om te controleren of ze hun nieuw verworven schietvaardigheid niet gebruiken in militaire gevechten. In januari zei Rutte zelf nog dat de grenspolitie wordt ingezet voor militaire taken.

Tegen die minieme uitbreiding en een onderzoek kunnen de steunende oppositiepartijen moeilijk bezwaar hebben. Ze zullen de verantwoordelijke ministers morgen hooguit om nog meer toezeggingen vragen, maar nu dwarsliggen ondermijnt hun eigen geloofwaardigheid.

Voor de oppositiepartijen die de missie toch al niet willen is het morgen vrij schieten. Zij kunnen het kabinet vrijuit ter verantwoording roepen. En GroenLinks, D66 en de ChristenUnie pesten.