'Elk nieuw stuk brengt onzekerheid'

Componist Yannis Kyriakides wint prijs na prijs. Toch blijft hij onzeker. „Ik ben nu bezig met een nieuw stuk dat helemaal nergens heen gaat.”

2011 is een goed jaar voor Yannis Kyriakides. Zijn dubbel-cd Antichamber werd in Parijs bekroond met een Qwartz Electronic Music Award, hij kreeg de Toonzettersprijs voor Paramyth (2010) en tijdens het Haagse festival Dag in de Branding mag hij in december de Willem Pijper Prijs in ontvangst nemen voor Dreams of the blind (2007). Bovendien is hij de centrale componist tijdens November Music, het festival voor nieuwe muziek dat morgen in Den Bosch van start gaat. „Maar prijzen winnen is niet het doel van componeren”, zegt Kyriakides nuchter. „Als componist ben je altijd bezig met je volgende werk. Het is heel leuk dat mijn muziek nu veel aandacht krijgt en gespeeld wordt, maar van binnen verandert er niets. Elk nieuw stuk brengt naast inspiratie en obsessie ook nieuwe problemen en onzekerheid.”

Kyriakides werd in 1969 geboren op Cyprus in de zuidelijke havenstad Limassol, waar zijn vader een nachtclub dreef. Nadat Turkse troepen in 1974 het noordelijk deel van het eiland bezet hadden en er oorlog was uitgebroken, woonde de familie een half jaar bij Kyriakides’ oma op het platteland, om in 1975 naar Engeland te emigreren. Een bevlogen muziekdocent herkende zijn talent en zorgde ervoor dat hij een muziekbeurs kreeg voor de even prestigieuze als elitaire kostschool Eton.

„Dat was geen gelukkige tijd”, vertelt Kyriakides. „Ik ging erheen omdat ik vond dat ik moest gaan, vanwege die beurs, niet omdat ik graag wilde. Op Eton ben ik gewend geraakt aan het gevoel een buitenstaander te zijn. Het was een uitstekende muziekopleiding, ik zong in het beroemde koor; maar die tijd heeft er ook voor gezorgd dat ik weg wilde uit Engeland.”

Toch studeerde hij eerst nog muziekwetenschap aan de Universiteit van York, waar hij in aanraking kwam met de muziek van de Haagse School en Louis Andriessen ontmoette. „Wat me onmiddellijk aansprak in zijn muziek was de durf en de helderheid ervan, evenals het conceptuele vernuft. Zoiets had ik nog nooit gehoord.” Reden om naar Den Haag te verkassen, waar hij behalve bij Andriessen ook bij de experimentele geluidskunstenaar Dick Raaijmakers studeerde, die zijn interesse wekte voor elektronica en multimedia. Het zijn vaak zeer uiteenlopende elementen die samenkomen in Kyriakides’ intrigerende klankwerelden. „Het idee van puurheid vind ik niet zo opwindend”, verklaart hij. „Iemand heeft ooit gezegd dat ik ‘bastaarden van media’ maak, dat vond ik wel een aardige formulering. Mijn muziek is het resultaat van verschillende werelden die samenkomen.”

Ook zijn biografie beweegt zich tussen verschillende werelden, maar Kyriakides voelt zich allereerst een Nederlandse componist. „In de zin dat ik in de traditie van de Haagse School sta. Ik doceer daar nu zelf en voel me thuis in die traditie. In andere opzichten ben ik juist meer Cypriotisch of Engels.” Hij lacht. „En zo Nederlands als mijn kinderen zal ik nooit zijn.”

Als tiener raakte Kyriakides gefascineerd door zijn muzikale wortels in de Griekse muziek. Hij maakte een reis door Griekenland en enkele buurlanden, leerde onder meer ud (klassieke Turkse luit) spelen en raakte verslingerd aan rebetika, ook wel ‘Griekse blues’ genoemd. Lange tijd was hij terughoudend om elementen daaruit toe te passen in zijn eigen werk. Pas toen hij tegen het einde van zijn compositiestudie op zoek ging naar een eenvoudiger muzikaal idioom stuitte hij weer op zijn wortels. In de oosterse muziektraditie, waarin de horizontale dimensie van melodie en ritme veel belangrijker is dan de verticale van harmonie, vond hij de sleutel om zijn werk transparanter te maken.

Een terugkerend thema in Kyria-kides’ werk is de vraag hoe en wat muziek precies communiceert, een debat dat musicologen en filosofen al eeuwen bezighoudt. „Ik geloof niet dat muziek absoluut of abstract kan zijn en alleen zichzelf uitdrukken. Ze is altijd verbonden met allerlei niet-muzikale dingen, of je dat als componist nu wilt of niet.”

Aanstaande donderdag vindt in het Muziekgebouw aan ’t IJ de première plaats van Wavespace, het nieuwe werk van Kyriakides en videokunstenaar Joost Rekveld, waarin hij zijn publiek een virtuele geluidsruimte laat betreden. Zondag wordt Wavespace herhaald op de afsluitende dag van November Music, waar in totaal zeven programma’s met Kyriakides’ muziek te beluisteren zijn. Een hele eer? „Ik denk er niet over na in termen van eer, of dat het goed is voor mijn carrière”, zegt hij. „Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een nieuw stuk dat helemaal nergens heen gaat. Kan ik het nog wel, componeren? Zulke vragen dringen zich dan op. Er is altijd die zorg. Ik ontleen mijn identiteit meer aan wat ik doe dan aan waar ik word geplaatst.”