De smalle marges van Europa

De schuldencrisis in Europa drukt haar stempel stevig op de binnenlandse politiek in diverse landen. De Griekse premier George Papandreou heeft zijn vertrek aangekondigd om zo de weg vrij te maken voor een coalitieregering. Daarin neemt ook de grootste oppositiepartij zitting. Vermoedelijk worden voor volgend voorjaar vervroegde verkiezingen uitgeschreven. De stoel van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, politiek overlevingskunstenaar bij uitstek, wankelt meer en meer. De Franse premier François Fillon voelde zich genoodzaakt gisteren een extra bezuinigingspakket van 11,6 miljard euro bekend te maken.

Dit is de tijd van de impopulaire maatregelen en de impopulaire politici. Spanje gaat deze maand vervroegd naar de stembus omdat premier José Luis Rodríguez Zapatero besefte dat hij te weinig krediet onder de kiezers heeft. Hij gaat vrijwel zeker een nederlaag tegemoet. Dat overkwam eerder dit jaar de Portugese premier José Sócrates, die in juni de verkiezingen verloor nadat zijn minderheidskabinet was gevallen over het verzet tegen zijn begrotingsmaatregelen.

Dit verschijnsel beperkt zich niet tot Zuid-Europa. In Ierland zag premier Brian Cowen zich zelfs genoodzaakt tot tweemaal toe de verkiezingen te vervroegen. Zijn coalitiepartner had er geen vertrouwen meer in en, naar vervolgens bleek, de Ierse kiezer ook niet meer. In Slowakije was een val van het kabinet nodig om Europees beleid daar en elders mogelijk te maken.

Ook de reguliere Franse presidentsverkiezingen van 2012 en de Duitse Bondsdagverkiezingen van 2013, en de Duitse deelstaatverkiezingen al eerder, vormen een zware hypotheek op de onderhandelingsmarges voor de politieke leiders van de twee leidende naties in de EU.

Dit alles voltrekt zich in de wetenschap dat de politieke marges in de afzonderlijke landen smaller zijn dan ooit. EU-lidstaten die aan het infuus zitten van het Europese steunfonds EFSF en het IMF, of slechts voorwaardelijk hulp kunnen krijgen van de Europese Centrale Bank, zijn in wezen hun autonomie gedeeltelijk kwijt. Dat geldt ook voor landen die vrezen voor afwaardering van hun kredietwaardigheid.

De Grieken krijgen nu een nationale overgangsregering, die echter de facto geen andere keuze heeft dan afspraken die al op Europees niveau zijn gemaakt, na te komen. De dit jaar aangetreden Portugese premier Pedro Passos Coelho ervoer al eerder dat hij niet in staat is tot wezenlijk minder ingrijpende bezuinigingen dan zijn voorganger. De toekomstige Spaanse premier zal dat ook merken. De crisis laat weinig keuzes. Juist in een tijd waarin politici het mandaat van hun kiezers zo hard nodig hebben, is dat wel een treurige constatering.