Bloederige beelden mogen wel, beledigen mag niet

Googles Transparancy Report vertelt hoe vaak films of blogs offline gaan op verzoek van overheden. Google zou nog transparanter zijn als het ook zegt wat het zelf verwijdert.

Websites van Duitse neonazi’s, openlijke kritiek op de koning van Thailand of beledigde Braziliaanse verkiezingskandidaten: Googles halfjaarlijkse Transparancy Report biedt inzicht in het aantal malen dat het internetbedrijf op last van de lokale overheid webinhoud moest verwijderen. Vaak gaat het om YouTube-filmpjes, blogs of ongewenste zoekresultaten. In het laatste geval wordt de omstreden pagina uit de resultaten gefilterd.

Al hebben wereldwijd twee miljard mensen toegang tot internet, de censuur wordt er niet minder op. Dorothy Chou, verantwoordelijk voor Googles ‘transparantiebeleid’: „In 2002 waren er vier landen die een Google-dienst blokkeerden, nu zijn het er meer dan veertig.” Op zich logisch, want Google biedt nu ook meer diensten. YouTube wordt bijvoorbeeld in 17 landen geweerd.

Chou reist door Europa om uitleg te geven over Googles rapport. Nederland lijkt een toonbeeld van internetvrijheid: in zes maanden vier verzoeken om een filmpje of een blog offline te halen. Vergelijk dat maar met de ruim 1.500 verzoeken die Duitsland deed om zoekresultaten aan te passen. „Dat ligt aan de Duitse wetgeving ten opzichte van neonazisme”, zegt Chou.

Als er met een gerechtelijk bevel gezwaaid wordt, moeten internetbedrijven medewerking verlenen aan onderzoek. Opvallend is hoe vaak er in de VS om gebruikersgegevens gevraagd werd. Amerikaanse opsporingsinstanties informeerden naar de accounts van meer dan 11.000 gebruikers. In vrijwel alle gevallen (93 procent) gaf Google deze gegevens ook prijs. Ter vergelijking: in India kreeg Google minder dan 2.500 van zulke verzoeken binnen, in Nederland 213 keer. Hier gaf Google in iets minder dan de helft van de gevallen de accountgegevens prijs.

Volgens de privacyvoorvechters van Electronic Frontier Foundation (EFF) is Google, samen met Twitter, een van de weinige webdiensten die openheid bieden over dit soort verzoeken van de overheid. Twitter waarschuwt gebruikers ook actief als er naar hun gegevens is gevraagd.

Google wil graag transparant zijn over wat er achter de schermen gebeur, zegt Dorothy Chou: „Zodat onze gebruikers weten dat wij hun vertrouwen verdienen.” En vertrouwen, daar gaat het om bij het aanbieden van gratis internetdiensten.

Maar Google kan nog transparanter worden over wat nu wel en niet door de beugel kan. Bijvoorbeeld als het gaat om YouTube. Het blijft lastig te verklaren dat een filmpje van een beledigde politicus of een pesterij in Italië meteen verwijderd moet worden, terwijl de bloederige video’s van de aanhouding van Gadaffi of de moord op de jonge Iraanse demonstrante Neda (in 2009) online blijven staan. „Die hebben een nieuwswaarde”, zegt Chou.

YouTube heeft een systeem waarbij gebruikers zelf aangeven (‘flaggen’) welke filmpjes ze als ongepast ervaren. Als voldoende mensen klagen, beoordeelt een team van Youtube zelf of het filmpje offline gaat. Zou het geen goed idee zijn om ook het cijfermateriaal van deze zelf opgelegde censuur bekend te maken? Chou: „Die optie zijn we nu aan het overwegen.”

Marc Hijink

Lees meer over het rapport op google.com/transparancyreport en whohasyourback.eff.org/

    • Marc Hijink