Zelfbevrediging

Een paar weken geleden gebeurde er iets dat het landelijke nieuws nauwelijks haalde, maar dat het verdient om er even bij stil te staan. Op die dag werd namelijk een 48-jarige man uit Apeldoorn door de politierechter in Zutphen veroordeeld tot vijftig uur werkstraf, waarvan twintig voorwaardelijk. Het delict? Hij heeft zich schuldig gemaakt aan wat in de katholieke moraaltheologie pollutio heet: zelfbevrediging. In zijn eigen huis, dat wel.

Hoe is het bewijs geleverd, vraagt u zich misschien af? Doordat zijn oplettende en dappere achterbuurvrouwen hem in de gaten hadden en hun camera erbij gepakt hebben.

Op hun film is te zien hoe hij in kamerjas achter zijn computer gaat zitten en ‘het delict’ pleegt. De officier van justitie heeft de gedaagde nog gevraagd waarom hij de gordijnen niet had gesloten. Deze antwoordde dat hij had gedacht dat hij niet te zien was. Maar dat de gedaagde zich van geen kwaad bewust was, is flauwekul, wist de schrandere officier. Op de film is duidelijk te zien dat hij achter een groot raam zit, waardoor je gemakkelijk naar binnen kunt kijken. De gedaagde deed het erom. Daarvoor verdiende hij een flinke straf. En die kreeg hij. De rechter vonniste conform de eis.

Je kunt deze hele zaak afdoen als van nul en generlei belang. En vergeleken bij het wereldnieuws van de afgelopen weken is het belang natuurlijk gering. Maar toch. De zaak heeft ook een grote symbolische waarde.

Om te beginnen die man. Die had natuurlijk de gordijnen dicht moeten trekken. Dat hij het niet gedaan heeft bewijst op zich minst dat hij te weinig schaamtegevoel heeft en het hem niets kan schelen wat anderen ervan vinden. Dan de buurvrouwen. Ze hadden, al dan niet gesecondeerd door hun echtgenoten, bij de man moeten aanbellen en er op hoge poten iets van moeten zeggen. Ze hadden desnoods een emmer ijskoud water over hem moeten gooien. Maar alles filmen en daarmee naar de politie gaan? Dat doe je alleen als je een ernstig misdrijf ziet gebeuren.

En de politie? Die had geen proces-verbaal op moeten maken, maar naar de man toe moeten gaan en hem eens ernstig moeten toespreken. De officier had de zaak natuurlijk moeten seponeren. En de rechter tenslotte had de man met een ernstige waarschuwing moeten laten lopen.

Alle betrokkenen hebben het dus verkeerd gedaan. Niemand heeft zich gedragen zoals het betaamt: als een volwassen en verstandig mens, die zijn verantwoordelijkheid neemt. Is dat dan iets wat in onze samenleving aan het uitsterven is?

Naema Tahir