'We moeten in discussie met belastingbetaler'

De 435 leden van Kunsten ’92 zullen morgen Jet de Ranitz tot hun voorzitter kiezen. „Een instelling die publiek geld krijgt, moet aansluiten bij wat de maatschappij wil.”

Nederland, Amsterdam, 2011 Jet de Ranitz, AHK, voorzitter van het College van Bestuur Foto Bob Bronshoff Bob Bronshoff

Ze wordt morgen één van de invloedrijkste personen in de kunstwereld. In het Amsterdamse Compagnietheater zullen de leden van Kunsten ’92 Jet de Ranitz dan zo goed als zeker tot hun nieuwe voorzitter kiezen. De vereniging, waarbij 435 cultuurinstellingen zijn aangesloten, speelt een belangrijke rol in het debat over en de lobby van de kunst- en cultuursector.

Daarnaast leidt De Ranitz de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en is ze bestuurslid van de HBO-Raad. Dat is te combineren, want: „Ik ben geen negen tot vijf meisje.” Ze spreekt veel over ‘wij’ en wil zichzelf niet ‘invloedrijk’ noemen, maar ‘een voortrekker’. Over die andere nieuwe voortrekker, Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, zegt ze: „Hij is ervaren en heeft een groot hart voor kunst. Zijn uitspraken getuigen van realiteitszin. Of de raad met hem ook de slag naar de toekomst gaat maken, is afwachten.”

Wat gaat u doen met Kunsten ’92?

„We moeten allereerst de schade van de bezuinigingen beperken, door meer samenwerking bijvoorbeeld. Voor de langere termijn moeten we kijken welke positie kunst in de samenleving moet innemen. Het is duidelijk dat de samenleving anders staat tegenover kunst, met name tegenover kunstsubsidies. We moeten in discussie met de belastingbetaler, die wil weten wat er met zijn geld gebeurt. We moeten tonen dat kunst er niet alleen is voor de happy few.”

Een nieuwe positie innemen in de samenleving, hoe gaat u dat doen?

„Dat doe ík niet, dat doen we met zijn allen. We moeten, iedere kunstenaar en instelling voor zich, de vraag beantwoorden: Waartoe zijn we op aarde? Als je als kunstenaar geen subsidie hebt, kun je doen wat je wil. Maar een instelling die publiek geld krijgt, moet aansluiten bij wat de maatschappij wil. En dat is nu iets anders dan vijf jaar geleden. Zo’n instelling moet kijken: Hoe richt ik mijn organisatie zo in dat ik relevant blijf? Daarbij zal helaas niet iedereen het redden.”

Hoe ver staat u af van de ideeën van staatssecretaris Zijlstra van Cultuur?

„Zijlstra’s idee om meer te sturen op eigen ondernemerschap is goed en veel instellingen doen dit allang. Zijn keuze voor topinstellingen als het Rijksmuseum is ook te verantwoorden. Het grote probleem is dat daarna het geld op is. In zijn nota staan heel verstandige dingen, al ben ik het niet eens met zijn afbraak van de talentontwikkeling. En hij heeft te weinig geld.”

De protesten van Kunsten ’92 tegen de bezuiniging hebben niets opgeleverd. Hoe geloofwaardig zijn jullie nog?

„Er is dankzij die acties wel veel discussie geweest; we hebben grote zichtbaarheid bereikt. Maar je ziet dat dit kabinet op slot zit wat betreft onderwerpen die in het regeerakkoord zijn afgesproken. Ik heb onlangs Zijlstra gesproken, en een debat over de gevolgen van de bezuiniging en de toekomstige rol van de overheid is wél mogelijk.”

U leidt een Hogeschool voor de Kunsten. Vanuit de kunstwereld is er juist kritiek op het kunstonderwijs: te veel studenten, te weinig marktgericht.”

„Die kritiek komt vooral van de Vereniging van Schouwburgen en Concertgebouwdirecties, en ik ben het er niet mee eens. Het blijkt ook niet uit onderzoek. Dat neemt niet weg dat er met de bezuinigingen in het werkveld veel verandert, met name bij de podiumkunsten. Daarom gaan wij het aantal studenten muziek, dans en theater beperken. En we gaan meer investeren in samenwerking met kunstinstellingen, ook omdat er op talentontwikkeling zo veel wordt bezuinigd. We werken al samen met Het Nationale Ballet en gaan dat doen met meer instellingen.”

De directeur van de Filmacademie, die opstapte, zegt: verandering is onmogelijk met docenten die er 20 jaar zitten.

„Het is niet onmogelijk, wel moeilijk als je 20 jaar dacht het goede te doen en opeens hoort dat alles anders moet. Maar die docenten zien nu ook dat verandering nodig is.”

Wanneer zijn uw functies bij Kunsten ’92 en bij de hogeschool geslaagd?

„Als we als school ons duidelijker profileren, ook in de stad. Ik wil een soort kunstabonnement voor Amsterdammers, zodat ze gemakkelijker naar onze voorstellingen kunnen komen. En als Kunsten ’92 moeten we straks met meer zelfvertrouwen onze rol in de maatschappij oppakken. Dat is een collectieve ambitie waaraan ik wil bijdragen.”

    • Birgit Donker