Walgen van poep, pies en pleinen

Walging associëren we vooral met viezigheid. Maar de Britse hoogleraar Graham Davey ziet de emotie in allerlei psychische stoornissen – zelfs pleinvrees.

Wálgelijk. De manier waarop we het uitspreken geeft al aan dat we het woord associëren met viezigheid waar we liever zo ver mogelijk vandaan blijven. Terecht, schrijft Graham Davey, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Sussex, want walging heeft als doel ziektes te vermijden. Hij publiceerde onlangs online een overzichtsartikel in een geheel aan ziektevermijding gewijde aflevering van de Philosophical Transactions of the Royal Society B.

„Walging is universeel, maar toch niet helemaal aangeboren”, zegt Davey tijdens een telefonisch vraaggesprek over zijn artikel. „Heel jonge kinderen stoppen nog alles in hun mond, al vinden zij bittere smaken vaak al wel vies. Dat poep walgelijk is leren ze pas tegen hun tweede jaar.”

Waarvan we walgen is grotendeels cultureel bepaald en persoonsafhankelijk. Davey: „We hebben aangetoond dat de neiging om te walgen en de mate van walging van persoon tot persoon varieert. Wie sterker walgt, heeft meer smetvrees, is banger voor bloed en naalden, of heeft meer last van fobieën voor kleine dieren zoals spinnen en muizen.”

Veel van de reacties die u onder walging schaart, worden vaak aangeduid als angst.

„Angst en walging komen vaak samen voor, al is de fysiologische reactie niet hetzelfde. Extreme walging kan je doen flauwvallen, extreme angst veroorzaakt hartkloppingen. Er zijn ook verschillende hersengebieden bij betrokken. Angst kán voortkomen uit walging, bijvoorbeeld wanneer iemand panisch wordt bij de gedachte aan vieze handen. Vaak wordt walging verward met angst, omdat die emotie veel bekender is. Bijvoorbeeld bij muizen- of spinnenfobie. Voor grote roofdieren zijn we bang. Kleine dieren associëren we met ziekteoverdracht.”

Bij wat voor stoornissen speelt walging nog meer een rol?

„Er is een verband met eetstoornissen, seksuele disfunctie, hypochondrie, hoogtevrees, claustrofobie, pleinvrees en verlatingsangst – ook als we corrigeren voor de angst. In de meeste gevallen is die walging een uit de hand gelopen versie van ‘gewone’ walging. Iemand met anorexia walgt van al het eten dat hem of haar dik kan maken. Soms is er sprake van zelf-walging, over het eigen lichaam of de eigen capaciteiten. Dat gaat vaak gepaard met schaamte.”

Hoe verklaart u de rol van walging bij zoiets als pleinvrees?

„Als je in een negatieve stemming bent, zul je eerder negatieve emoties zoals walging ervaren. Dat zagen we in een experiment waarbij we mensen eerst deden walgen en hun daarna woorden voorlazen met verschillende betekenis die bijna gelijk klinken. Ze kozen na walging vaker de dreigende betekenis: niet wore, maar war. Walging kan een stoornis zoals pleinvrees dus verergeren.”

Wat hebben we eraan te weten dat walging daarbij een rol speelt?

„In therapie is het belangrijk om bij fobieën naast de angst ook de walging aan te pakken, door gecontroleerde blootstelling aan zowel angst- als walgingsfactoren die een rol spelen in de fobie. Bijvoorbeeld door patiënten niet alleen een injectie te laten voelen maar ook naar het in het buisje stromende bloed te kijken. In een aantal kleine onderzoeken was die aanpak succesvoller dan alleen het behandelen van angst. En de terugval was ook minder.”

    • Jop de Vrieze