Waarom heeft een vork vier tanden?

Tijdens het eten vraagt Koen Blok (4) uit Houten zich vaak af waarom een vork vier tanden heeft. Zijn vader Arjen is vooral benieuwd waarom een gebaksvork drie tanden heeft en een vleesvork twee.

Er was ooit een tijd dat iedereen met z’n handen at. Ridders hakten met hun zwaard het vlees aan stukken; meer bestek kwam er niet aan te pas. De vork kent verschillende geboortes. Een ervan stamt uit de Middeleeuwen, waar men een tweetandige vleesvork gebruikte omdat het varken aan het spit te heet was om vast te pakken.

De kerk probeerde het vorkgebruik tegen te houden: God gaf ons immers handen om mee te eten. Tevergeefs; sinds Napoleon is de vork gemeengoed. Etiquettedeskundige Anouk van Eekelen: „En nu durven we in Nederland ons eten nauwelijks nog aan te raken met onze handen.”

Marketingmanager Jordan Soeteman van bestekproducent Amefa zet voor vader en zoon Blok de verschillende soorten vorken uiteen:

De tweetandsvork, ofwel de vleesvork. Heeft als doel om het vlees op zijn plaats te houden tijdens het snijden en het vervolgens op te scheppen. Er wordt niet mee gegeten, want er past te weinig op. Kreeften- en slakkenvorken hebben ook twee tanden, want die moeten smal genoeg zijn om in kleine holtes te kunnen prikken.

De drietandsvork; meestal een gebaksvorkje. Soeteman verklaart eenvoudigweg: „Zo’n klein gebaksvorkje met vier tanden is uit verhouding.”

De viertandsvork. Die vervangt eigenlijk de lepel, sinds de lepel alleen nog voor vloeibaar eten gebruikt mag worden, zegt Soeteman. Vier tanden betekent een groter schepoppervlak. En dat is volgens hem waar de huidige cultuur om vraagt. In vakjargon: „een grote bak”. Soeteman: „Want dan kan er meer eten in één keer naar binnen ‘geschoven’ worden.”

Dat kan zo zijn, maar, wil de etiquettedeskundige nog even in herinnering brengen, we gebruiken een vork dus niet om ons eten naar binnen te schuiven. Met een vork prik je. Van Eekelen: „De etiquette wil dat we ons eten van de vork af eten. Je stopt dus niet de hele vork in je mond. Met kleine hapjes eten, vinden we in Nederland beschaafd.” Doperwtjes zijn lastig, maar Van Eekelen is van de praktische etiquette en zegt: „Doperwten mag je ook best schuiven.”

Anne Dohmen

    • Anne Dohmen