Vrouwen hebben bij ons een streepje voor

Bij El Islam zijn ze er inmiddels aan gewend dat er vrouwen door de hele moskee lopen. En de moskee heeft ook een vereniging voor vrouwen en meisjes.

den haag moskee foto nrc rien zilvold

Sanea Zahri (29) studeerde ondernemingsrecht in Leiden, werkte voor de Jordaanse ambassade en heeft bijna haar tweede studie internationale betrekkingen afgerond.

Fouzia Outmany (30), socioloog, werkt als beleidsadviseur en onderzoeker aan hogeschool Inholland. Fouzia was voorzitter van de vrouwen- en meisjesvereniging El Manaar van de moskee. Sanae is penningmeester.

Sanae: „Ik ben opgegroeid in Leiden. Daar ging ik niet naar een moskee. Sinds ik in Den Haag woon ga ik naar El Islam.”

Fouzia: „Ik was 13 toen ik uit Marokko naar Nederland kwam. Mijn broer ging naar El Islam. Toen ik 17 was, ben ik samen met mijn zus langsgegaan. Wij wilden ook leren over de islam. Er was toen nog geen aparte ruimte voor vrouwen. De imam zag ons verzoek wel zitten. Hij vindt dat je voor je rechten moet vechten. Juist als vrouw. Hij gaf ons zelf les.”

Sanae: „Ik ging vroeger alleen met feestdagen naar de moskee. Ik besefte niet dat je in de moskee kan leren. Ik dacht, daar kom je om te bidden.”

Fouzia: „In El Islam zijn lezingen en lessen. En sociale activiteiten.”

Sanae: „Ik ga niet naar de moskee om te bidden. Voor een vrouw maakt het niet uit waar ze bidt, ze krijgt de zegeningen toch. Wij hebben een streepje voor.”

Fouzia: „Ik werk fulltime buiten Den Haag. Als het kan, ga ik naar de moskee om te bidden. Maar dat lukt niet vaak. Ik vind het prettig in de moskee te bidden. Het gebed is bedoeld om te onthechten, om je te onttrekken aan de dagelijkse sleur. Het brengt rust in je hoofd.”

Sanae: „Ik ben wat minder bekend dan Fouzia met de regels in de moskee. De eerste keer stapte ik via de manneningang binnen.”

Fouzia: „Dat is niet erg. Inmiddels zijn ze wel gewend dat er vrouwen door de hele moskee lopen.”

Sanae: „Ik hoorde dat Al Manaar een penningmeester nodig had. Het is goed als vrouwen ook actief zijn in de moskee.”

Fouzia: „Het is vreemd dat vrouwen nooit zijn gevraagd voor het bestuur. Binnen Al Manaar zitten allemaal hoogopgeleide ambitieuze vrouwen. Vrouwen in het bestuur, dat ligt kennelijk nog gevoelig.”

Sanae: „In de moskee kan ik mezelf zijn. Ik voel me thuis in Nederland. Ik kan me overal thuis voelen. Ook in Londen, ook in een Arabisch land. Maar als ik een tijdje weg ben geweest, mis ik Nederland.”

Fouzia: „Mijn vrienden en familie wonen hier, als je weg bent, dan wil je terug. Ik heb leuke collega’s, mijn ouders, mijn man, vrienden. Tegelijkertijd word je als Marokkaans of als moslima weggezet.”

Sanae: „Ik voel me een Marokkaanse Nederlander. Mijn geloof maakt me niet minder Nederlands.”

Fouzia: „Ik ben zo gewend om me de hele tijd te verantwoorden, dat ik dat automatisch doe. Ook als iemand me een neutrale vraag stelt en geen verantwoording verwacht.”

Sanae: „De Nederlandse politiek vind ik te rechts. Toch voel ik me hier thuis. Als ik in Marokko zou wonen, zou ik ook dingen tegenkomen die me niet bevallen.”

Fouzia: „Ik was met mijn man met vakantie in Andalusië. We ontmoetten een groep moslims uit de Verenigde Staten. Toen ze hoorden dat wij Marokkaanse moslims waren, kwamen ze naar ons toe. Ze vonden ons zo bijzonder. Ze associeerden Marokkanen met de Andalusische beschaving, met iets moois. Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

Sheila Kamerman

    • Sheila Kamerman