Volg Bob

Rintje Ritsma moet ik eigenlijk niet tegenspreken. De oud-schaatser weet alles van de 1.500 meter. Hij heeft het koningsnummer vaak gereden en gewonnen.

Ritsma keek gisteren naar de wedstrijden bij de NK afstanden en zei iets bijzonders na het zien van de race van winnaar Stefan Groothuis. „De snelheid komt naar hem toe.”

Schaatsers krijgen allemaal een tik van de molen mee. Manisch rondjes draaien is niet goed voor een mens. Je gaat er van malen. Zo’n tien kilometer; steeds na een rondje over de streep rijden en beseffen dat alles opnieuw begint: weer een rondje van 400 meter.

De eindstreep die geen eindstreep blijkt te zijn. Gekmakend, dat is het.

Ritsma is er in zijn theorie van overtuigd dat het begrip snelheid menselijke trekken vertoont. Snelheid komt naar je toe. Als een hond. Rijd je goed, dan is snelheid niet te beroerd een stap in jouw richting te doen.

Kwam de snelheid naar Stefan Groothuis toe, zoals Ritsma beweerde? Trapte Groothuis met zijn schaatsen het ijs en dus de wereld van zich af en ging de aarde daar sneller van draaien? Het deed denken aan een olifant in het circus die een loopbeweging maakt en zo de grote bal onder hem aan het rollen krijgt.

Ik ga de theorie van Ritsma binnenkort uitproberen op de openbare weg. Expres te hard rijden, aangehouden worden door de politie, raampje opendraaien: „Ja, sorry, de snelheid kwam naar me toe.”

Olympisch kampioen Mark Tuitert reed op de NK zijn eerste volle rondje op de 1.500 meter. Het zag er aardig uit. Van een afstand keek Ritsma toe. Hij bleek dwars door de aerodynamische stof van het schaatspak heen te kunnen kijken. Hij wist wat er met Tuitert aan de hand was: „Zijn benen zitten vol met zuur.”

We denken alles te weten van schaatsers die in de rondte rijden. Het is één grote vooronderstelling, soms alleen gebaseerd op het zien van een paar rode konen.

Ter vergelijking, je zit in het Concertgebouw, de sopraan wrijft een keer over haar buik en je buurman fluistert meteen in je oor: „Die heeft teveel soep op, dat hoor ik, in het hoge register.”

Ritsma, terwijl Tuitert voorbij komt: „Hij maakt geen gebruik van zijn snelheid.”

Hoe maak je gebruik van je snelheid? Ik heb eigenlijk geen idee.

In de schaatssport wordt elke slag geduid en verklaard door kenners langs de kant. Ik houd me liever vast aan de solistische werkwijze van mijn schaatsidool Bob de Jong. Hij rijdt al zestien jaar op hoog niveau. Bob vertelde na zijn gewonnen tien kilometer dat hij vrijdag na een mindere vijf kilometer bij zichzelf te rade was gegaan.

De vraag die Bob zichzelf stelde: hoe moet het ook alweer, dat schaatsen?

Bob gelooft alleen in zijn eigen hersenspinsels en maakt vervolgens een plan. Anarchie op de ijsvloer.

Experts weten zich geen raad met Bob. De stayer laat een slagje lopen na de bocht, puft uit met ontbloot bovenlijf, ritst bij de prijsuitreiking zijn schaatspak open tot onder de navel en zingt het Wilhelmus niet mee.

Weg regels, weg theorieën, weg burgerfatsoen.

De snelheid komt naar je toe. Ach, hou toch op. Voor het pure schaatsen geldt maar één regel: volg Bob.

Wilfried de Jong