Tussen Tsjeljabinsk en Utrecht City Bokaal

Dit weekeinde plaatsten bij de NK afstanden in Thialf schaatsenrijders uit liefst negen verschillende sponsorploegen zich voor de wereldbekerwedstrijden.

Grijnzend liep coach Gerard van Velde gisteren na de 1.500 meter bij de NK afstanden door de tunnel onder het ijs van Thialf. „Ik val van de ene verbazing in de andere”, jubelde de olympisch kampioen van Salt Lake City 2002. Drie schaatsers van zijn kleine ploeg iSkate-APPM plaatsten zich voor de eerste wereldbekerwedstrijden: Jesper Hospes, Michel Mulder en Sjoerd de Vries. „Dit was voor ons de belangrijkste wedstrijd van het seizoen. Hier moest het gebeuren.”

Zelden trok een bonter geschakeerd gezelschap van Nederlandse schaatsers en begeleiders naar de eerste wereldbekerwedstrijden, over twee weken op de diep in de Oeral gelegen overdekte baan van het Russische Tsjeljabinsk. Vorige jaren kaapten de grote ploegen van TVM en Control bij de NK afstanden de tickets voor de wereldbeker weg, met hooguit een kruimel voor de rest. Dit weekeinde plaatsten schaatsers uit negen verschillende ploegen zich voor de eerste internationale confrontatie.

De Friezin Pien Keulstra uit Jong Oranje verraste met titels op de zwak bezette drie en vijf kilometer. Sprintster Thijsje Oenema, uit de nieuwe vrouwenploeg Op=Op van debuterend trainster Renate Groenewold, won voor het eerst de 500 en 1.000 meter. Net als vorig jaar heerste de BAM-ploeg op de lange afstanden, met goud voor Jorrit Bergsma (vijf kilometer) en Bob de Jong (tien kilometer). En er waren in totaal liefst vijf wereldbekerplekken voor drie man van de uitblinkende sprintploeg iSkate-APPM.

„Nu ga je meedoen met de besten van de wereld”, zei coach Van Velde over de komende reeks wedstrijden in Tsjeljabinsk, het Kazachstaanse Astana en Heerenveen. „Daar kun je stapje voor stapje groeien. Anders blijf je thuis en rijd je begin december de Utrecht City Bokaal.” Zoals in zijn ploeg Hein Otterspeer. „Hij was wat te gespannen, jammer. Dat is zo’n domper. Dan moet je wachten tot je eind december bij de NK sprint een tweede kans krijgt. Er zijn er die daar iets positiefs in zien. Maar ik niet hoor.”

Voor het grote TVM, de enige ploeg met een A-licentie, hadden de NK afstanden geen prioriteit. Sprinter Simon Kuipers en de allrounders richten hun training op eind december, als plaatsing voor EK en WK moet worden afgedwongen. „Dan moeten wij op ons best zijn”, zei coach Gerard Kemkers twee weken geleden in Inzell. Dat Kuipers en Jorien Voorhuis zich op geen enkele afstand wisten te plaatsen voor de wereldbeker en dat alleen Ireen Wüst op de 1.500 meter een titel haalde, was geen al te grote tegenvaller. Ook bij de ploeg Hart-Hofmeier werd niet lang getreurd om Koen Verweij, die nergens kwalificatie afdwong.

Maar voor bescheiden teams als Op=Op en iSkate-APPM zijn de NK afstanden een cruciaal moment om commercieel en sportief te scoren. „Met ons kleine budget moeten we hier proberen de grote ploegen te verslaan”, zei Van Velde. „Wij hebben één begeleider, zij misschien wel tien. Schaatsers die bij ons komen, moeten echt willen. Wij bieden geen auto, geen groot salaris. Beorn Nijenhuis [vorig jaar gestopte oud-kampioen] kon bij ons komen, maar trok het niet. Sjoerd de Vries kreeg eerst alleen een trainingspak. Uiteindelijk hebben we iets van mijn eigen salaris afgedaan om hem definitief te halen.”

Zijn voldoening over zijn tweede (1.000 meter) en derde (1.500) plaats van De Vries is er niet minder om. Zoals Van Velde in het verleden een kampioen afleverde met Ronald Mulder, die dit seizoen naar de ook deze NK weer succesvolle Control-ploeg van Jac Orie vertrok. „Wij leiden op en pakken dan weer wat TVM of Control laten liggen. Halen zij Ronald Mulder? Dan moet ik zijn broer Michel goed maken. Of Jesper Hospes. Tegen hem zei ik voor de start van het seizoen al dat hij 35,2 zou rijden. Leuk als dat dan uitkomt.”

Trainer Wim den Elsen, die met het gewest Zuid-Holland jarenlang nieuwe schaatsers in het wereldbekercircuit bracht, ziet een gevaar in het grote aantal kleinere teams dat sinds dit jaar meedoet. „Je krijgt een versnippering die gevaarlijk is voor de basis. De kleinere ploegen trekken de gewesten leeg door schaatsers een paar honderd euro per maand te bieden. Dan hangt het er maar net van af wat voor trainer ze krijgen of ze zich door ontwikkelen. Volgens mij is Van Velde net als Orie wel iemand met oog voor details.”

‘Gouden Gerard’ schaatste ook in Thialf weer gewoon mee tijdens trainingen met zijn sprinters. „Dan voel je veel beter hoe ze een Steigerung opbouwen dan wanneer je langs de kant staat. Je kunt sneller reageren en kijken in welk gebied je een trainingsschema moet aanpassen.” Rondjes van 25 seconden zijn nog geen probleem voor de in 2008 gestopte Van Velde. „Maar aan 24’ers waag ik me niet meer.”

    • Maarten Scholten