'Leuke weetjes' gijzelen de psychologische wetenschap

In de psychologie is sprake van een systeemfout. De les van fraudeur Diederik Stapel moet zijn dat ook mislukte experimenten bijdragen aan de kennis van het menselijke brein, stelt Ad Bergsma.

Laat mij beginnen met de bekentenis dat ik een van de psychologen ben die als een blok zijn gevallen voor het werk van psycholoog Diederik Stapel. Een aantal van zijn papers had voor mij de wowfactor. Ik heb geregeld geschreven over zijn werk, zonder ook maar een moment argwaan te koesteren.

Nu is gebleken dat de reputatie van tovenaar Stapel op een goocheltruc was gebouwd, ben ik niet alleen teleurgesteld in mijn eigen oordeel, maar ook in het functioneren van de psychologie als geheel.

Als student psychologie leer je welke vooruitgang in de loop der jaren is geboekt in dit wetenschapsgebied. Vroeger had je nog de psychoanalyse van Sigmund Freud. Die kon alles verklaren. Dit werd op den duur geïnterpreteerd als een zwakte. De psychoanalyse kon nooit met observaties worden weerlegd. Hierdoor kon toekomstig gedrag niet duidelijk worden voorspeld. Uiteindelijk bleven alleen mooie verhalen over, en geen feiten.

Psychologen zouden voortaan theorieën verzinnen. Deze theorieën zouden ze toetsen met experimenten. Als de observaties gunstig uitvallen, blijft de theorie in stand. Als de experimenten leiden tot onverwachte uitkomsten is het nodig om betere theorieën te verzinnen. De psychologie als wetenschap fungeert als een zichzelf corrigerend kennisbestand dat langzaam wint aan kwaliteit.

Stapel heeft daarentegen aangetoond dat je een carrière kunt opbouwen met verzonnen experimenten. Zijn werk is bijna drieduizend keer geciteerd. Het is de academische gemeenschap nooit opgevallen dat anderen die dezelfde experimenten herhaalden, niet kwamen tot dezelfde resultaten. Dit komt voor een deel doordat de verzinsels van Stapel dicht bij de verwachtingen bleven. Als hij een natuurkundige was geweest, zou hij keurig hebben gerapporteerd dat hij de verwachte lichtsnelheid had gemeten, maar nooit dat sommige deeltjes sneller zouden gaan dan dat.

Stapels werk bevat boeiende voorbeelden van wat al was verwacht, maar hij heeft de koers van de psychologie niet wezenlijk verlegd. Een fraudeur die een psychologisch equivalent van de koude kernfusie bedenkt, zou daarentegen snel tegen de lamp lopen.

De schade die fraude kan aanrichten, is beperkt. Je kunt het kennisbestand vervuilen, maar niet op zijn kop zetten. De commissie-Levelt beveelt aan dit soort ongelukken te voorkomen door onderzoekers te verplichten hun data openbaar te maken en door promovendi voortaan minimaal twee directe begeleiders te geven. De ruimte voor valsspelers wordt effectief verkleind.

De psychologische gemeenschap zal evenwel ook moeten bedenken hoe ze minder gevoelig kan worden voor de leuke weetjes die Stapel aan de lopende band produceerde. Het is wereldwijd ongetwijfeld vaak geprobeerd zijn resultaten te reproduceren, zonder succes. Deze mislukkingen zijn nooit zo duidelijk gerapporteerd dat Stapels fraude aan het licht kwam.

Vakbladen staan open voor positieve resultaten. Mislukkingen laten ze links liggen. Het psychologische kennisbestand groeit scheef. In de medische wetenschappen bestaan daarom tijdschriften waarin ook de proeven zonder positieve resultaten een plaats krijgen. De psychologie blijft duidelijk hierbij achter.

Doodlopende wegen in de psychologie worden niet afgesloten. Onderzoekers die hun neus hebben gestoten, houden zich stil. De enkeling die iets leuks heeft te vertellen, roert de trom. Het is dus niet alleen de karakterzwakte van een individuele onderzoeker als Stapel die ertoe heeft geleid dat het is misgelopen in de psychologie.

De psychologische wetenschap lijdt aan een systeemfout. Als de fraude van Stapel ertoe leidt dat deze systeemfout wordt hersteld, heeft hij de psychologie alsnog een grote dienst bewezen.

Ad Bergsma is psycholoog en wetenschapsjournalist.