Kritiek op informeren Kamer tijdens kredietcrisis

Commissievoorzitter Jan de Wit vanochtend bij de start van de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie. Foto NRC / Roel Rozenburg

Twee oud-politici hebben vandaag kritiek geleverd op de manier waarop de Tweede Kamer tijdens de kredietcrisis van 2008 werd geïnformeerd door toenmalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA). Dat bleek tijdens de eerste dag van de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie over de aanpak van de kredietcrisis.

Het kabinet investeerde miljarden om noodlijdende banken en verzekeraars overeind te houden. Zo werd ABN Amro voor zo’n dertig miljard genationaliseerd en kreeg ING ook miljarden. De Kamer werd hierbij steeds achteraf of kort van tevoren geïnformeerd.

“We stonden met de rug tegen de muur”, zei Kees Vendrik (GroenLinks) over het besluit om ING te steunen. De financieel specialisten werden daarover door Bos ingelicht tijdens een nachtelijk telefonisch overleg. “Het was ook mosterd na de maaltijd. We konden met goed fatsoen niet meer zeggen: we zijn toch tegen. Anders had ING een groot probleem gehad.”

Bos dreigde met kabinetscrisis

De Kamer had Bos weliswaar kunnen wegsturen, maar dat had geleid tot een kabinetscrisis waarmee de steun aan ING ook op losse schroeven zou komen te staan. De kwestie toonde aan dat het overleg tussen Kamer en kabinet over besluiten die worden genomen er ‘fundamenteel’ niet meer toe deed, concludeerde Vendrik. “Een zeer vervelende situatie.”

Volgens Frans de Nerée tot Babberich (CDA) dreigde Bos destijds met een kabinetscrisis. “Uiteindelijk heeft de CDA-fractie zich erbij neergelegd met pijn in de maag”, zei De Nerée.

Vendrik pleitte ervoor om het parlement eerder, vertrouwelijk te betrekken bij dergelijke besluiten. Gezien de ‘enorme bedragen’ die ermee zijn gemoeid, mag daar wel even wat tijd voor worden uitgetrokken, zei hij.

‘Vertrouwelijk informeren Kamer kan achterwege worden gelaten’

Wat De Nerée betreft kan het vertrouwelijk informeren van de Kamer achterwege worden gelaten, omdat het weinig zinvol is. “Wat moet ik ermee?”, vroeg hij. Aangezien het vertrouwelijk is, kan hij het namelijk niet voorleggen aan zijn fractie. Hij pleitte ervoor om bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer achteraf dergelijke besluiten snel te laten toetsen.

Volgens Vendrik is het juist de taak van een volksvertegenwoordiger om ook in dit soort situaties een besluit te kunnen nemen.

De Nerée uitte verder kritiek hoe de Kamer schriftelijk werd geïnformeerd. Belangrijke rapporten zijn volgens hem lang tegen de borst gehouden en brieven kwamen ‘altijd laat’. “Dan wil je eigenlijk dat de Kamer er niet over mee discussieert”, zei hij. “Dat steekt mij.”