Klein Zwanenmeer

Omdat het geen kwaad kan kinderen zo vroeg mogelijk met kunst en cultuur in aanraking te brengen, hadden we onze bijna 4-jarige logé Hidde een bezoek beloofd aan Klein Zwanenmeer, een voorstelling van het beroemde ballet „voor iedereen vanaf 2 jaar”. Het leek hem wel wat, althans, hij vroeg ons steeds wanneer we nou naar „het theater” gingen.

Dat theater was Het Compagnietheater aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam, waar wij vroeger allerlei bloedserieuze voorstellingen voor sombere volwassenen in de regie van Theu Boermans gezien hadden. Het was te hopen dat de kinderversie van Het Zwanenmeer een stuk vrolijker zou uitpakken.

Hidde ging deze zondag in ieder geval al zeer vrolijk tegemoet. Aan het ontbijt barstte hij uit in het liedje dat ze ’s morgens met hem op de crèche zingen : „Goeie morgen... leuk je weer te zien, kijk eens wie er naast je zit, weet je dat misschien?” Achter dat „goeie morgen” moet de naam volgen van degene tot wie hij zich op dat moment richt. Deze neemt het liedje over waarna de hele kring van aanwezigen wordt afgewerkt. Wij waren er snel mee klaar, ook omdat opa en oma gelukkig nog helder genoeg zijn om te weten wie er naast hen zit.

We moesten al om half elf onze kaarten in het theater afhalen. Kindervoorstellingen beginnen vaak vroeg, vermoedelijk omdat de organisatoren veronderstellen dat grootouders van logerende kleinkinderen een lange, ononderbroken nachtrust hebben. Dit is niet altijd het geval. Hidde bijvoorbeeld had die nacht al gauw laten merken dat hij het op prijs stelde als iemand vlak naast zijn slaaptentje kwam liggen. Ik vertelde hem dat oma niets liever deed.

De gevolgen werden in Het Compagnietheater snel merkbaar. Mijn vrouw koos geeuwend de verkeerde zaal uit, waar we een half uur lang tevergeefs zaten te wachten. Pas toen ik nog eens informeerde of ze het wel zeker wist, was ze bereid tot actie over te gaan. Zonder die behulpzame toneelassistent die ons ijlings per lift naar de goede zaal omhoog joeg, was het niet meer gelukt. Dan hadden we tegen Hidde en zijn ouders moeten zeggen: „Het zal een leuke voorstelling zijn geweest, maar wij zaten in de verkeerde zaal.’’

Wás het een leuke voorstelling? Mijn vrouw en ik vonden van wel. De choreografen Jördis Cordua en Regina Magnus hadden er een luchtige voorstelling van gemaakt met mooie lichteffecten en een speels decor. En Hidde – wat vond hij? Ik begon het me na een kwartiertje juist af te vragen, toen hij zacht, maar duidelijk zei: „Ik wil weg.”

Consternatie. „Het duurt niet zo lang meer”, zei mijn vrouw even mild als onverzettelijk. Nu we eindelijk in de goede zaal zaten, was ze er niet meer uit weg te slaan.

Vijf minuten later zei hij het weer: „Ik wil weg”. Ik moet bekennen dat ik het ook regelmatig in theaters denk, maar ik durf er nooit zo direct voor uit te komen. Hij begon nu ook op en neer te drentelen in de rij. We kregen hem diplomatiek in zijn stoel terug, waar hij het einde lijdzaam afwachtte.

Na afloop mocht hij, samen met de andere kinderen, de kunstzwanen op het podium koesteren, terwijl de twee danseressen hen daarbij hielpen. Dat maakte veel goed. De ene zwaan liet zich aaien, de andere zwaan gaf kussen.

Goed gehumeurd verliet Hidde met ons het theater.

„Hoe was het?” vroeg zijn vader hem toen hij hem later op de dag kwam afhalen.

„Heel leuk”, zei Hidde met volle overtuiging.

    • Frits Abrahams