Klankmaniak Albrecht in strakke, vurige Bruckner

Ned. Phil. Orkest/ Marc Albrecht. Gehoord: 5/11 Concertgebouw A’dam. Herh.: 8/11. Info: orkest.nl ****

Marc Albrecht, chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nederlandse Opera, profileert zich in zijn eerste seizoen in divers repertoire: Strauss, Trojahn en Rimski-Korsakov bij de opera, veel romantische werken bij het orkest.

Duitse laat-romantiek is lievelingsrepertoire voor Albrecht (47), maar in Bruckner hoorden we hem voor het laatst in 1993 (toen nog als jong talent). Bruckners Derde is sowieso een van de minder vaak uitgevoerde symfonieën. Maar Albrecht liet horen hoe juist de Derde een extract biedt van wat Bruckner in latere symfonieën uitwerkt: denderende strijkers, kathedrale koperkoralen, brede lijnen en spoelende climaxen. Alleen staan die karakteristieken hier nog wat ruwer naast elkaar.

Net als onlangs bij een extreem opwindende Mahler onder Albrechts leiding, toonde het Nederlands Philharmonisch zich ook nu tomeloos energiek. Albrecht weet te enthousiasmeren én te disciplineren, wat leidde tot een verzadigde tutti-klank en strak naast elkaar geplaatste thema’s. Waar Bruckner zijn Weense kant toont (Scherzo, Finale), speelde het orkest met zoete, wufte Schwung.

Klankmaniak toonde Albrecht zich ook al in het Eerste pianoconcert van Brahms met artist-in-residence Lars Vogt als robuust solist. Een wonderlijke, hyperromantische Brahms was het, orgelend vanuit de bassen benaderd. Fascinerend dat een bekend werk zó anders kan klinken.