Juist minder taalfouten

Onlangs stond op de opiniepagina van deze krant een artikel met als kop ‘NRC barst van de fouten. Waar is de eindredactie?’ In dit stuk somt Stan Verhaag, journalist en tekstschrijver, een aantal fouten op die hij in deze krant heeft aangetroffen. Verhaag geeft ook een verklaring voor het grote aantal fouten: het opheffen, ruim vier maanden geleden, van de centrale eindredactie van NRC Handelsblad. Artikelen worden wel degelijk nog nagekeken door een eindredacteur, maar die zit nu bij een deelredactie in plaats van bij een centrale eindredactie. Dat nieuwe systeem faalt, aldus Verhaag.

Eigenlijk vind ik dat artikelen op de opiniepagina beantwoord moeten worden, maar aangezien daar geen ruimte voor was, ga ik er hier op in. Bovendien word ik geregeld benaderd door lezers die klagen over het groeiend aantal fouten in NRC Handelsblad.

Laat ik vooropstellen dat elke fout er één te veel is. Wel vind ik het heel begrijpelijk dat ze voorkomen. Een krant bevat een grote hoeveelheid tekst, die in korte tijd en vaak onder grote druk wordt gemaakt. Eerlijk gezegd vind ik het een wonder dat er niet veel meer fouten in de krant staan.

Maar goed, welke fouten trof Verhaag zoal aan? Zoekend in de digitale leggers stelde hij onder meer vast dat het woord rechtzaak (zonder s) in de eerste tien maanden van 2011 18 keer in deze krant had gestaan, verassend en verassing samen 10 maal, en sjiek en sjieke samen 33 keer. Sjiek en sjieke zouden wat hem betreft moeten worden verbannen „simpelweg omdat ze niet bestaan”.

Ik zie Verhaags stuk in de eerste plaats als een noodkreet van een betrokken lezer en om die reden kan ik het waarderen. Wat me wel stoort is dat de onderliggende redenering niet klopt – wat ik zelf erger vind dan tikfouten. Verhaag stelt: de krant telt zoveel fouten omdat er geen centrale eindredactie meer is. Maar als je dat wilt onderbouwen kun je niet volstaan met één meetmoment, maar heb je er minstens twee nodig: één toen er nog een centrale eindredactie was en één nu de eindredactie is overgegaan naar de deelredacties.

Verhaag telt de frequentie van een aantal fouten in de eerste tien maanden van 2011. Ik heb dit precies nagevolgd voor 2010. Toen kwam de fout rechtzaak 25 maal voor in NRC Handelsblad, in 2011 18 maal. In 2010 kwamen verassing en verassend 13 maal voor, in 2011 10 maal. Kortom, in deze specifieke gevallen is het aantal fouten in 2011 gedaald in plaats van gestegen. Sjiek en sjieke komen in 2011 iets vaker voor dan in 2010 (respectievelijk 33 en 29 maal), maar het is zeer de vraag of je dit als fouten mag zien. NRC Handelsblad volgt de zogenoemde Witte Spelling, waarbij sjiek wordt goedgekeurd als informele variant van chic. Het is natuurlijk niet handig om die spellingvarianten naast elkaar te gebruiken, maar dat terzijde.

Curieus is dat Verhaag benadrukt dat een woord „niet bestaat” als het fout wordt gespeld. Het woord rechtzaak bestaat volgens hem niet omdat de s ontbreekt. In mijn ogen is dit slechts een tikfout. Verhaag wijst erop dat genant in 2011 23 keer voorkomt zonder „accent circonflex”. Moet ik nu zeggen dat accent circonflex niet bestaat omdat de correcte spelling accent circonflexe is? Nee, het lijkt mij een vergissing – in een stuk dat Verhaag, naar eigen zeggen „fan van zorgvuldigheid”, zonder twijfel heel nauwkeurig heeft nagekeken voor hij het instuurde.

Een centrale eindredactie lijkt mij om diverse redenen belangrijk, maar daar ga ik niet over. Op basis van zo’n kleine en onzorgvuldige meting kun je echter onmogelijk stellen dat het aantal taalfouten in de krant is toegenomen door een reorganisatie van de eindredactie. Foutloze kranten zijn een utopie. Alles moet er bij een krant op gericht zijn om zo weinig mogelijk taalfouten te maken, maar dat er af toe een paar doorheen glippen, ach, zolang een artikel inhoudelijk voldoende niveau heeft kan ik me er niet echt druk om maken.