'Je groen voelen, dat thema is universeel'

Chantal Janzen speelt de goede heks Glinda in de musical Wicked. „Het is een musical zoals het hoort, met toeters, bellen en slingers.”

Chantal Janzen ziet er in Wicked uit als een Disneyprinses. Gouden lokken golven over haar schouders, een diamanten kroontje schittert op haar kruin en de lichtblauwe zijden baljurk had Assepoester op het bal niet misstaan. Janzen speelt dan ook de goede fee – of eigenlijk de goede heks – Glinda, in de musical van Joop van den Ende Theaterproducties die zondagavond in première ging. Maar dat het een meisjesmusical is: nee. Dat ontkent Janzen met klem.

Toch heeft Wicked, over de verrassende vriendschap tussen Glinda en Elphaba (Willemijn Verkaik), twee heel verschillende heksen, een schare fans van vooral meisjes en vrouwen tussen de 15 en 25. De Facebook-pagina van het Broadway-origineel heeft 600.000 leden. De show wordt wereldwijd gevolgd op internetfora en Twitter. Sommige meisjes hebben de musical meer dan honderd keer gezien. Tientallen liefhebbers reizen het spektakel achterna, de hele wereld over: van Broadway naar Australië via Groot-Brittannië langs Duitsland en nu naar Nederland.

Het succes is onverwacht. Toen Wicked in 2003 op Broadway opende, waren de kritieken niet allemaal even positief. Nu is het de langst lopende Broadwaymusical sinds Cats. Ook buiten Amerika is Wicked een hit. In Groot-Brittannië waren de kritieken weliswaar vernietigend, maar ook daar is de musical zeer succesvol. In Londen speelt hij dit jaar voor het vijfde jaar, binnenkort wordt de vier miljoenste bezoeker verwacht.

Dat internationale succes is verrassend, want het verhaal, gebaseerd op een roman van Gregory Maguire uit 1995, leunt zwaar op Amerikaans erfgoed: The Wizard of Oz. Maguire verzon een zogeheten prequel van dat sprookje uit 1900, omdat hij zich afvroeg hoe de ‘Wicked Witch of the West’ in Oz zo slecht is geworden. Is ze dat wel echt? En was ze altijd al zo gemeen?

In Wicked is deze Elphaba nog een jonge vrouw. We zien hoe zij was in haar jeugd: een intelligent, fel en ondernemend meisje, met een akelige handicap: ze is groen. Dat maakt dat ze wordt gepest en buitengesloten. Omdat iedereen haar bij voorbaat van allerlei slechts verdenkt, krijgt ze nauwelijks de kans om goed te zijn. En dan wordt ook nog haar enige vriendin, Glinda, haar liefdesrivaal. Zo wordt bij het publiek begrip gekweekt voor haar latere wreedheid. Dader blijkt slachtoffer. Verfrissend. Maar zouden Nederlanders net zo benieuwd zijn als Amerikanen naar de wording van dit hun onbekende icoon?

Chantal Janzen draait de redenering om. The Wizard of Oz is volgens haar niet de reden van het Amerikaanse succes, maar juist de reden van de slechte kritieken. „Het is voor hen toch een beetje alsof je de Bijbel herschrijft. Heiligschennis.” En wat de musical zowel in Amerika als daarbuiten populair maakt, is volgens haar precies wat hem hier tot een succes zal maken. „Het is een tijdloos sprookje over vriendschap en vooroordelen, verpakt in een musical zoals musicals moeten zijn, met alle toeters, bellen en slingers. Maar als je alle spektakel, kostuums en effecten wegneemt, blijft er nog steeds een goed verhaal over.”

Een paar verwijzingen naar Oz zijn in de Nederlandse vertaling van Martine Bijl wel verdwenen. Janzen: „Bij ons is de naam van het hondje van Dorothy, Toto, geschrapt. Mensen die The Wizard of Oz niet kennen, moeten het ook kunnen volgen. Maar onderschat het publiek niet. Veel verwijzingen werken wel. Als ik tegen Dorothy zeg dat ze de gele stenen weg moet volgen, komt er altijd veel respons uit de zaal.”

Een ander verschil met de Amerikaanse versie van de musical is de humor. „De opbouw en timing van een grap zijn hier anders. Amerikanen verhogen de energie bij een grap, en ze vertellen de hele clou. Nederlandse humor is droger; wij gooien de clou weg, op een goede manier. Je moet een grap hier net even iets anders plaatsen.”

Maar de thematiek is universeel, en blijkt een wereldwijd publiek aan te spreken. De New York Times schreef als verklaring: „Iedere jonge vrouw weet hoe het voelt om groen te zijn.” Janzen: „Je wordt zomaar opeens gepest op school, of je valt plotseling buiten een groepje. Ja, ik heb me zeker ook wel eens groen gevoeld.”

    • Herien Wensink