Het Noord-Korea van Kim Jong-il is de facto een kapitalistische natie

Iedereen praat elkaar na over Noord-Korea. Het land zou zo langzamerhand op instorten staan. Dit is niet het hele verhaal. De handel met Rusland en China bloeit juist op, constateert Remco Breuker.

Noord-Korea haalt meestal het nieuws doordat het dreigt met de ontwikkeling van kernwapens of door opvolgingsperikelen binnen de familie Kim. Elke keer wordt de onafwendbare instorting van Noord-Korea genoemd. Noord-Korea is een staat die op zijn laatste benen loopt. Dit is al geruime tijd aan de gang, als we waarde hechten aan wat zo’n beetje elke expert zich de afgelopen drie decennia publiekelijk heeft afgevraagd – niet of, maar wanneer Noord-Korea instort.

Dit is niet het hele verhaal.

Poetin richt zijn blik oostwaarts, onder meer op Noord-Korea. Dit heeft een reden. Recentelijk is veel geïnvesteerd in een gemoderniseerde goederentreinlijn van de Noord-Koreaanse havenstad Rajin naar Moskou en in de aanleg van grote Noord-Koreaanse containerhavens met enorme pieren. Hiervan hebben Rusland en China voor vijftig tot zeventig jaar het exclusieve gebruiksrecht gekocht. Ook worden serieuze onderhandelingen gevoerd over een mogelijke gaspijpleiding van Rusland via P’yongyang naar Seoul.

China doet volop mee. Het investeert in economische investeringszones in Noord-Korea, dat zelf – bij monde van het eigen investeringsbedrijf Taep’ung (‘tyfoon’) – serieuze, internationale investeringsplannen in de grensregio met China presenteerde. Deze zijn begroot op 100 miljard dollar. Zuid-Korea praat over heropening van het industriële park in Kaesong. Dit wordt uitgebaat door Zuid-Koreaanse multinationals.

Deze relevante ontwikkelingen mogen we niet over het hoofd zien.

De economische ambities van Noord-Korea passen slecht bij het gangbare beeld van het land als een curieus overblijfsel uit de Koude Oorlog. Ook het aanleggen van een gaspijpleiding door Noord-Korea om Russisch gas goedkoop naar Zuid-Korea te voeren, is zo’n initiatief dat wringt met het Noord-Korea zoals het normaliter in het nieuws is. Dit is te zien aan de reacties. Tot nog toe zijn analyses voornamelijk van economische of politieke aard geweest. Wat te doen als Noord-Korea de kraan dichtdraait? Dit zijn legitieme kwesties, maar het Noord-Koreaanse perspectief ontbreekt. Het ligt niet voor de hand dat een op instorten staande, stalinistische staat dit soort diplomatiek gecompliceerde, kapitalistische manoeuvres onderneemt.

Noord-Korea manifesteert zich steevast als het land van de massabijeenkomsten, de persoonlijkheidscultus en het Juchegedachtengoed. Dit streeft complete autarkie na. Ook al is de Noord-Koreaanse ideologie strijdig met de economische ontwikkelingen, toch kan ze niet worden afgedaan als simpele propaganda.

De ideologie van Noord-Korea is een variant van het Blut und Boden-gedachtengoed. Dit is gericht op de uitverkoren positie van het eigen land, het eigen volk en de eigen cultuur. Universalistisch socialisme heeft Noord-Korea nooit echt gekend.

Noord-Korea-experts kijken vaak naar Engelstalige analyses en Noord-Koreaans propagandamateriaal dat is bedoeld voor de export. Interne Noord-Koreaanse propaganda is van een ander kaliber. Dit richt zich op de uniciteit van het Koreaanse volk.

De reden dat chronische economische tekorten het Kimregime niet zo snel de das zullen omdoen, is dat het regime zijn lot nooit heeft verbonden aan economische welvaart. Het lot is verbonden aan het verdedigen van het Koreaanse volk tegen de vijandige buitenwereld. Dit doet het met verve, in een strijd die wordt geleid door de Geliefde Leider. Het geraffineerde – en tragische – is dat zowel het volk als de staat hierbij zware offers verwacht. Hoe meer het volk lijdt, des te meer de staat gelijk lijkt te hebben. Dit is een deel van de realiteit in Noord-Korea, net zoals de markteconomie dat inmiddels is.

Het voldoet niet langer om Noord-Korea te zien als ‘het laatste stalinistische land ter wereld’, als het dit al ooit is geweest. Noord-Korea is een kapitalistisch land – niet dat het als zodanig is begonnen en het is ook geen kapitalistisch succesverhaal, maar na de hongersnoden van de jaren negentig is het de bevolking pijnlijk duidelijk geworden dat een socialistische staat nog geen verzorgingstaat is en dat ze beter voor zichzelf kon zorgen. Een nieuwe hongersnood is niet ondenkbaar, maar deze keer zegt de gewone man zelfredzamer te zijn. Elke Noord-Koreaan verhandelt zelfverbouwde groente, smokkelt of handelt. Pogingen van de staat in 2009 om de markten weer onder controle te krijgen, faalden miserabel en veroorzaakten voedselschaarste. Intussen bepaalt de markt weer hoeveel een kilo rijst kost en hoeveel een usb-stick met de nieuwste Zuid-Koreaanse tv-series opbrengt. Grijze markten domineren het dagelijks leven. Topbureaucraten verdienen goed aan internationale handel en smokkel. De grens met China is extreem poreus voor goederen en drugs.

Het gaat volgens mij best goed met de Noord-Koreaanse staat. Al dertig jaar lang voorspelt een gemêleerde coterie aan Noord-Korea-experts dat het land weldra in elkaar zal storten. Op deze toekomstvoorspellingen kunnen we terugkijken met gepaste nostalgie. Dit in allerhande varianten herhaalde scenario kan worden bijgezet in het curiosakabinet. Noord-Korea blijft nog wel even bestaan. Dit is niet het schokkendst. Dat is het feit dat Noord-Korea kapitalistisch is.

Remco Breuker is historicus en hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden. Op Twitter: @koryoinleiden